Met oma in een gedeelde auto

Vanuit de binnenstad van Amsterdam breidt een nieuw initiatief zich over Nederland uit: AutoDelen. Geen eigen auto meer maar een auto per vijftien personen. En altijd gegarandeerd een parkeerplaats. Informatie AutoDelen: 020-6757531
SOMS VERSCHIJNT er plotseling een term, een woord, een organisatie waar je onmiddellijk van denkt: daar wil ik bij horen. Dat had ik vorig jaar toen ik in een huis-aan-huisblad de term ‘AutoDelen’ tegenkwam. Het duurde even voor ik ze op het spoor kwam. Er stond nergens een adres of telefoonnummer. Het wijkcentrum stuurde me naar een verkeerde club. Reclame maakten ze blijkbaar niet, hoewel ze in september 1995 al op proef waren gestart, vlak bij me om de hoek op het Amstelveld, in de binnenstad van Amsterdam.

AutoDelen, daar ben ik onmiddellijk voor. Ik woon op een plek in de stad waar een eigen auto vanwege het parkeerprobleem een lastig bezit is en bovendien ook niet echt nodig, omdat er een overvloed is aan openbaar vervoer en de meeste bestemmingen gemakkelijk op de fiets bereikbaar zijn. Mede vanuit een heel vaag milieubesef, en trouwens ook vanwege de kosten, heb ik al vele jaren geen auto meer. Maar soms is dat vervoermiddel handig, als een baby verkouden is of mijn moeder, die niet zo goed ter been meer is, vervoer nodig heeft, als ik ergens heen moet waar geen openbaar vervoer naartoe gaat of als er iets groots moet worden vervoerd.
DECENNIA GELEDEN was er, ook op het Amstelveld, het Witkar- project van ex-provo Luud Schimmelpenninck - heel ludiek en technisch heel knap, maar aan die kleine, hoge, elektrische autootjes had je niets als je bijvoorbeeld met de kinderen naar buiten wilde. De Witkar was geheel vanuit de techniek, niet vanuit een menselijke behoefte ontworpen. Ik heb geprobeerd samen met anderen een auto te houden, maar dat knapte toch steeds af op verschillende of juist te sterk samenvallende eisen. Van een vriend of familielid een auto lenen is heel prettig, maar wat voel je je ellendig als je er een schrammetje op maakt. Een auto huren is (of misschien: lijkt) duur, is omslachtig en in elk geval ongeschikt voor een kort ritje. Allerlei plannen, bijvoorbeeld van de ANWB, om huren aantrekkelijker te maken, stonden mij niet aan. Ik heb geen zin van tevoren een (duur) abonnement te betalen voor wat ik denk te gaan rijden. Dan was er nog een heel sympathiek klinkend initiatief, Autokring geheten, dat ervan uitgaat dat mensen die een auto hebben, die met wildvreemden zouden willen delen - een beetje irreeel leek me, en ik had de indruk dat ik zonder auto niet erg welkom was in deze kring.
En toen stuitte ik begin dit jaar plotseling in het buurtkrantje op het telefoonnummer van AutoDelen. Ik ging er dezelfde dag nog heen, betaalde een eenmalige waarborgsom van 350 gulden en een jaarlijkse contributie van iets meer dan 400 gulden, en ik was deelnemer. Ik kreeg een simpele elektronische sleutel mee met een chip erin, waarmee ik een kluisje op het Amstelveld (en op de andere standplaats op de Elandsgracht) kan openen, de autosleutels eruit halen en wegrijden in een van de Renaultjes. In het begin moesten er nog ritformulieren worden ingevuld, maar nu gaat het allemaal automatisch. Een boordcomputer (zoiets als de black box van een vliegtuig) registreert precies hoe lang en hoeveel kilometers ik rijd. Ik betaal per uur twee a zes gulden (afhankelijk van autotype en tijdstip) plus per kilometer veertig a zestig cent. Dat is inclusief brandstof, want bij elke auto zit een ‘mobiliteitspas’ waarmee je overal zonder te betalen kan tanken.
Het systeem werkt, dat hoorde ik ook van andere gebruikers. Het is, als je niet zo veel rijdt (minder dan 15.000 kilometer per jaar), veel goedkoper dan een eigen auto. Je kunt zo een auto meenemen, maar natuurlijk zouden in theorie best alle auto’s weg kunnen zijn. In de praktijk gebeurt dat niet vaak. Er staat bijna altijd een auto, aangezien er, als het volledig draait, steeds vijf auto’s zijn op 75 deelnemers. Volgens een bepaalde berekening betekent dat dat er in 95 procent van de gevallen een of meer auto’s moeten staan. Mocht dat niet zo zijn, dan kun je om een reserve-auto bellen. Als je echt op een bepaalde tijd een auto moet hebben, dan kun je van tevoren reserveren.
