Metaforen per dienstfiets

EEN AANTAL JAREN geleden maakte ik op een congres kennis met een Oosteuropese PTT-beambte. De man was bezig een wereldwijd net op te zetten van amateurschrijvers die bij de PTT werkten. Hij vroeg of ik hem kon helpen ook bij de Nederlandse PTT het schrijven tot grote hoogte te brengen. Omdat ik aan het loket liever postzegels krijg dan een gedicht, heb ik van interventie afgezien. Wel heeft het succes van de film Il postino mij juist voor deze man verheugd.

Wat moet hij opgewonden zijn geraakt door de belevenissen van de dichtende brievenbesteller Mario Ruppuoli. Vanaf eind oktober 1995 draait de film nu alweer voor de 94ste week onafgebroken in ons land, dat wil zeggen in Amsterdam.
Het succes van Radfords film liet zich bij het verschijnen van de recensies niet meteen aanzien. Huib Stam, in de Volkskrant, noemde het verhaal weliswaar ‘aardig, lieflijk, met goed verdeelde verrassinkjes, maar helaas ook behoorlijk onbenullig’. De 'kleine, humoristische tragiek’ van de hoofdfiguren bedacht Stam zelfs met de volgende, overigens positief bedoelde vergelijking: 'Zoals goede regisseurs van kinderfilms iets moois kunnen laten bloeien op een boerderij met kinderen en geiten.’ Ook Pieter Steinz in NRC Handelsblad vond de film niet bepaald groots. Wel noemt hij Il postino 'een monumentje voor Massimo Troisi’, die 'met een onweerstaanbaar droefgeestige mimiek en een onverstaanbaar maar expressief accent’ de rol speelt van de visserszoon Mario die postbesteller wordt.
Een paar gegevens, ter opfrissing van het geheugen, want de meeste lezers van dit blad zullen zich de film nog goed herinneren: Il postino is geïnspireerd op enkele gebeurtenissen in het leven van de Chileense dichter-diplomaat Pablo Neruda, die in 1971 de Nobelprijs voor literatuur ontving. In 1952 moest Neruda zijn land verlaten en verbleef hij in ballingschap in Italië. Later, terug in Chili, sloot Neruda vriendschap met een postbode. In de film worden beide laatstgenoemde biografische elementen gecombineerd en daarmee geromantiseerd. De op het eiland in ballingschap verkerende dichter ontvangt een hoop post. Om hem die te bezorgen wordt een speciale brievenbesteller aangesteld.
IN HET VERHAAL van Il postino ligt de nadruk op de zich ontwikkelende vriendschap tussen de dichter (gespeeld door Philippe Noiret) en zijn postbode, die als visser op zee steeds verkouden werd en op zoek ging naar een ander baantje. Als privé-postbode van Neruda ziet Mario dat zijn klant vooral veel post ontvangt van vrouwen. Dat is niet echt verwonderlijk, zelfs zijn eigen vrouw spreekt hij voortdurend met 'Amor’ aan, waarna hij doorgaans een dansje met haar maakt.
Poëzie en liefde. Waarschijnlijk heeft mijn Oosteuropese PTT-connectie van Il postino geleerd dat bij Italiaanse brievenbestellers vrouwen boven de kunst gaan. Misschien is dat een typisch trekje van amateurschrijvers. Met een scherp oog ziet Mario meteen dat het maken van gedichten die de harten van vrouwen in beweging brengen, vooral neerkomt op het juiste gebruik van metaforen. Hij gaat meteen aan de slag. En tot niet geringe verbazing van vele dichters in de bioscoopzaal heeft hij onmiddellijk succes. De fraaie Beatrice, voor wie menigeen graag een gedicht zou willen opzeggen, en die Mario eerst een ongelooflijke sul vindt (hij verliest zelfs van haar met tafelvoetbal), wordt verliefd op hem. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat de nieuwbakken dichter haar gevoelens uitsluitend opwekt door het citeren van Neruda’s gedichten. Maar voor dat plagiaat vindt hij, als goed katholiek, onmiddellijk een verklaring die een plaats zou verdienen in om het even welke pauselijke encycliek: 'Poëzie is geen eigendom van de dichter, maar van degene die haar nodig heeft.’
