Met mijn schapendoes naar de darkroom

Soms zou je willen dat je eigen blad wekelijks een vaste pagina reserveerde voor parodieen op eerder verschenen artikelen. Mijn parodie heet: ‘Met mijn hond naar de darkroom’. Ik zou de broeierige sfeer schetsen van een zwoele Amsterdamse zomeravond en het decor van een groots heidens ritueel. De meest uiteenlopende honden - klein, groot, gekruld, gladharig, wit en zwart, kortom een getrouwe afspiegeling van het Amsterdamse straatbeeld - zouden zich met hun baas verdringen voor de nieuwste kinky party. Buitenlandse televisieploegen verdringen zich, AT5 doet er live verslag van.

Ik heb mijn schapendoes voor de gelegenheid uitgedost in een glimmend zwartleren tuigje. Hij behoort tot de multiseksuele voorhoede en trekt mij dus ogenblikkelijk de darkroom in. In een hoek bedrijven twee vrouwelijke tekkels kermend de liefde. Mijn hond wordt direct omringd door drie enorme bouviers, ik vermaak me bevend van opwinding met een onwaarschijnlijk tedere labrador. Iedereen houdt zich met iedereen bezig: kleine keffertjes met herders, dobermannpinchers met spaniels, mannen met schoothondjes, dalmatiers met vrouwen. En het deert niemand, tot mijn geamuseerde verbazing maakt het de volras bokser niet uit dat hij door een rafelige straathond wordt besnuffeld.
Als mijn schapendoes en ik voldaan naar huis gaan, vind ik de portemonnee van Bernadette de Wit in zijn tuigje.
Gelukkig is die parodie nooit verschenen, want de reportage over de multiseksuele revolutie is daar, als je op de commotie afgaat, veel te ernstig voor. Het gaat niet zomaar om de nieuwste uitspattingen van een seksuele avant-garde, maar om een onrustbarend teken des tijds. Diverse columnisten werpen zich op om de seksuele eerbaarheid te redden - openbare neukers moeten op de bon (Beatrijs Ritsema), niets is zo opwindend als echtelijke seks (Pauline Terreehost). Voorvechters van de dionysische panseksualiteit pleiten voor de ontkoppeling van seks en liefde en wijzen op de waardeloze seksuele cultuur hier te lande.
De Volkskrant zag er vorige week zelfs stof in voor een heus debat: ‘Sex, een heidens karwei’. Wat blijkt? Het debat gaat niet over zelfverkozen promiscuiteit, maar over mensenrechten (Dorien Pessers: 'Het hart van de mensenrechten is menselijke waardigheid en bescherming van de psychische en lichamelijke integriteit’) en achterstallig cultuuronderhoud (Gert Hekma: 'Wij hebben geen seksuele cultuur in Nederland’). Vergelijkt de een het rucksichtslos loslaten van de seksuele schaamte met het schenden van de lichamelijke integriteit door totalitaire regimes, de ander vindt dat de overheid een opvoedende rol zou moeten spelen bij de seksuele zelfontplooiing.
Ach, de werkelijkheid is altijd krankzinniger dan de fantasie, de argumenten voor en tegen multiseksualiteit parodistischer dan mijn parodie. Van mij mag mijn hond naar de darkroom en Bernadette de Wit ook, zolang ik niet mee hoef. Maar het moralisme van tegenstanders en pleitbezorgers lijkt me, meer dan twintig jaar na de seksuele revolutie, volkomen overbodig.