Matthijs van Nieuwkerk tijdens een hommage aan de DWDD presentator, 2 oktober 2020 © Sander Koning / KIPPA / ANP

Pubquizvraag: wie scoorde dit seizoen de winnende goal in de Champions League-finale?

We bogen over de tafel, koppen bij elkaar. We hadden vooraf hamburgers gegeten, ipa‘s gedronken, kortom, toch een gezelschap dat comfortabel in zijn voetbalkennis moest zitten.

Was het niet Raheem Sterling? zei iemand.

Mbappé, sowieso Mbappé.

Het viel even stil. Is het niet altijd Cristiano Ronaldo? opperde ik en werd aangekeken alsof ik Marco van Basten had voorgesteld. Ronaldo bleek oud nieuws. Zo gaat het. Je bent heel lang de beste en de sterkste en dan knipt iemand met zijn vingers en ben je een dinosaurus.

We gingen voor Sterling.

Uniek, dat ben je al snel als niemand anders dezelfde kans krijgt

Fout. De clubs van Sterling, Mbappé en Ronaldo bleken niet eens in de finale gespeeld te hebben en we besloten, eensgezind, dat het niet onze schuld was dat we dit niet wisten maar de schuld van de Champions League zelf. Ooit won Ajax drie keer op rij, maar als iemand over de tijd begon klinkt het alsof hij Langs het tuinpad van mijn vader zingt. Die tijd is voorbij. Van de grote clubs zijn de budgetten astronomisch gegroeid. Ze kopen moeiteloos de getalenteerde spelers bij kleinere clubs weg om ze als warmhoudertjes voor de reservebank te gebruiken. Het gevolg is dat de rijke clubs sterker worden, de kleinere clubs maken geen kans meer. En dus halen de Reals, de Bayerns of de Chelseas elk jaar de finale van de Champions League. Verrassingen komen nog zelden voor, het is stervenssaai. Natuurlijk onthoud je niet wie de winnende goals scoorde.

In de volgende ronde, de muziekronde, maakten we het weer goed door als enigen binnen vijf seconden Through the Barricades te herkennen. We zitten goed in onze Spandau Ballet.

Het is alweer bijna een maand geleden dat de Volkskrant onthulde dat Matthijs van Nieuwkerk geen heer van stand bleek te zijn. (‘Een heer van stand, Tom Poes, strooit graag een glimlach om zich heen. Hoe hevig de baren ook beuken op zijn dapper zelfvertrouwen, hij laat zich niet ontberen; zijn zonnig humeur gaat niet teloor.’) Wel bleek hij een topvoetballer; hijzelf en iedereen die het voor hem opnam gebruikte de Champions League-metafoor. Elke dag een liveprogramma maken was topsport, voetballen op het hoogste niveau, en DWDD reikte naar het beste. De Champions League dus.

Het is een metafoor die klopt en mank gaat tegelijk. Zoals een Bayern of een Real had DWDD middelen die geen enkel ander programma tot zijn beschikking had. Toen de tol die de redactie betaalde voor Van Nieuwkerks zonnige humeur bekend werd bij de leiding van BNNVara was de enige oplossing de portemonnee trekken en meer mensen aannemen. Moet op bladzijde 1 staan van het managementboek voor mensen die denken dat ze met geld alles kunnen oplossen. (Bovendien maakte dit geen verschil, want zoals in de podcast De mediameiden helder werd gesteld door een oud-DWDD-redactrice: er zit een verschil tussen werkdruk en werksfeer. De werkdruk wordt bepaald door de hoeveelheid werk die je moet verrichten; de werksfeer door of je wel of niet door de best betaalde werknemer van de publieke omroep wordt uitgekafferd.)

Meestal eindigen Champions League-finales in 1-0. Dit jaar ook: Real tegen Liverpool. (Vinícius, in de 59ste minuut.) De topteams zitten waterdicht op elkaar. Precies hier gaat de metafoor van DWDD mank. Want je kunt volhouden dat je op het hoogste niveau speelt, maar op het moment dat je de enige speler bent, ben je alsnog een jongetje dat een balletje tegen de muur trapt. Nooit heeft De wereld draait door echt concurrentie gehad. Nooit programmeerde rtl of sbs of een ander NPO-net op hetzelfde tijdslot een tv-programma met dezelfde middelen dat iets soortgelijks probeerde te maken. Het gevolg is dat DWDD overal mee kon wegkomen. Positief uitgelegd betekende dat unieke lange interviews, stilteconcerten en hoorcolleges, negatief betekende dat heel veel heel saaie afleveringen omdat precies dezelfde BN’ers en opiniemakers aanschoven die er de week daarvoor ook al zaten, en de week daarvoor ook. In de maanden dat DWDD niet uitzond liet BNNVara niks met dezelfde ambitie maken.

Een uniek talent, noemde de BNNVara Van Nieuwkerk graag vergoelijkend. En op zijn best had Van Nieuwkerk ook een uitzonderlijke flair voor de Nederlandse tv. Maar uniek, dat ben je al snel, als nooit iemand anders dezelfde kans krijgt.

Het diepere probleem van de Champions League-metafoor is de grotere organisaties die eraan hangen – met sjeiks en oligarchen die clubs als speeltjes bezitten, de Uefa, de Fifa, organisaties die elke geloofwaardigheid verloren hebben. Stel, je bent de npo, en je wil daar niet mee vergeleken worden. Dan moet je een structuur optuigen waarin zenderbazen geen dictaten afgeven, waar regels over salariëring via sluiproutes niet omzeild worden, waar jong talent en vernieuwing hun kans krijgen en waar niet altijd dezelfde formats en dezelfde tv-persoonlijkheden dicteren. Dan moet de hele npo op de schop. Net als het internationale voetbal.