Metafoor voor Moebarak

Hanco Kolk en Arnon Grunberg, Van Istanbul naar Bagdad, € 20,00
Milan Hulsing, Stad van klei, € 19,90

Een kleine tien jaar geleden verscheen het boek Palestine van striptekenaar of, beter gezegd, stripjournalist Joe Sacco (in 2005 vertaald als Onder Palestijnen). Sacco verbleef een paar maanden in de bezette gebieden, waar hij bewoners interviewde en aan den lijve ondervond hoe wreed de Israëlische bezetting was. Later werkte hij dit uit tot een schokkende en overtuigende ‘stripdocumentaire’, die veel stof deed opwaaien. De details in het verhaal en de persoonlijke toon zijn overtuigender dan welke schokkerige CNN-reportage dan ook.
Bij het lezen van Van Istanbul naar Bagdad moest ik telkens denken aan Sacco’s boek. Grunbergs roadtrip door het Midden-Oosten, die eerst als een serie reportages in NRC Handelsblad werd gepubliceerd en later door Kolk virtuoos is bewerkt tot een graphic novel, heeft veel overeenkomsten met Sacco’s avonturen. Zoals de laatste episode van het boek. Grunberg is inmiddels aangekomen in Bagdad en verveelt zich op de hotelkamer, wachtend op bericht van een Iraakse journalist. Hij beschrijft hoe een 'fixer’ bij hem langskomt. Elke correspondent maakt gebruik van een fixer, die hem wegwijs maakt en handige contacten heeft. De chauffeur die zich aanbiedt als gids is behoorlijk arrogant en doet alsof hij werkelijk onmisbaar is. Alleen al voor het korte gesprek moet Grunberg hem flink betalen: 'Jij ook goede vriend? Dan kun je me iets betalen. Ik heb vrouw en kinderen kip beloofd! Dit is voor falafel!’, waarna de schrijver zijn portemonnee maar weer trekt. Bovendien neemt de man ook nog de tros bananen mee van de fruitschaal! Grunberg maakt eigenlijk niet zo gek veel mee in Bagdad, maar de manier waarop hij zijn situatie beschrijft, de collega van USA Today voorstelt en laat zien hoe een lompe chauffeur doet alsof er zonder zijn hulp geen journalistiek mogelijk is, doen sterk denken aan Sacco’s ervaringen in oorlogsgebieden. Journalisten zijn overgeleverd aan alle aangeboden hulp, waar ze flink voor moeten betalen.
Voordat Grunberg zich kan vervelen op zijn hotelkamer met telkens een nieuw, hilarisch T-shirt aan ('Danish Cartoonist Society’ of 'Body Bag’) heeft hij een lange autoreis gemaakt vanuit Istanbul. Met een klein reisgezelschap bezoeken ze onderweg het mausoleum van Atatürk, een derwisjenschool en een Turkse oorlogsfotograaf. Zo krijg je het idee dat je het gebied goed leert kennen. Ronduit grappig is de tolk Gül, die Grunberg op zijn reis begeleidt. Zij is bazig, arrogant, betweterig en misschien wel gek. Dat denkt Grunberg tenminste als ze eindelijk afscheid van hem neemt: 'Ik zal vanaf nu zeggen: tot ik Gül ontmoette, kende ik de waanzin alleen maar van horen zeggen.’ De reis bestaat echter niet alleen maar uit gekibbel en humoristische bezoekjes aan toeristische highlights. Kolk en Grunberg hebben er een paar leidmotieven in verwerkt die het verhaal boven een standaard reisverhaal uittillen. Zoals het beeld van een klein meisje dat samen met haar moeder werd gedood tijdens de Iraakse gifgasaanval op de Koerdische stad Halabja in 1988. Grunberg ziet de foto bij de fotograaf Öztürk aan de muur en vervolgens keert dat kleine meisje telkens terug in zijn gedachten. Van Istanbul naar Bagdad is bovendien een schoolvoorbeeld van hoeveel een striptekenaar kan toevoegen aan een geschreven tekst. 'Verstrippingen’ van romans zijn tegenwoordig schering en inslag, maar zelden hebben ze een meerwaarde. Grunbergs tekst was al interessant, maar met Kolks tekeningen is het onweerstaanbaar en smaakt het naar meer.
Een heel andere Midden-Oosten-strip, maar niet minder actueel, is Milan Hulsings Stad van klei. Hulsing verbleef enige jaren in Caïro en de ervaringen die hij daar opdeed verwerkte hij indirect in Stad van klei. Hoe actueel kun je zijn als striptekenaar? Hulsings stripboek is echter geen journalistiek boek, zoals dat van Sacco of Grunberg/Kolk, maar is fictie als 'venster op de wereld’, zoals film dat vroeger was. Het verhaal over corruptie en waanzin ademt een authentieke sfeer, die iemand die het land niet kende nooit zo overtuigend zou kunnen neerzetten. Stad van klei begint intrigerend met een man met autopech in de woestijn, terwijl er net een zandstorm raast. Hij vlucht voor een grote schaduw. Wanhopig smeekt hij nog: 'Maar ik heb u geschapen; zonder mij…’ Gaat het over de legendarische golem, een man van klei? Wat wel direct duidelijk is, is dat Hulsings tekenstijl na zijn debuut Wat fred niet wist (2004) nog spectaculairder is geworden. De zandstorm met zwiepende palmbomen, crashende auto’s en dreigende wolkenluchten zijn fraai geaquarelleerd met bruine inkt, die soms wat doorloopt.
Dan begint het verhaal in Caïro, 'een jaar eerder’, dat realiteitsniveau is weer in gewone zwarte inkt gepenseeld. De verstrooide ambtenaar Salem sleept zich naar zijn kantoor, waar collega’s hem achter zijn rug belachelijk maken. Hij heeft een plan bedacht dat even gewaagd als briljant is: hij verzint een stad in de woestijn, Khaldiya, waarvoor hij de publieke geldstromen zal beheren. De lonen van het politie- en ambtenarenapparaat en andere declaraties zal hij doorsluizen naar een bankrekening van een stroman. In zijn appartement bouwt hij een stad van klei, waardoor hij meer greep krijgt op zijn fictieve werkplaats. Of verliest hij juist daardoor zijn greep op de werkelijkheid? De verhalen over Khaldiya die Salem verzint om rapporten over te schrijven om het geld te laten stromen worden steeds realistischer. De corruptie van de incapabele hoofdinspecteur neemt steeds verder toe en Salem duikt af en toe op als figurant in zijn eigen parallelle wereld. Hij verwaarloost zichzelf en wordt steeds verwarder…
Stad van klei gaat niet direct over de Egyptische actualiteit, maar geeft wel een goed beeld van een maatschappij die doordrongen is van corruptie en intimidatie. Ambtenaren zijn goden, die zelf een fictieve stad uit de woestijn kunnen stampen. De politiecommandant is een bullebak en houdt zich vooral bezig met hoerenbezoek en afpersing. Maar vooral de waanzin die langzaam maar zeker het leven van Salem binnensluipt is goed opgebouwd. Hij begint als een lichtelijk gestreste ambtenaar, maar door zijn imaginaire stad raakt hij de greep op de werkelijkheid volledig kwijt. Een metafoor voor Moebarak die zich steeds verder terugtrok achter zijn geheime dienst?

ARNON GRUNBERG EN HANCO KOLK
VAN ISTANBUL NAAR BAGDAD
Podium, 144 blz., € 20,-
MILAN HULSING
STAD VAN KLEI
Oog&Blik/De Bezige Bij, 136 blz., € 20,-