Toneel: The Nation

Met ‘The Nation’ laat Eric de Vroedt zien waar hij in excelleert

Medium the nation   het nationale theater 08   sanne peper
© Sanne Peper

Ergens in een dichtbije toekomst, laten we zeggen in de winter van 2018, verdwijnt er in de Schilderswijk te Den Haag een jongetje dat in de opsporingsberichten aanvankelijk Ismaël A. wordt genoemd, later Ismaël Ahmadovic, een zwart jochie van elf, opgepakt tijdens relletjes in de buurt. Vlak voor wij, de toeschouwers, de voyeurs, in de toneelzaal aankomen, is dit jongetje in de toneelwerkelijkheid op een hardhandige manier meegenomen voor een eveneens hardhandig verhoor op het politiebureau. Daarna is hij gewond afgevoerd, opnieuw opgepakt, daarna definitief verdwenen.

De vertelling opent kortom op de jachtige manier waarop iedere eerste aflevering van iedere sterke televisieserie verloopt: razendsnelle prologen en overgangen naar een chaos die in een mum van tijd niet meer is te overzien. Je bent als kijker het zoekraken van dat jochie na een minuut of twintig ook min of meer gewoon gaan vinden, of zelfs vergeten. De verdwijning of ontvoering van Ismaël A. is geworden wat Alfred Hitchcock een McGuffin placht te noemen, de aanleiding, de simpele slinger aan het uurwerk van het Grote Mechanisme dat we kennen als ‘de loop der dingen’, of ‘de maatschappelijke ontwikkeling’, of ‘een mediahype’. Het jochie laat zijn dierbaren en de runderen die het voor het zeggen hebben hard heen en weer hollen. En na een half uur zie je alleen nog maar hysterische dierbaren en hard heen en weer hollende runderen. We schreven al over dit toneelevenement in De Groene van 17 mei, met als aanleiding dat de eerste drie delen van de levende en levendige dramaserie-op-toneel The Nation in het Holland Festival vertoond gingen worden. Nu is de serie af en reizen alle afleveringen als een toneelmarathon tot eind januari van het nieuwe jaar langs de schouwburgen.

Bij aanvang van aflevering vier is het al dag tien van de verdwijning van Ismaël. Na enerverende ontwikkelingen binnen de familie van het ontvoerde kind, de biologische zowel als de opvoedkundige, overigens twee totaal verschillende Haagse werelden, is de focus nu komen te liggen op een sociaal-democratisch politicus, Wouter Wolff geheten, die ergens in deel drie al een netwerk van pedofielen door machten van buiten op zijn cv ziet binnengeschoven.

In deel vier doet Eric de Vroedt een van die dingen waarin hij sinds zijn theaterreeks Mighty Society (2004-2012) heel goed is geworden: hij analyseert op het toneel een politieke rel, hij vlecht er een mediastorm in, laat een radicale vlogger met bommetjes gooien en ensceneert een partijpolitieke downfall als modern koningsdrama. Inclusief de Turkse opvolger die zich alvast warmloopt voor het centrale podium en die en passant wordt geschetst als de allochtone homo politicus die ‘de Armeense genocide beschouwt als een voetnoot in de roemruchte Turkse historie’. Je hoeft de aanwijzing ‘iedere gelijkenis met werkelijke personen berust op toeval’ er niet eens meer bij te verzinnen. Bij de politieke toneelschrijver De Vroedt is het schoolbord overigens altijd ver weg, hij is een meester in suggestieve manipulatie in een stoofpot van realiteit en fictie. Toneel maken over de wereld van nu, zo weet hij, is immers ook op een geraffineerde manier het knapste liegbeest van de klas uithangen.

Medium the nation   het nationale theater 02   sanne peper
© Sanne Peper

De Umwelt van de ontvoering en verdwijning van Ismaël Ahmadovic is er ook een van old boys networks, van grootkapitaal en politiek bij mekaar in een zweethok, de onder- en bovenwereld aan de tap in een hoerenkast. De gevallen politicus Wouter Wolff (Hein van der Heijden) en de louche ondernemer Sjoerd van der Poot (Mark Rietman) hebben een studentenverleden samen. Heel aflevering vijf van The Nation is gereserveerd voor de grote afrekening tussen die twee. En dat is iets anders waar Eric de Vroedt heel erg goed in is geworden: scènes à deux waarin alles op het spel staat, geschreven op het scherp van de gulden snede, gemaakt op de huid van werkelijk grote toneelspelers. Voorbeeldje? Twee mannen in gesprek over een echte Rothko.

Wolff: Je bent en blijft een gereformeerde zielenpoot uit Elspeet.
Van der Poot: Jouw tijd is over, Wouter. Van jou en je hele intellectuele kliek. Jullie hebben jezelf gereduceerd tot accessoire, overbodig en te koop. Vandaag de dag bepalen wij hoe we dat schijtschilderij interpreteren. Weet je waarom? Omdat wij ’m kunnen betalen. Omdat wij daar keihard voor werken.
Wolff: Die eeuwige ondernemersmythe! Alsof voor deze obscene rijkdom echt gewerkt is en die niet te danken is aan speculatie en brievenbusmaatschappijtjes.
Van der Poot: Je had ’t niet door, maar hij hangt ondersteboven. Omdat ik ’m zo veel mooier vind. Omdat ik wil dat het licht in de hemel zit en daar beneden de hel. Ik kende dat jongetje niet. Het was het lot dat wij elkaar die avond zagen. De Alwetende gaf ’t mij cadeau.
Wolff: Je hebt vals gespeeld, Sjoerd. Je kocht ambtenaren om teneinde bij het licht te komen. Met een smaadcampagne stortte je een staatscommissie in de duisternis. Je misbruikte een kind om mij te vernietigen.
Van der Poot: Dat is typisch links. Jullie klagen over rechtse complottheorieën, maar omgekeerd is het allemaal één groot bedrog. Weet je waarom jij valt? Omdat ze je daarbuiten haten. Om je zelfvoldane kop. Jouw gebroken beloftes. Jouw gebrek aan fantasie.
Wolff: Hoe ver ga jij voor je droom?
Van der Poot: Zo ver als nodig is.
Wolff: Dus alles is geoorloofd?
Van der Poot: Ben jij bereid de prijs te betalen? Bloed, Wouter. Als je iets van betekenis tot stand wilt brengen, moet je je van alles losmaken. Om een omelet te bakken moet je eieren stukslaan. Vooruitgang is duur. Ik geef alles op.

Wat Mark Rietman en Hein van der Heijden hier tonen is vóór alles het verhaal, een grootse botsing tussen reuzen (of dwergen) die iets essentieels komen vertellen. En het is ook de som der delen, van twee op de toppen van hun kunnen toneelspelende giganten – rustig, ontspannen, kaal, hard, meedogenloos, spannend om mee te maken.

En Ismaël?

Ik geef niks prijs, verklappen is er echt niet bij. Om te weten hoe het hem vergaat moet u gaan kijken. Maar niet alleen daarom. De apotheose is er een met een knik, een slotoffensief dat een graat overdwars in uw keel en een litteken op uw hersenschors achterlaat. Niet gericht op de spanning van de afloop, maar juist op de thrillersuspense in het verloop. Een hersenknersende finale is het. Met een ontroerend en teder slot. Dat ook. Gaat dat zien!


The Nation, t/m 21 januari 2018 door het hele land.