Met bovenstaande ironische karakterisering van de film schaar ik mij onmiddellijk in het rijtje recensenten die, naast bewondering voor aspecten van de film, hun bedenkingen ertegen opschreven. Daarmee zijn we overigens nog lang niet in de buurt van een verklaring voor het succes van deze cultfilm. Velen werden in ieder geval door de nogal onnozele Mario ontroerd en niemand zal het hem hebben gegund dat het scenario hem aan het einde van de film geheel overbodig en zelfs min of meer gezocht laat sterven. Of is het juist deze plotselinge dood die ontroert, en verlaten de toeschouwers de bioscoop in het tragische besef dat een sprookje over een eenvoudige postbode op een betoverend eiland, in een diepblauwe zee, waar gevoelige muziek klinkt en koddige meningen heersen over de kuisheid van vrouwen, nu eenmaal nooit kan beklijven?
HOEWEL HET moeilijk is, zo niet onmogelijk, de samenstellende elementen van ontroeringen te determineren, overkomt het gevoel de meeste mensen geregeld. Vaak als zij naar muziek luisteren. Maar ook andere kunstuitingen (om het bij die sector te houden) brengen het gevoel teweeg. Ontroering is veelvormig, een in wisselende samenstellingen voorkomende mengeling van vreugde, verdriet en melancholie, soms leidend tot een gevoel van bevrijding. Ontroering tilt ons voor enkele momenten naar een ander bewustzijnsniveau, maakt ons los uit de dagelijkse routine en gunt ons tegelijk een intense blik op de vergankelijkheid van het aardse. Ik herinner mij hoe ik, lang geleden, samen met een vriend heftig zat te snikken om het einde van het befaamde toneelstuk op rijm Cyrano de Bergerac, in de vertolking van Guus Hermus, een acteur met de uitzonderlijke gave emoties heel direct op het publiek over te brengen.
Wat ontroerde ons aan dat stuk? Natuurlijk het thema, waarin wij onszelf herkenden. Want weliswaar begiftigd met een snelle geest en een ratelende woordenvloed, moest Cyrano door het leven met een veel te lange neus. Deze stond model voor de gebrekkige lichamelijke schoonheid die wij onszelf toedichtten. Om zijn geliefde Roxanne toch met zijn woordkunst te bekoren, leende Cyrano zijn taal aan een welgeschapen jongeman, die natuurlijk dom was. Daarin zit het geniale van het thema, dat vooral mannelijke adolescenten moet aanspreken. Cyrano laat zien dat schrandere mannen die goed gebekt zijn (wij dus) niet hoeven te wanhopen. Ook als ze niet mooi zijn. Helaas vallen vrouwen in eerste instantie op mooi (niet op ons dus). Pas aan het einde blijkt dat Roxanne steeds op de geest is gevallen en niet op het lichaam. Dat luchtte ons bijzonder op. Wij snikten om onszelf, van verdriet en uit opluchting. Het verdriet was verbonden met de onmiskenbare tragiek van Cyrano. Gewond en bijna dood kan hij zijn geliefde niet meer lichamelijk beminnen. En dat terwijl hij het zo vaak had mogen doen als hij wilde. Liefde, vergeefsheid en afhankelijkheid, voortgekomen uit het conflictueuze contrast tussen lichamelijke schoonheid en de zich in woorden manifesterende geest. De ontroering die deze mengelmoes van emoties kon opleveren had daarbij wel een acteur van het kaliber van Hermus nodig om de toneel-illusie te laten ontstaan.
