MUZIEK: Matthew E. White

Met slaapzand in de ogen

De verschijning van Matthew E. White is even opvallend als de muziek die hij maakt. Een rijzige man in wit pak, met haar tot aan zijn buik en een bijbelse baard.

Eigenlijk is niets gewoon aan deze artiest uit Virginia die afgelopen zomer in de Verenigde Staten en nu in Europa debuteert met de gevarieerde, zwoel zuidelijke smeltkroes Big Inner. Soul, country, funk, gospel en jazz zijn steeds vakkundig samengesmolten en zo geproduceerd dat de zeven liedjes elk een hoofdstuk van een verhalenbundel lijken. De invloed van White’s eerdere werk als arrangeur is hierin terug te horen. De muzikale breedte wijst behalve op een degelijke muzikale opleiding op een open blik. Die heeft hij wellicht opgedaan in zijn bijzondere jeugd op verschillende internationale locaties, als kind van een missionarisechtpaar.

Big Inner is in eerste instantie de lakmoesproef van de 35-koppige groep, met koor en blazerssectie, die hij voor het maken van opnamen voor zijn label Spacebomb heeft samengesteld. Zijn ambachtelijke werkwijze is gebaseerd op het opereren met een huisband, zoals de grote oude soullabels in de jaren zestig en zeventig. Het eindresultaat omschrijft hij zelf als ‘a gentleman’s psychedelica from the New World’, een beschaafde mix met van alles en nog wat aan Amerikaanse stijlen. Een soort eigen versie van het Braziliaanse Tropicalia, dat in de jaren zestig zowel hoge en lage cultuur als nieuwe en oude muziek combineerde. Hoewel de vaak persoonlijke teksten de nodige tragedie kennen, is de toon nooit wanhopig en voelt Big Inner als een warme deken. Dat heeft ook te maken met White’s vriendelijk klinkende, balsemende bariton. Een stem die prima bij de muziek past, zelfs als hij murmelt alsof het slaapzand nog in zijn ogen zit, zoals bij de bijna lome melodie van opener One of These Days. Op ballad Gone Away lispelt hij tegen een verloren dierbare (‘why are you living in heaven?’) en geeft zijn geruststellende stem het liedje een gevoel van geborgenheid mee en extra diepte.

Soms zit White dicht tegen voorbeelden Al Green en Randy Newman aan (de strijkers en opzet van Hot Toddies lijken een ode aan de laatste), maar toch klinkt hij vooral als zichzelf: een grote vriendelijke, soulvolle dominee die zijn optimistische Jezus-evangelie vruchtbaar over de hele plaat sprenkelt. Al die verschillende elementen komen indrukwekkend bij elkaar op het bijna tien minuten lange sluitstuk Brazos. Blazers, strijkers, koor en de honingzachte brombeerstem van White vinden kabbelend hun weg met soms een eruptie. Dan komt halverwege het keerpunt met een soepele overgang naar het refrein van de Braziliaanse klassieker Brother (van Jorge Ben Sol). ‘Jezus Christ is your brother, Jezus Christ, he is your friend’ luidt de tekst vanaf dat moment repeterend, met daaraan toegevoegd een vloeibare basloop, devote zang en aanzwellend koperwerk. Zijn liefde voor Bernstein verradend is dat deel zelfs bijna musical, maar net als op de rest van de plaat slaan de volheid en het religieuze karakter niet om in kitsch of gedweep. Big Inner klinkt gelovig als goede gospel. Geloofwaardig, toegewijd en met veel liefde voor het muziek maken.

Matthew E. White, Big Inner, label: Domino/Spacebomb