Met zijn neus vooraan

Henk van Renssen
De revolutieverzamelaar: George Nypels, reiscorrespondent tussen de wereldoorlogen
Podium, 271 blz., € 19,90

Heel lang, tot ver in de jaren vijftig, is de Nederlandse pers gedomineerd door politieke en kerkelijke autoriteiten. En ook daarna waren het vooral de commentatoren, de beschouwers, de analisten en de opinieleiders die de toon aangaven. De echte newsgetter, het type razende reporter, is hier in tegenstelling tot in Amerika en Groot-Brittannië altijd minder in tel geweest. Daarom is de naam van de Maastrichtse journalist George Nypels (1885-1977) in het vergeetboek geraakt.
Terecht heeft Henk van Renssen, eindredacteur van Vrij Nederland, hem er uitgehaald en met zijn boek De revolutieverzamelaar een klein monument opgericht voor deze avontuurlijke journalist. Hoewel Nypels oud is geworden en heel lang als journalist heeft gewerkt, is het overgrote deel van dit boek gewijd aan de eerste vijf jaar na het einde van de Eerste Wereldoorlog. Het was de periode waarin grote Europese rijken ineenstortten, de kronen over straat rolden en in Oost- en Zuid-Europa tal van revoluties uitbraken. Nypels deed van dit alles verslag in het Algemeen Handelsblad.

Het boek begint wanneer Nypels in het revolutionaire Berlijn van eind 1918 een korte ontmoeting heeft met Karl Liebknecht en getuige is van de mislukte pogingen een communistische revolutie te doen uitbreken. Opgewekt noteert hij dat hij met zijn ‘journalistieke neus in de revolutionaire boter [is] gevallen’. Van de Duitse revolutionairen in Berlijn en later in München heeft Nypels geen hoge pet op. De schrijver Ernst Toller, die een week aan het hoofd stond van de Beierse Radenrepubliek, is in zijn ogen ‘een vreselijk idioot kereltje’, terwijl hij Gustav Landauwer, ‘met zijn lange zwarte Papoeaharen’, beschrijft als een even wereldvreemde als arrogante gek. Merkwaardig genoeg is hij van mening dat de Hongaarse revolutionairen van Béla Kun ‘meer intellectuele, fijner beschaafde, veel hoger staande mensen’ zijn dan hun Duitse geestverwanten.

Nypels staat overal met zijn neus vooraan en spreekt al in 1920 met Mussolini, van wie hij een aanbevelingsbrief krijgt voor Gabriele D’Annunzio, de decadente dichter die met een stelletje Italiaanse veteranen de havenstad Fiume bezette. Hij is een van de eerste westerse journalisten die de Turkse rebellenleider Mustafa Kemal, de latere Atatürk, interviewt. En hij bevindt zich al in het voorjaar van 1923 onder het gehoor van de nog onbekende maar onmiskenbaar briljante demagoog A. Hitler: ‘Drie volle uren lang heb ik hem dingen horen vertellen waarvan slechts een zéér klein percentage me sympathiek was. En toch heb ik me geen ogenblik verveeld.’