Misdaad en straf in Zuid-Afrika

Meteen knallen

De ongekend hoge misdaadcijfers in Zuid-Afrika hebben te maken met een verwrongen geschiedenis, armoede, ongelijkheid, belabberd onderwijs, uitzichtloosheid. En met gemankeerde masculiniteit.

HAND IN HAND met zijn vriendin liep Brendon door Melville Koppies, een natuurreservaat in Johannesburg. Hij ging haar ten huwelijk vragen, en daarna zouden ze een boompje planten om hun liefde te bezegelen. Aldus geschiedde. De zon ging dieprood onder. Het was een prachtig romantisch moment voor Brendon, die met zijn lange haar en slome dictie doet denken aan Neil, de linzen etende hippie uit The Young Ones.
Toen ze terugliepen hoorden ze voetstappen achter zich. Ze keken om en gingen netjes opzij. Een man passeerde hen. Hij draaide zich om, haalde een mes te voorschijn en schreeuwde dat hij geld en de mobiele telefoon wilde. Brendon ging voor zijn vriendin staan en overhandigde zijn gsm en zeventig rand, zes euro. De man pakte het aan en stak vervolgens in op Brendon. Twaalf keer verdween het mes in het lichaam, in een long, in een wang en in de aorta, waardoor Brendon vierenhalve liter bloed verloor. Twee keer moest hij worden gereanimeerd. Zijn overlevingskansen werden op 25 procent geschat. Uiteindelijk redde hij het.
Het was een voorval dat de kranten niet haalde, begrijpelijk in een land met gemiddeld vijftig moorden per dag. Maar het was een tekenend incident, met talloze lagen. De eerste, typisch Zuid-Afrikaanse reactie: dom van Brendon om tegen zonsondergang naar Melville Koppies te gaan, zeker gezien eerdere overvallen daar. Maar Brendon was een hippie die geloofde in het goede van de mens, ook al was er niet zo lang voor de steekpartij in zijn huis ingebroken.
De beroving toont ook de wanhoop van de armen. Want de geliefden zagen er niet uit alsof ze veel te makken hadden. Sterker, je zou ze meteen indelen bij de Zuid-Afrikanen die tijdens (en na) de apartheid aan de kant van de onderdrukten stonden. Blijkbaar las hun belager die uiterlijkheden niet. Of waarschijnlijker: het interesseerde hem geen zier.
Maar het meest verontrustende is natuurlijk het verbluffende geweld waarmee de beroving gepaard ging. Het laat veel vragen onbeantwoord: was de aanvaller geestelijk gestoord? Een drugsverslaafde of alcoholist? Haatte hij blanken? Haatte hij het systeem, zijn lot, de uitzichtloosheid? En uiteindelijk: wat is dat toch met Zuid-Afrika, misdaad en geweld?
De recente cijfers liegen er niet om. Tussen april 2008 en maart 2009 werden er in Zuid-Afrika 18.148 mensen vermoord, waren er 70.154 seksuele misdrijven, bijna 400.000 geweldsdelicten en ruim 180.000 berovingen. In bijna een kwart miljoen huizen en bij 70.009 bedrijven werd ingebroken en er werden 14.915 auto’s gekaapt, dat wil zeggen gestolen met de chauffeur erin. Volgens diezelfde statistieken is het township KwaMashu bij Durban moordhoofdstad van het land, dankzij de driehonderd moorden die daar werden gepleegd. Omdat absolute aantallen bedrieglijk zijn, ter vergelijking: Zuid-Afrika kent ongeveer veertig moorden per honderdduizend mensen, acht keer zoveel als de Verenigde Staten en tachtig keer zoveel als Japan.
In een reactie op die misdaadstatistieken en de constatering dat er na vijftien jaar democratie nog steeds geen sprake is van een kentering, pleitten president Jacob Zuma en de nieuwe politiecommissaris Bheki Cele onlangs voor een hardere aanpak, die in de media werd samengevat als ‘shoot to kill’. Dus geen waarschuwingsschoten meer, maar meteen gericht knallen en een politiemacht die - net als tijdens de apartheid - weer militaire rangen krijgt. Of dat werkelijk een nieuw beleid is, blijft de vraag. In 2008-09, ver voor Zuma’s aanmoediging, vielen er 912 doden door acties van de politie of in hechtenis. Dat waren er 120 meer dan in 2007-08.