Cyrano levert zijn fraaie woorden aan een leeghoofd en Neruda aan Mario de postbode. Zowel Mario als het leeghoofd kunnen door de interventie van het ware genie rekenen op de affectie van de geliefde. Beiden veroveren zij de aanbedene met geleend gedachtengoed. Cyrano gaat zelfs nog verder door ook zijn stem aan de ander te lenen, maar waar Cyrano zijn liefde nooit kan consumeren, leeft Mario een tijdje gelukkig met zijn vrouw. In beide kunstwerken blijft de aanbedene uiteindelijk achter zonder man.
ZOU HET VERHAAL ons ook hebben ontroerd wanneer de scenarist de postbode niet had laten sterven en van hem een geslaagd arbeidersdichter had gemaakt?
Als de postbode in de film was blijven leven, ja wat dan? Dan had Neruda, die hem vergeten leek, na enkele jaren opnieuw het eiland bezocht en had het weerzien een soort eind goed, al goed betekend, met de kleine Pablito, Mario’s zoontje, als letterlijke uitkomst van de metaforen. In dat geval was de ontmoeting tussen de dichter en de postbode niet meer geweest dan een incident en hadden wij ontevreden de bioscoop verlaten.
Nee, een tragisch einde (maar niet zo opgelegd en al te duidelijk een noodgreep als het huidige) is voor een film als Il postino gewenst. Uiteindelijk heeft de toeschouwer toch te weinig aan het contrast tussen de voorname wijsheid die Noiret uitstraalt en de droefgeestigheid van Troisi. Het leven kan niet goed aflopen en een happy end is dus ook niet gepast in een film die ons werkelijk tot in onze botten raakt.
De intensiteit van het samenspel tussen Noiret en Troisi is, ondanks de tekorten van het verhaal, voorbeeldig. Noiret als Neruda straalt een combinatie uit van wijsheid en berusting, waardoor de kinderlijke eenvoud van het personage dat Troisi uitbeeldt iets idyllisch krijgt. Het is gemakkelijk gezegd: de wijze neemt de eenvoudige bij de hand en stelt hem in staat zijn doel te verwezenlijken. Dat doel is het veroveren van de geliefde. Maar een dergelijk thema moet vervolgens wel worden waargemaakt. Zou dit niet gebeuren dan werd het verhaal meteen lachwekkend.
Toen ik Mario met zijn gepikte metaforen bij Beatrice zag, moest ik onweerstaanbaar denken aan mijn eigen pogingen de harten van meisjes te openen en nog wel met mijn eigen metaforen. Mijn klasgenotes op de middelbare school reageerden een stuk minder hartelijk dan Beatrice en ze waren ook nog eens veel minder mooi. Hijgend van het harde trappen riep ik hen bij het naar huis fietsen vanaf mijn oude dienstfiets de metaforen toe waarin ik hun schoonheid verheerlijkte. Slechts zij die over een sportfiets met versnelling beschikten, ontkwamen aan dit lot. Maar misschien was alles anders verlopen als ik mijn jeugd had doorgebracht op een idyllisch eiland waar verder nooit iets gebeurde.
Het thema van Il postino is dus uiterst breekbaar. En het feit dat de film zoveel mensen heeft getroffen, moet dan ook worden verklaard uit het prachtig vertolkte samentreffen van de dichter en de postbode, waarin mensen iets weerspiegeld zien van hun eigen onhandigheid en frustraties, afgezet tegen de glans van artistiek en intellectueel meesterschap.
Toch zou de film zonder de extra uitstraling van Massimo Troisi lang niet zoveel indruk hebben gemaakt. Kort geleden konden wij deze acteur nog eens zien op de tv, in Scola’s film Splendor. Troisi is een type, ik zeg met opzet niet: typetje, hoewel hij dat ook is. Heel zijn verschijning straalt onhandigheid uit, en tegelijk nostalgie. In zijn rol als filmoperateur in Splendor verschilt hij niet veel van de postbode. In Splendor kijkt Scola nostalgisch terug op de naoorlogse jaren van de film in Italië. Deze nostalgie wordt extra geaccentueerd door de operateur, die voor eigen genoegen plaatjes van vrouwelijke filmsterren knipt uit de films die hij dagelijks vertoont.
