Met open mond

Dürer was een meester in het vormgeven van zachte geplooide en gedeukte volumes. Het is alsof zijn verbeelding ook de kamer heeft vormgegeven.

Ik zit in een leunstoel als ik dit schrijf met achter mij een groot, breed raam met veel licht. Naast de stoel staat een kleine tafel tegen de muur. Daar leunt een boek met, op ware grootte, een afbeelding van Dürers kopergravure van Hieronymus im Gehäus uit 1514. Van dit punt kijk ik, in de rechthoekige woning waar ik sinds kort woon, verder de kamer in en ook, door een grote rechthoekige opening, in het vertrek ernaast langs daar gebouwde boekenkasten van strak en glad mdf (naturel). Omdat ik een heldere, overzichtelijke ruimte wil, zijn er deuren verwijderd. Nu kijk ik door één open deur via de wat donkerder gang door een andere deuropening naar de keuken. Door de ramen daar schijnt helder licht mij tegemoet. Eigenlijk zie ik rechte kanten, stukken muur, en hoeken die elkaar treffen. De zijkant van een muur waar ik tegenaan kijk is wit. De bovenkant is grijswit. Een andere muur waar ik ook tegenaan kijk, in het volgende vertrek, en ook een deel plafond daar zijn ook wit – maar gedempter en anders grijzig.

Dan kijk ik weer naar de prent van Dürer en dan naar de ramen. Op de kanten van de boogmuren zien we de schaduwen van de kozijnen en de ronde glas-in-lood-raampjes. In mijn keuken is door vitrage het licht gefilterd en roerloos grijs. Bij Dürer schijnt buiten de zon. Daar is de natuur die leeft. Zo lijkt het tenminste. Want bij het maken van kunst kun je de omstandigheden er net zo laten uitzien als je dat wilt. Het had in Neurenberg waar Dürer woonde toen hij deze gravure maakte ook kunnen sneeuwen. Heldere, zonnige schaduwen kun je ook graveren uit herinneringen aan wat ooit gezien is. Zo is bekend dat Dürer, toen hij de prent maakte, nog nooit een leeuw in het echt gezien had. De slome kop van het dier hier ziet eruit als die van een tevreden snorrende huiskat.

Medium rp p ob 1224
Albrecht Dürer, De heilige Hieronymus in zijn studeervertrek, 1514. ravure, 24,4 x 18,7 cm © Rijksmuseum Amsterdam

Maar dat terzijde. Eigenlijk wil ik proberen dit tafereel te zien zonder de dieren, de doodskop, de pantoffels, het huisraad en andere kleine dingen die er hangen. Denk dat weg en je krijgt een overzicht te zien van kristalheldere binnenarchitectuur. Die is strak getekend maar niet streng. Dat komt doordat de ruimtelijke vindingrijkheid van deze kijkkast zo beweeglijk is. Probeer, min of meer methodisch, het verloop te volgen van hoe deze binnenruimte zich stap voor stap opent. Voorin eerst een lage traptrede en daarboven de rechte rand van de vloer. Links wordt die afgesloten met een rechte hoek. Verder naar links en parallel in verhouding met die hoek ligt een rechthoekig blok steen. Dat draagt op een rond voetstuk een kantige, stenen pijler die van onder tot bovenin loopt en aan de linkerkant de doorkijk in het vertrek afsluit. Tegelijkertijd steunt de pijler een houten balk die bovenlangs gaat. Daarachter beginnen, strak verkort, de planken en balken van het houten plafond. Rechts worden die elementen, voor- en achterin, resoluut afgesneden door de rand van de prent. Wat we zien is dan een wat scheve kijk in een hoek van een grotere ruimte. We kijken bijvoorbeeld naar een houten paal achter in de hoek waar de ruime boog van het raam onderbroken wordt.

Behalve deze architectonische articulatie hebben in de meting van de ruimte ook de grotere meubelstukken een rol. Kijk naar het platte vlak van de grote werktafel en haar prachtige onderstel, licht geplaatst als een sculptuur op de plekken licht en schaduw uit de vensters. En natuurlijk de strak houten bank die, op zithoogte, helemaal rechtsom langs de wand gaat. Ook de gedrongen gestalte van Hieronymus zit daarop. Die bank begint links in de hoek met een stilleven van een paar boeken. Dat is net zo zorgvuldig geformuleerd als, verderop op de lange bank en op het ranke bankje schuin naast de werktafel, de verschillende kussens. Die demonstreren Dürers meesterschap in het vormgeven van zachte geplooide en gedeukte volumes. Aan de balk bovenin hangt ook niet voor niets, en in werkelijk meesterlijk perspectief, de volle en bolle vorm van een forse pompoen. Deze prent wordt beschouwd als een Meisterstich van Dürer. Die laat zien wat hem het meest bezighield – het uitvinden van onwaarschijnlijk scherpzinnige perspectivische inventies. Wie dat kon, kon de ruimtelijke verbeelding alle kanten op sturen en dus alles uitbeelden. Donald Judd hield veel van Dürer. Ik hou veel van beiden. Onze monden vallen open van verbazing.

In mijn keuken is door vitrage het licht gefilterd en roerloos grijs. Bij Dürer schijnt buiten de zon