Metamorfoses

Het is net alsof in het werk van Ed Atkins oude kunst, van Van Eyck en Rafaël bijvoorbeeld, opnieuw tot leven komt.

Medium fuchs1

Vorige week had ik het over de vreemde schaduwloosheid in de digitale projecties van Ed Atkins. Eigenlijk ging het over de lichte, porseleinen glans in de beelden die er bovendien artificieel en bijna koud uitzien. Die glans bleef maar in mijn hoofd zitten – als een strak deuntje dat maar niet wil verdwijnen. Inmiddels echter, toen ik verder keek, kwam er in het werk Warm, Warm, Warm Spring Mouths een beeld voorbij dat er ongeveer als volgt uitziet. Het vlakke veld is geelgrijs golvend geribbeld zand. In het midden daarvan zit, op een slanke stoel, de stevige gestalte van de protagonist die verder in de visuele vertelling optreedt, af en toe ook in die compacte houding met de handen op de knieën. Een lange wimpel van zwart haar wappert van zijn hoofd. Ik herinner eraan dat dit een kunstmatige gestalte is, een sjabloon waarin de kunstenaar (begrijp ik) trekken van zijn eigen persona heeft ondergebracht. Behalve zo zittend zien we deze figuur ook in andere versies: bijvoorbeeld als heroïsch uitziende kop. Maar over deze digitale tovenarij wil ik het niet hebben. Ik begrijp ze maar als eigentijdse sprookjes. Daarin kunnen figuren net zo van gedaante wisselen of gaan dieren praten – omdat vertellers van die sprookjes, in hun vrije verbeelding, dat zo laten gebeuren. Zo wordt het verhaal spannend.

Medium fuchs2

Ed Atkins laat in zijn vertellingen het verloop ook zo zijn gang gaan. De nieuwe digitale techniek en beeldpraktijk (in wezen de constante metamorfose) maakt zulke grenzeloze beweeglijkheid mogelijk. Echter, ook al vloeien de beeldpassages buigzaam door elkaar, in die verbindingen is toch ook iets mechanisch te bespeuren. Van de figuur op de stoel op het zand blijft ook een bleke, summiere schaduw achter – maar als vreemde losse vlek op afstand. Dan zie je dat ook het gele veld geen suggestieve ruimte is waarin stoel en gestalte echt staan op het zand. Ze hangen daar. In de doorzichtige digitale ruimte zijn alle figuren net zo diafaan en gewichtloos. Steeds kom ik dan weer uit bij porselein, want bij heel verfijnd en dun porselein lijkt het of het licht er ook doorheen schijnt.

In de doorzichtige digitale ruimte zijn alle figuren diafaan en gewichtloos

Omdat het medium zo werkt, zullen de eigenaardigheden ervan op den duur ook invloed gaan krijgen op de verbeelding van kunstenaars. Volgens mij moet zo Jan van Eyck (en wij toen ook) anders zijn gaan kijken toen hij, na het uitvinden van de olieverf, de dingen gedetailleerder en met meer precisie kon gaan schilderen – die schitterende glinstering op de fijngesneden koperen luchter in het dubbelportret van het jonge bruidspaar Arnolfini (1434) bijvoorbeeld of het losse krulhaar van hun hondje op de voorgrond. De delicate vraag is dan of de schilder dit soort details ook al had gezien voordat hij ze kon schilderen. Olieverf droogde heel langzaam. Op een dun penseel bleef de vettige kleur langer bruikbaar. Je zou denken dat Van Eyck die verf gevonden had om te kunnen schilderen wat hij gezien had. Maar ook, denk ik, begon hij meer verfijning te zien omdat hij nu kon schilderen. Dat Atkins met zijn digitale praktijk over maximale wendbaarheid beschikt, moet er wel toe leiden dat hij zich van letterlijk alles iets anders kan voorstellen.

Medium fuchs

Maar er is nog iets waar ik aan denk: Rafaëls Transfiguratie, zijn laatste grote meesterwerk. Op de berg Tabor vertoont Jezus aan enkele gezellen zijn goddelijkheid. Mattheüs 17: Voor hun ogen veranderde hij van gedaante, zijn gezicht straalde als de zon en zijn kleren werden licht als het licht. Nog andere aspecten zien we in dit onnavolgbare spektakelstuk verwerkt. Het schilderij heeft in zijn compositie een hectische energie van beweging die, net als de Laocoöngroep, in de kunst onvergetelijk bleef – zeker tot aan de Demoiselles d’Avignon van Picasso dat het begin was van het kubisme. Zo lang, en nog langer, werken beelden door in de herinnering van de kunst. Dramatische metamorfose, verbijsterende wisselingen van gedaante, kortom het onwaarschijnlijke (en wat daar dan aan atmosferische natuurverschijnselen bij hoort) horen bij het wezen van de beeldende kunst. Werken als die van Ed Atkins zijn in die traditie ontstaan, en geven met hun ongewone scherpte in formulering opnieuw leven aan oude kunst die zo nooit oud wordt maar meegroeit met de tijd.


PS: De tentoonstelling van Ed Atkins in het Stedelijk Museum in Amsterdam is prachtig en raadselachtig en duurt nog tot 31 mei


Beeld: (1,2) Ed Atkins, uit: Warm, Warm Spring Mouths, 2013. HD film. (2) Rafaël, Transfiguratie, 1516-1520. olie op linnen, 405 cm × 278 cm (Vaticaans museum)