Het verraderlijke Rokin wachtte ons. Geen tijd om stil te staan bij Erasmus. Decennialang de mooiste etalage van de stad. Alsnog adieu Erasmus! Dat ik mijn frêle oogopslag weer terughad kreeg ik pas in de gaten toen ik rederij Kooij in het vizier kreeg. Buitenstaanders laten op dit moment de mondhoek wellicht een millimeter zakken, daarmee de kwestie of deze weduwe wel recht op de graat was in onze tweede wereldoorlog blauwblauw latend, maar de vraag of het Allard Pierson Museum aldaar op het moment van ons verhaal al meer dan één dag geopend was, in con cept gestalte gevend. Voor ons verhaal overbodig. Uiterst. Dat heb je met buitenstaanders, ook al hangen zij in minder goede gesprekken van wetenswaardigheden aan elkaar. In het interieur van het revolutionaire auto-ontwerp was een niet zozeer berustende als wel afwachtende stemming voelbaar. Die zelfs door het bijna haaks oversteken van de tramrails, waar de carrosserie een aangenaam deinende cadans met zinnelijke nagalm aan overhield, niet meer kon worden gedwarsboomd. Al besef ik dat het achteraf makkelijk praten is. Uiterst overbodige buitenstaander. Waar had ik dat meer gehoord? Afgezien daarvan, het was laat. Aan gene kim roerde zich reeds Uirora. Traag, als een terugdeinzende mammoet, viel de hoge deur in het slot. Stank van ternauwernood bezworen lijden sloeg de kille armen om ons heen.