Met regenboog

Het warme land, na regen, in de Brabantse zomer – dit is een landschap met zichtbare geluiden. Daar tegenover schepen die voor anker gaan op de roerloze zee. Samen stralen ze.

Medium willem van de velde  ii    calm   dutch ships coming to anchor   wga24523
Willem van de Velde de Jonge, Kalme zee: Hollandse schepen gaan voor anker, ca. 1655. Olie op canvas, 169,93 x 233 cm © The Wallace Collection, Londen

In het Landschap met regenboog, van Rubens, is het volop zomer. Ze zijn de oogst aan het binnenhalen. Links langs de weg staat een goudgeel veld met koren te rijpen. Er wordt hooi opgetast dat met karren werd aangevoerd. Laten we zeggen: het zijn de hondsdagen, eind augustus. De blik in dit volle, rijk geschakeerde landschap is breed en reikt ver. Het diffuse licht komt van links. Het glijdt vrij laag over het zacht geplooide land. De schaduwen, waar we die kunnen zien, worden al langer. Kennelijk is het later in de middag. De verborgen zon begint al te zakken, links waar het westen is. Aan de rand van hoge bomen, midden rechts in beeld, strijkt het licht het dichte gebladerte. Daar begint het bos.

Tussen de bomen is het daar geheimzinnig donker. Maar daarvóór nog zien we, laag over de grond, nog een passage helder licht – van links naar rechts werkt dat licht als een accent van ruimte tussen de schemer tussen de bomen. Daarboven en verder weg buigt zich een zacht stralende regenboog. Het heeft kort en stevig geregend. Dan wordt de warme dag weer droog. In de lucht zien we onrustige wolken die, belicht door onweerslicht, geleidelijk tot rust aan het komen zijn. Het licht en daarom ook de kleuren zijn dan traag en loom. In Brabant in de zomer. Ik herinner me dat want ik ben in Brabant geboren en opgegroeid.

We horen de koeien loeien. De vrouwen roepen terug naar de voerman

In 1635 heeft Rubens tussen Mechelen en Leuven een groot landgoed, Het Steen, gekocht. Dat golvende Brabantse land zien we in dit schilderij vol en gul uitgespreid: het land en de bedrijvigheid. Linksonder komen we binnen met de hooiwagen. De voerman groet vrouwen en een man die hem tegemoet komen. Langs een ondiep water lopen koeien te kuieren. Ze staan stil om te drinken. Hun hoeder probeert ze bij elkaar te houden. Aan de overkant zijn eenden druk in de weer zoals eenden dat doen: met veel gesnater. Want dit is ook een landschap met zichtbare geluiden. Dat is de aard van zijn beweeglijkheid. We horen de koeien loeien. De vrouwen roepen terug naar de voerman. Dit is een landschap van een landgoed in landelijk bedrijf en de welgestelde Rubens is de seigneur ervan.

Nu hangt het schilderij in Londen in de great gallery van de werkelijk luisterrijke Wallace Collection. Links en rechts ervan hangen statige portretten, ten voeten uit in stemmig zwart, van een echtpaar, door Anthonie van Dyck. Het landschap hangt precies daartussen in het midden. Omdat de staande portretten hoger op de wand uitkomen dan het landschap past daartussen nog een elegant en royaal stilleven. Zo gerangschikt kun je schilderijen ook hangen. Deze collectie is gehuisvest in een ruim stadshuis uit de achttiende eeuw – dus met statige kamers en salons. Die hebben ze niet gerenoveerd maar bewaard. Dat kan ook. In het midden van de lange wand van de great gallery hangt het warme landschap van Rubens, omgeven door andere schilderijen in die symmetrische rangschikking. Maar recht daar tegenover hangt van de zeeschilder Willem van de Velde de Jonge de magistrale marine Kalme zee: Hollandse schepen gaan voor anker, omstreeks 1655.

Medium crop923669 com rubensrain
Peter Paul Rubens, Landschap met regenboog,ca. 1636. Olie op eiken paneel, 135,6 x 235 cm © The Wallace Collection, Londen

Daar hangen ze dan. Zo tegenover elkaar ogen ze, met lijst, ongeveer even groot. De Markies van Hertford had het zeestuk al tien jaar in zijn bezit toen hij in 1856 het landschap van Rubens wist te verwerven. Dat liet hij na aan zijn (onechte) zoon Robert Wallace wiens weduwe in 1900 de hele collectie aan de natie schonk. Ergens begin twintigste eeuw, denk ik, zijn die twee schilderijen tegenover elkaar komen te hangen, alsof ze ervoor gemaakt waren. Het warme land, na regen, in de Brabantse zomer en de schepen die voor anker gaan op de roerloze zee. Aan een wolk kruitdamp te zien heeft het schip links net een salvo afgeschoten. Nu is de stilte nog roerlozer. Het water is spiegelglad. Op de drijvende schepen zien we verfijnd vertoon van silhouetten van zeilen die worden gestreken, kanten in het licht en andere in schaduw. Het weer is, anders dan in het lome landschap van Rubens, echt doorzichtig. Zo licht heb ik wolken in een ijle lucht nooit eerder gezien. Die twee schilderijen samen stralen echt. Natuurlijk is die straling ook theatraal. Of dat kunsthistorisch correct is, weet ik niet. Maar zo wil ik ze zien – in het licht van de grandioze verheldering van het landschap (en onze manier van kijken) die zich na Constable en Turner en Courbet en Cézanne onomkeerbaar in de schilderkunst heeft voltrokken.