Met zinnelijke nagalm

Wij passeerden de hoge zware deur die de afdeling eerste hulp van het ziekenhuis afsloot van de buitenwereld. Mijn oversteek van de Kalverstraat, in het cadavereusgele vehikel aan voor- en achterkant gemerkt als ED-80-27 - altijd al op zijn best wanneer het onbewaakte kruispunten rook - precies een meter ervoor gas los - ogen dicht - vijf meter verder weer flink op z'n staart getrapt - rekening houdend met de zijwind van links - echte bioscoopwind - ‘als ik Corso onder haar Roxy’ - die het licht doorgebogen canvas boven mijn hoofd te grazen nam alsof er iemand op zolder kolen aan het scheppen was - neus drie graden oostnoordoost ten opzichte van de Oudebrugsteeg, loog er niet om.

Het verraderlijke Rokin wachtte ons. Geen tijd om stil te staan bij Erasmus. Decennialang de mooiste etalage van de stad. Alsnog adieu Erasmus! Dat ik mijn frêle oogopslag weer terughad kreeg ik pas in de gaten toen ik rederij Kooij in het vizier kreeg. Buitenstaanders laten op dit moment de mondhoek wellicht een millimeter zakken, daarmee de kwestie of deze weduwe wel recht op de graat was in onze tweede wereldoorlog blauwblauw latend, maar de vraag of het Allard Pierson Museum aldaar op het moment van ons verhaal al meer dan één dag geopend was, in con cept gestalte gevend. Voor ons verhaal overbodig. Uiterst. Dat heb je met buitenstaanders, ook al hangen zij in minder goede gesprekken van wetenswaardigheden aan elkaar. In het interieur van het revolutionaire auto-ontwerp was een niet zozeer berustende als wel afwachtende stemming voelbaar. Die zelfs door het bijna haaks oversteken van de tramrails, waar de carrosserie een aangenaam deinende cadans met zinnelijke nagalm aan overhield, niet meer kon worden gedwarsboomd. Al besef ik dat het achteraf makkelijk praten is. Uiterst overbodige buitenstaander. Waar had ik dat meer gehoord? Afgezien daarvan, het was laat. Aan gene kim roerde zich reeds Uirora. Traag, als een terugdeinzende mammoet, viel de hoge deur in het slot. Stank van ternauwernood bezworen lijden sloeg de kille armen om ons heen.