Met z'n allen niet naar het debat

De journalist en schrijver Sebastian Haffner (1907-1999) beschrijft in Het verhaal van een Duitser zijn indrukwekkende herinneringen aan het Duitse interbellum, hoe hij als jongetje de verrichtingen aan het front van de Eerste Wereldoorlog volgde.

Zo vaak hij kon rende hij naar een sigarenwinkel in de buurt waar een grote landkaart hing, waarop de posities van de strijdende partijen werden aangegeven met vlaggetjes. De miniemste verschuiving van de vlaggetjes bezorgde hem rillingen van opwinding. Dat het om een oorlog ging, met echte gewonden en echte doden, verdween door de vlaggetjes uit zicht. Het draaide om winst en verlies, de oorlog was een voetbalwedstrijd geworden. Spannend!

Verkiezingen zijn geen oorlog en de landkaart in de buurtwinkel is al lang vervangen door een kluwen aan media, maar het gevoel van de kleine Haffner leeft ook nu volop: politieke strijd als sportwedstrijd, met winnaars en verliezers, en elke dag verse statistieken. Dat die wedstrijd om méér gaat dan om doelpunten, om de toekomst van Nederland bijvoorbeeld, lijkt in de zalige opwinding ver naar de achtergrond te raken.

Er wordt dezer dagen veel gedebatteerd over het politieke debat, en dan met name het debat op tv. Alle omroepen, de publieken en de commerciëlen, willen een stukje van de taart, waardoor de Grote Lijsttrekkersdebatten (met hoofdletters) niet meer te tellen zijn. Elk programma probeert de politieke leiders in zo origineel mogelijke formats te persen - Kunt u rechtsom over de rode loper lopen? Kunt u met ja of nee antwoorden op de volgende vraag? - en elk programma opent liefst met een voorbeschouwing en eindigt met een aftermath. Behalve het debat wordt zo meteen het debat óver het debat georganiseerd, en de geschreven pers reageert weer op dat meta-debat. Het resultaat: verslaggeving in de derde graad.

Het is al vaak geconstateerd, maar betreurenswaardig blijft het: de inhoud komt er bekaaid af. ‘Da’s logisch’, om met Johan Cruijff te spreken, want sport gaat niet om inhoud, sport is louter vorm. En spanning.

Belangrijker dan de constatering is dan ook de oplossing. De media zullen, in hun strijd om kijkers en advertentiegelden, blijven proberen politici in hun formats te dwingen. Campagnestrategen zullen blijven ijveren om die formats zo te plooien dat politici tot hun recht komen, want nee zeggen tegen de tv, dat is een stap te ver. Maar al is er nog zo onderhandeld achter de schermen, met als doel het nu eindelijk eens over de inhoud te laten gaan, het is tot nog toe steeds vergeefs gefloten.

Maar waarom geen nee gezegd? Als de verschillende politieke partijen ergens een cordon sanitaire omheen zouden moeten leggen, dan is het om het televisiedebat. De kiezer heeft recht op informatie, is het tegenargument. Ja, de kiezer heeft recht op informatie. Is dan niet de belangrijkste les dat politiek meer is dan een wedstrijd vliegen afvangen, jij-bakken retourneren en oneliners slingeren?