'Shoot to kill’ klinkt vooral desperaat, en dat is het ook. Want misdaad en geweld zijn hier geen singulier monster, zoals in New York in de jaren zeventig en tachtig, toen het gros van de criminaliteit samenhing met drugshandel en -gebruik. De Zuid-Afrikaanse situatie toont een ingewikkeld, doorgelopen palet van oorzaken en uitingen. Zo reflecteren de ruim achttienduizend moorden onder meer de aan drugs gerelateerde bendeoorlogen in de Kaapse townships, de zogeheten plaasmoorde op afgelegen boerderijen (bijna drieduizend slachtoffers sinds 1994), de aanvallen op buitenlanders, dronken steek- en schietpartijen bij kroegen, huiselijk geweld, politieke afrekeningen en roofovervallen. Onder de seksuele misdrijven vallen verkrachtingen van vrouwen, maar ook kindermisbruik. Diefstal ontrafelen is helemaal een onmogelijke zaak in een land waar zelfs putdeksels, hekwerken, stekkerdozen en elektriciteitsdraden gretig worden gestolen.
Delen van de media doen het graag voorkomen alsof vooral blanke Zuid-Afrikanen slachtoffer zijn van misdaad en geweld. De recente heisa rond Brendon Huntley droeg daartoe bij. De 31-jarige Kaapstatter kreeg dit jaar in Canada asiel omdat zijn argument dat hij als blanke in Zuid-Afrika zijn leven niet meer zeker was gehoor vond bij de immigratiedienst. Huntley beweerde in Kaapstad zeven keer te zijn aangevallen, waarvan drie keer met een mes. 'Blanke hond’ en 'settler’ zouden zijn zwarte belagers hem hebben toegebeten.
Kort na het nieuws van het Canadese besluit om Huntley een vluchtelingenstatus toe te kennen, tekenden 142 Zuid-Afrikaanse academici daartegen protest aan. Een van hen was Garth Stevens, verbonden aan de faculteit psychologie van de Universiteit van Witwatersrand in Johannesburg, en gespecialiseerd in misdaad. 'Ik wil benadrukken dat dat idee dat blanken worden vervolgd een fabeltje is, iets wat teruggrijpt op die swart gevaar, dat oude racistische discours dat opnieuw wordt opgerakeld’, zegt hij. 'Zwarte Zuid-Afrikanen zijn veel vaker het slachtoffer, vooral omdat zij zich niet de bescherming kunnen veroorloven die de meeste blanken, als geprivilegieerden, wel kunnen bekostigen. Er bestaat een soort waanidee in het collectieve bewustzijn dat berooide zwarten nu komen terughalen wat hun toebehoort. Maar over het algemeen heeft de misdaad puur te maken met overleven.’ Een recent onderzoek naar inbrekers door Rudolph Zinn van de Unisa-universiteit in Pretoria geeft een vergelijkbaar beeld. Zinn concludeerde dat de daders veelal werkloze mannen zijn, tussen de negentien en 26 jaar, zonder veel opleiding. Ze hebben weinig problemen met fysiek geweld; dertig procent van de ondervraagden had een moord gepleegd. Tevens bleek de pakkans uiterst gering. Zinns populatie had gemiddeld 104 misdaden begaan voordat er arrestatie volgde. Ook Zinn stelde dat niet per se blanken het doelwit waren; inbrekers kiezen de huizen van de welvarende klasse, waar wordt gepronkt met juwelen en blinkende auto’s. Huidskleur speelt daarbij geen rol.
Van de sloppen van KwaMashu tot de lommerrijke buitenwijken van Johannesburg en de afgelegen boerderijen in Mpumalanga: iedere Zuid-Afrikaan loopt een grote kans slachtoffer te worden van misdaad of geweld. Verpakt in een tegelwijsheid: 'Vijftien jaar geleden kende je iemand die iemand kende die was overvallen; daarna kende je iemand die was overvallen; uiteindelijk ben je zelf overvallen.’

