Brief aan Munro

Meteen de kapper gebeld, maar daar lag u niet

Dear Mrs. Munro,

In de zwartste zomer van mijn leven leende een vriendin me een van uw verhalenbundels. Hateship, Friendship, Courtship, Loveship, Marriage en die zomer zijn voortaan altijd met elkaar verbonden.

Wat kan een boek, en wat kan het niet. Niet voorstellen samen een lange wandeling te gaan maken. Niet een pan soep brengen, niet haar armen om je heen slaan. Niet vragen: wat is er gebeurd? Niet beloven: ik bid voor je. Dat werd allemaal gedaan, gezegd en soms bood het soelaas. En toen belde A. en ze zei: «Ik ben nú toch iets aan het lezen. Ik weet zeker dat het een boek voor jou is.» Nog diezelfde dag, toen ik terugkeerde van weer zo’n verstandige lange wandeling, lag het op me te wachten: een bibliotheekboek, in een plastic zak, onder het afdak van het tuinhuis. A. had er een briefje bij gedaan: of ik het boek alsjeblieft snel wilde lezen. Dan kon zij het nog even uitlezen voor het weer terug moest naar de bibliotheek. Uw boek leek wel een brood in de hongerwinter.

Het is u gelukt om mij gedurende een aantal dagen, een paar uur lang, de crisis waarin ik me bevond te doen vergeten. U maakt uw personages niet beter maar ook zeker niet slechter dan ze zich bij u aandienen. Ze zijn zoals ze zijn. U bent vrij van iedere pose. Ernstig en licht. U doet nooit cynisch om uw lezers te imponeren. Tegen het eind van een verhaal laat u de verteller vaak van een afstand, in de tijd, terugblikken. Of iets meemaken waardoor het gebeurde in een ander licht komt te staan. Al lezende kreeg ik iets laconieks over me: zo is het. Het gaat zelden zoals we willen dat het gaat. Het gaat zoals het gaat. Op een dag kijk ik op deze episode in mijn leven terug als op een verhaal van Munro: verbaasd, geamuseerd, en met het gevoel dat het niet anders geschreven had kunnen worden.

Ik was al dagen aan het nadenken wat ik over Selected Stories zou schrijven, maar u raadt nooit wat er is gebeurd. Gisteren had ik een afspraak bij de kapper. Omdat het een lange zit beloofde te worden, had ik u meegenomen. Wat ik allemaal aan mijn hoofd heb laten doen dat ik zo lang stil moest zitten? Om te begrijpen waarom ik de laatste maanden idioot veel tijd aan mijn uiterlijk besteed, moet u weten dat de problemen waar ik in het begin van deze brief op zinspeelde me nog steeds in beslag nemen. Ze vreten aan me en ik word er niet mooier op. Ik weet het: levensvreugde is niet te koop, en ware schoonheid zit van binnen. Maar nu ze daar niet te vinden zijn, werk ik vast aan de buitenkant. Soms helpt dat… Dit is echt het allerlaatste wat ik erover zeg.

Goed, ik zat bij de kapper om wat blonde highlights in mijn haar te laten verven, in de hoop dat ze de aandacht zouden afleiden van de doffe blik en de hangende mondhoeken. Na het bezoek aan de kapper ging ik nog even de stad in, jurken passen. Ik ben de laatste tijd voor mijn doen koopziek, en voor ik het wist stond ik voor de zoveelste keer deze maand in een winkel waar het nog geen uitverkoop is. Te passen, me aan en uit te kleden. Ik overlegde met de verkoopster welke jurk me beter stond, de rode zijden of die vrolijke gebloemde met de smalle bandjes… Ik liep de paskamer in en weer uit en had alleen oog voor mijn spiegelbeeld, niet voor mijn tas, die ik in een hoek van de paskamer had neergezet. Thuisgekomen kon ik de Selected Stories nergens vinden. Tas omgekeerd, plastic zak van de kledingwinkel omgekeerd. Meteen de kapper gebeld, maar daar lag u niet. Alle prullenbakken in huis omgekeerd op zoek naar een kassabon waar vast wel een telefoonnummer van de winkel op stond. Nee, ook daar hadden ze u niet gevonden. Langzaam begon het me te dagen: ook dat nog, ik ben bestolen. Portemonnee, geld, creditcard – alles zat nog in mijn tas, alleen u niet. Rampzalig. In de kantlijn van de meeste verhalen had ik twee weken lang aantekeningen gemaakt, belangrijke inzichten genoteerd. Ik had het boek nog niets eens uit en nu zat een of andere dievegge het te lezen.

Of moet ik het anders zien en haar dankbaar zijn dat zij dat boek uit mijn tas heeft gejat? Het is misschien zielig voor mij, maar een groot compliment voor uw werk. Een beter eerbetoon, een vanzelfsprekender verjaarscadeau had ik niet kunnen verzinnen.

Yours sincerely,

Vonne van der Meer