Maar nostalgie op zichzelf is veel te weinig en kunstwerken die niet meer dan dat uitstralen, blijven doorgaans zo plat als een dubbeltje. Nostalgie betekent het verlangen naar een andere, meestal vroegere wereld die als begerenswaardig wordt voorgesteld. Een dergelijk verlangen is eigenlijk meer iets voor een godsdienst dan voor een kunstwerk. Nostalgie heeft daarbij meestal iets gemakkelijks en bezit dikwijls een hoog smartlappengehalte. Wel kent het verschijningsvormen voor alle gezindten: degenen die hun neus ophalen voor een Volendams jongetje dat over zijn gestorven oma zingt, raken in extase wanneer zij op een brocante voor veel geld een stukje huisraad kopen dat zij zich herinneren uit de woning van hun eigen grootouders.
Wanneer als zodanig beleden nostalgie persoonlijk blijft, is er weinig aan de hand. In kunstwerken beleden nostalgie irriteert echter voor je het weet. Wat kan het anderen schelen dat iemand terugverlangt naar vroeger, hoe zuiver dat verlangen op zichzelf ook kan zijn? Nostalgie kan daarom pas gaan werken wanneer aan het verlangen naar het verleden een sublimerende, ook hedendaags belangwekkende component wordt gegeven. Een van mijn lievelingsfilms waarin deze dubbelslag een geslaagde vorm krijgt, is Woody Allens Radio Days. Het verhaal is een aaneenschakeling van anekdoten, kleine familiegeschiedenissen en grappen. De alom aanwezige humor maakt het verleden niet belachelijk, maar levert precies de visie van de maker die, naast hilariteit, ontroering oplevert. Radio Days is door de visie van Allen zowel een nostalgisch signaal uit het verleden als een onverbiddelijk memento mori. De voorgoed verloren tijd wordt door de met humor geladen visie van Allen herschapen tot een kunstwerk dat tevens een indringend commentaar geeft op het heden.
OP DE KEPER beschouwd ligt het thema van Il postino dicht tegen de eendimensionale nostalgische smartlap aan. Bovendien is de film, zoals Pieter Steinz terecht stelt 'rechttoe rechtaan, op het schematische af’. En, zoals gezegd, het einde draait echt een punt aan het verhaal; wie een film of roman gemakzuchtig laat eindigen met de dood van de hoofdfiguur komt wel heel goedkoop aan zijn tragiek. Aan het einde verliest de toeschouwer (zeker bij de tweede keer kijken) dan ook snel de aandacht voor het gebeuren. Het unieke, en de sleutel van het succes, ligt daarom bij Troisi, die ondanks het krakkemikkige verhaal meer uitstraalt dan alleen melancholie. In zijn streven het gebruik van metaforen meester te worden, suggereert hij het contact met een wereld waarin het banale, het dagelijkse een diepere betekenis krijgt. In Splendor worden die metaforen gevormd door de uit de context van films gelichte afbeeldingen van begerenswaardige filmsterren. Gecontrasteerd met het melancholieke verlangen van de operateur vertegenwoordigen zij een belofte die het werkelijke leven nooit zo volledig kan inlossen. De aanblik in Il postino van een getrouwde Mario, doodvermoeid in de keuken van de kroeg, laat zien dat hij dat inmiddels ook heeft begrepen. Daarmee verandert hij van een sprookjesfiguur in een lijdende mens. Het in dit spanningsveld laten ontstaan van een heel zuivere ontroering was de geheimzinnige gave van Massimo Troisi, die de opnamen van Il postino met grote moeite voltooide en onmiddellijk na afloop, 41 jaar oud, aan een hartkwaal overleed.