GEZIEN DE OMVANG en veelsoortigheid is het lastig deze criminele hyperbool te interpreteren. Natuurlijk zijn er elkaar kruisende en infecterende factoren die de situatie deels verklaren, zoals armoede (43 procent leeft onder de armoedegrens, driehonderd euro per jaar) en ongelijkheid (tweede op de wereldranglijst). Maar een in sociaal-economisch opzicht vergelijkbaar land als India heeft nog geen zes moorden per honderdduizend mensen. Zelfs in het gewelddadige Brazilië ligt de moordratio lager.
Als je teruggaat naar de basis, zegt psycholoog Stevens, dan kom je terecht bij gemankeerde masculiniteit. Stevens deed in 2006 en 2007 onderzoek onder dertig moordenaars, allemaal afkomstig uit de onderklasse, allemaal mannen. Als man zagen zij zich als kostwinnaar, baas in hun huis en bezitter en beschermer van vrouw en kinderen. Ze vertelden ook hoe ze zich in toenemende mate 'ontmand’ voelden, hoe hun machtsbasis steeds verder erodeerde en hoe hun gevoel voor eigenwaarde steeds fletser werd. Ras was opmerkelijk genoeg geen drijfveer voor de moordenaars, zegt Stevens. 'Ik dacht dat ik iets had gemist, dus ik ging nog eens terug om er specifiek naar te vragen. Maar het ging echt veel meer om mannelijkheid en masculiniteit. Er waren mannen die hun vrouw in brand hadden gestoken of hadden vermoord omdat ze zich met andere mannen hadden ingelaten. Vaak ging het om jaloezie of om een ruzie met een andere man die het huis was binnengekomen, iets wat als huisvredebreuk werd ervaren.’
De geëigende manier om het geknakte zelfbeeld op te krikken is door middel van geweld. Geweld geeft aanzien wanneer geld of sociale status ontbreken. Stevens: 'Voor de onderklasse is er sinds 1994 weinig veranderd. De mannen gaven aan hoe normaal het is om te krijgen wat je wilt door middel van agressie. Daarnaast kent Zuid-Afrika een morele ambivalentie ten aanzien van geweld. We hebben een heel lange geschiedenis van geweld, waarin verschillende soorten gerechtvaardigd werden. Tot aan Zuma’s recente shoot to kill-uitspraken toe.’
Inderdaad, sinds Jan van Riebeeck en zijn kornuiten in 1652 voet op Afrikaanse bodem zetten is de geschiedenis van het land bepaald door een bloedige strijd om land en hulpbronnen, niet alleen tussen zwarte stammen en blanke kolonisten maar ook onderling, zwart tegen zwart en blank tegen blank. De oorspronkelijke bewoners, de Bosjesmannen, werden onderwijl uitgemoord. Ook ruim veertig jaar apartheid werd gedefinieerd door geweld: de bevrijdingsstrijd door de gewapende vleugels van het ANC, de PAC en Azapo, de bloedige strijd tussen het ANC en Inkatha, het streven van de jeugd om de townships onbestuurbaar te maken en de brute tegenacties van het veiligheidsapparaat.
'Allemaal mannen’, herhaalt Stevens. 'Na 1994 is het accent verschoven van politiek naar crimineel geweld. Maar ik ben er niet zo zeker van of dat nou zo heel anders is, aangezien het sociaal-culturele weefsel van de samenleving nauwelijks is veranderd.’
Zuid-Afrika is nu een land in transitie, vergelijkbaar met de voormalige Oostblok-staten, die eveneens een periode van instabiliteit doormaken die gepaard gaat met groeiende misdaad. In het geval van Zuid-Afrika moet een nog steeds wankele overheid (het apartheidsapparaat werd vervangen door mensen die vaak niet op hun taak waren berekend) ruim drie eeuwen scheefgegroeide sociale problematiek rechtzetten. Ze wordt daarbij tegengewerkt door verbitterde blanken die politiek uitgerangeerd zijn, maar die wel genadeloos hun kritiek op de ANC-regering spuien. En het onvermogen van die regering om misdaad en geweld in te dammen is koren op hun molen.

