Met mijn tijd mee

Cultuur is als natuur omdat ze ‘groeit, bloeit en altijd weer boeit’ (Fop I. Brouwer). Loop ik door m'n hogeschool, zegt studente A tegen collegae B en C dat die 5 in plaats van 5,5 voor recht ‘behoorlijk kut’ is. Wat B en C, net als A geen randgroepmeiden maar ingenieurs-, arts- of domineesdochters, van harte beamen. Zit ik in de trein, aan zij- en overkant in fysiek contact met twee prachtige meiden - niet omdat ik als vieze ouwe man me ongewenst intiem opdring, maar omdat NS rijtuigen inzet die berekend zijn op de gemiddelde lichaamslengte van 1839, toen de eerste trein van Amsterdam naar Haarlem reed - zegt A tegen B dat haar conflict met de regisseur over haar interpretatie van Clytamnestra ‘verdomde kut’ is. Waar B helemaal in kan komen. Voor haar was het bovendien ‘hartstikke kut’ dat haar tegenspeler in Kabale und Liebe een gruwelijke egotripper is. Lees ik m'n zaterdagkrant in het cafe, klaagt jonge klaviertijger dat de docent z'n appassionato vertolking ‘vreselijk afzeek’, wat z'n vriendin ‘best wel kut en onterecht’ vindt. In Wassenaarse tongval.

Ik bedoel maar, lullig en klote, aan die verrijking heeft mijn generatie, als maker en produkt van cultuur, van harte bijgedragen. Na ons kwam, internationaliserend, shit. Gebruiken doe ik dat bij mijn weten niet, doch wennen eraan lukte wel. Maar kut, dat was het ‘heilige der heiligen’, de intieme grensverlegging binnen slaapkamer en liefdesspel. En, indien daarbuiten gebruikt, dan toch door (grove) man en niet door vrouw. Kortom, emancipatie slaapt niet, en bovenstaande toont slechts aan dat dit door een ouwe lul geschreven wordt.
Er is meer en andersoortigs. De grijsgepakte, fraaibekofferde zakenman die aan twee allochtoon besnorden de weg vraagt op de Ceintuurbaan - die hem prompt gewezen wordt. Omgedraaide rollen, mooier is er niet. Het leger rolschaatsers dat door het Vondelpark rijdt, genadeloos gesplitst in een deel dat het nooit zal leren en dus een deerniswekkende aanblik biedt en dat deel dat de eerste groep tot dromen en dure aankoop verleidde. Ook ik ben weerloos tegen deze vorm van bewegen die kracht paart aan sierlijkheid en bijna elke jogger tot slachtrijp werkpaard degradeert. Maakt de verplaatswijze de schaatser zo mooi of storten juist de young and beautiful zich op deze rage? Ik kijk m'n ogen uit en voel, lichtjes, jaloezie over zoveel jeugd en gratie.
Kom ik door de Kinkerstraat. Vier Turkse jochies rijden op het roodachtige fietspad tegen het verkeer in. Een overstekende Marokkaan in jellaba rekent niet op bedreiging van de andere kant, schrikt zich wezenloos, heft de handen ten hemel en roept verontwaardigd: 'jeezies kristies’. Kruisbestuiving van culturen. Met effect, want geschrokken racen de boosdoeners weg.
Ten slotte: m'n college staat op punt van beginnen maar ik wil per se een artikel uit m'n ochtendblad uitdelen dat het hart van ons thema raakt. Het kopieerapparaat verdomt het. 'Kut’, galmt het door een lege gang. Ik ga dus met m'n tijd mee. Maar voel me alsof ik alsnog m'n haar in een staartje heb gedaan: geen gezicht.