In de praktijk zijn ritjes in de stad niet duur. Wel als je de auto heel lang elders laat staan. Ritten buiten de stad worden wel nogal kostbaar, maar daar is intussen iets aan gedaan (bij reservering betaal je minder per kilometer). De bedoeling is dat je heel precies calculeert wanneer een ritje loont.
AutoDelen concurreert niet met het openbaar vervoer, maar is er een aanvulling op. Volgens de initiatiefnemer, Ben Bosboom, werkt het systeem alleen op plekken waar juist wel voldoende openbaar vervoer voorhanden is, want alleen daar hebben mensen zin hun particuliere auto op te geven.
ALS IK BEN BOSBOOM vraag hoe hij zijn systeem van AutoDelen heeft verzonnen, zegt hij dat hij alleen maar 'de honderdste aap’ heeft uitgevonden. Op allerlei plaatsen in Europa - in Duitsland, Engeland, Frankrijk, Oostenrijk en Zwitserland - zijn de laatste jaren soortgelijke initiatieven genomen. Toch heeft hij het helemaal zelf bedacht en heeft hij hoogstens van de fouten in het buitenland geleerd. Hij is van huis uit fotograaf en journalist, maar omdat hij altijd al van bootjes hield en om iets aan het autoprobleem in Amsterdam te doen, bedacht hij enige jaren geleden (na een vakantie in Venetie) de 'watertaxi’. Toen die eenmaal goed en wel voer, verkocht hij de zaak en zette een hoovercraft-dienst op aan de Spaanse kust. De gevolgen van een auto-ongeluk gaven hem tijd om na te denken over zijn eigen mobiliteit - hij zat lang in een invalidenwagentje - en de mobiliteitsbehoeften van anderen.
Net als op al die andere plaatsen in de wereld kwam hij op een systeem van autodelen, maar uniek aan zijn project is de volledige automatisering. In Berlijn bijvoorbeeld, waar AutoTeilen ook een succes is, zijn tientallen vrijwilligers nodig om de administratie te doen, hier gaat dat allemaal per computer.
Het hele systeem is om te beginnen heel klein opgezet, zonder veel bombarie, om rustig de moeilijkheden en fouten te kunnen corrigeren en ervaring te krijgen met het rijgedrag van de deelnemers. Zo blijkt bijvoorbeeld dat de auto’s het meest worden gebruikt bij een plotselinge weersomslag. Als het weer slecht wordt, laat je de fiets staan en neem je een deelauto. Als het weer plotseling mooi blijkt te zijn, maak je de een of andere 'omarit’ (zoals Bosboom het uitdrukt). Met resereve-auto’s kan daar intussen op worden ingespeeld.
Hoe kan het financieel eigenlijk draaien? Bosboom heeft er zijn eigen geld in gestopt, de gemeente Amsterdam is enthousiast en geeft enige steun, en Renault levert de auto’s 'op soepele voorwaarden’.
De komende weken gaat AutoDelen zich enorm uitbreiden. Er komen in heel Amsterdam acht standplaatsen bij en verder gaan 23 steden in heel Nederland meedoen. Tot mijn verbazing blijken de standplaatsen vooral P+R-parkeerplaatsen bij NS-stations te zijn. Die zijn misschien eerder bedoeld voor Amsterdammers die met de trein naar Groningen, Utrecht, Zwolle of Sittard willen dan voor de bewoners van die steden? Want ook in andere plaatsen kun je van je elektronische sleutel gebruik maken en zelfs in het buitenland, waar soortgelijke systemen bestaan. AutoDelen is aangesloten bij ECS ofte wel European Car Sharing.
ER IS IETS VREEMDS met dit AutoDelen. Ik weet niet goed of het links of rechts is, iets socialistisch of een gat in de markt, milieuvriendelijk of eigenlijk alleen maar een handiger vorm van autogebruik. Ben Bosboom kan aantonen dat het milieuvriendelijk is, dat AutoDelen het autobezit terugdringt en daarmee het gebruik van alternatieve vervoersvormen bevordert. Het openbaar vervoer en de taxi worden er zelfs beter van.
Maar als ik het heb over 'collectief autobezit’, wordt hij een beetje kriebelig. Hij is niet iemand die van bezit houdt, van individueel bezit noch van collectief bezit. Hij is een keer op het Amstelveld gaan staan en zag in een blikveld vierhonderd auto’s, dat is meer dan twee miljoen kilo metaal, en hij vroeg zich af hoe je althans een deel daarvan weg zou kunnen krijgen. Hij ging daarbij uit van de behoeften van mensen, niet van hetzij liberale, hetzij socialistische dogma’s of principes. De vraag of het links of rechts is om de auto te delen zegt hem dan ook totaal niets. Hij is ook geen techneut, maar het rijgedrag, de verkeerspatronen, het hele spel van het opzetten van dit systeem fascineren hem wel. In elk geval komen er nu ieder week delegaties uit andere landen om te zien hoe zijn unieke, maar op bestaande techniek gebaseerde elektronische systeem werkt, en hij adviseert met liefde een soortgelijke organisatie in Antwerpen.