Kon de internationale gemeenschap de verkiezingsoverwinning van de extreme nationalisten in Servië verhinderen? Over die vraag kun je slechts speculeren. Eenvoudig zou het zeker niet geweest zijn. Servische politici die zich tegen het Servische nationalisme keren, en dan niet door zo'n beetje vrijblijvend moraliseren, maar bijvoorbeeld door consequent Plavsic te steunen, en die bovendien nog een kans maken verkozen te worden, bestaan niet; je kunt ze dus niet moreel of anders steunen.
Toch had de internationale gemeenschap kunnen proberen geen voedsel te geven aan de xenofobe gevoelens van vele Serven waarop Seselj zo demagogisch inspeelt. Bijna twee jaar na Dayton hebben serieuze analyses van het conflict, zonder afbreuk te doen aan de verantwoordelijkheid van Servië en de schuld van de Servische oorlogsmisdadigers, aangetoond dat de eenzijdige verkettering van Servië toch wel wat misplaatst is. Er had overwogen kunnen worden ook de laatste sancties tegen Servië, de zogenaamde outer wall, op te heffen, waardoor het land ten volle in aanmerking kwam voor buitenlandse leningen en voor financiële hulp. De outer wall wil onder meer een oplossing voor Kosovo forceren - een behartenswaardig verlangen -, maar met Seselj is een oplossing voor Kosovo verder af dan ooit.
Te veel Serven, die hun staat zagen teloorgaan, uit de Krajina verdreven werden, in Bosnië tot een - in hun ogen - ongunstig vredesakkoord gedwongen werden, nog steeds gebukt gaan onder het enorme vluchtelingenprobleem, en aan de bedelstaf gebracht werden door oorlog en ‘transitie’, hechten gretig geloof aan praatjes van iemand als Seselj, die de internationale gemeenschap en Milosevic van alle rampen de schuld geeft. Een minimum aan inlevingsvermogen en een gebaar van die internationale gemeenschap hadden Seselj beroofd van de helft van zijn argumenten. Daarmee had de internationale gemeenschap misschien ook zichzelf gespaard van Seselj als president van Servië.