PAS MIDDEN jaren negentig bereikte de criminaliteit de lommerrijke blanke buitenwijken. Maar toen sloeg ze ook meteen keihard toe. Het was een existentieel moment: van een genoeglijk suburban bestaan met zwembad, tuinman en 'meid’ naar de wetenschap dat je zomaar vermoord kon worden. Blank was woedend en schreeuwde op ouderwets racistische toon dat het ANC er niks van bakte. Dat werkte averechts, met name op Thabo Mbeki, die van 1999 tot 2008 president was. Hij weigerde halsstarrig de criminaliteitscrisis te onderkennen, wimpelde het af als een 'blank probleem’ en schiep daarmee een klimaat waarin misdaad uitstekend verder kon gedijen.
Het veiligheidsapparaat is een ander probleem. De politie is onderbezet, onderbetaald, gedemotiveerd en kampt met een gebrek aan middelen. De geloofwaardigheid wordt niet versterkt door ex-hoofdcommissaris Jackie Selebi, die nu in een rechtszaak is verwikkeld wegens corruptie en nauwe banden met de georganiseerde misdaad. In zo'n situatie zoeken mensen naar andere oplossingen. Ze voorzien in hun eigen beveiliging door huizen en kantoren om te toveren tot burchten en particuliere beveiligingsbedrijven (er zijn er honderden, die aan een geschatte vierhonderdduizend mensen werk verschaffen) in te schakelen. Ook koesteren ze hun vuurwapens, opdat ze indien nodig het recht in eigen hand kunnen nemen. Maar: hoe beter de veiligheidsmaatregelen, hoe meer er op het spel staat, en hoe eerder de misdadigers tot geweld zullen overgaan.
'Tevens voed je bijna onbewust het Beest: de angst en de paranoia’, voegt Stevens toe. Die angst en paranoia, en het feit dat de meeste daders zwart zijn, leiden op hun beurt weer tot een gebrekkige sociale cohesie en groot wederzijds wantrouwen. Psychologen, hulpverleners en traumadeskundigen maken overuren. Vooral mannelijke slachtoffers hebben het zwaar. 'Ze voelen zich ontmand’, zegt psycholoog Nolitha Tsengiwe. 'En als er geen positieve uitlaatklep is, kan het een zeer destructieve uitwerking op hen hebben.’ Ze somt de symptomen op: depressie, afzondering, impotentie, woede, alcoholisme, concentratiegebrek, slapeloosheid en gebrekkige communicatie met vrouw en kinderen.

VROUWEN NEIGEN vaak naar het andere uiterste: het redden van de samenleving. Zo richtte Penny Steyn een jaar nadat ze in haar huis bijna was gewurgd Make A Difference (MAD) op, een initiatief waarmee ze hoopt de politie klantvriendelijkheid bij te brengen ('Je kunt de oorlog tegen de misdaad alleen winnen als de gemeenschap achter je staat’). Ook probeert ze door middel van voorlichtingsbijeenkomsten onder de noemer Domestic Watch huishoudelijk personeel ervan te doordringen dat uiterste waakzaamheid en voorzichtigheid geboden zijn. 'Tachtig procent van de inbraken gebeurt op basis van - vaak onbewust afgestane - informatie van werksters, tuinmannen of voormalige werknemers’, zegt Steyn.
Haar persoonlijke verhaal is doorspekt met gruwelijke incidenten. Haar beste vriendin stierf nadat inbrekers haar drie uur lang met kokend water hadden gemarteld. Haar buurman werd vermoord door een schot in de buik, nadat hij eerst op zijn belagers had gevuurd. En als ze afscheid neemt zegt Steyn langs haar neus weg dat ook haar echtgenoot is vermoord, evenals haar tweede echtgenoot. 'Mensen zeggen: waarom emigreer je niet? Het is voor mij een zegen om dit te doen. Ik ben er zeker van dat ik een verschil kan maken. Ik heb het geprobeerd, in het buitenland wonen. Maar ik haatte het om zo ver van Zuid-Afrika te zijn. Wij wonen in het mooiste land op aarde.’
Het mooiste land op aarde met de meest gruwelijke misdaad. Hoe verklaar je dat extreme geweld en die wreedheden? Zoals gezegd: hoe beter de beveiliging, hoe meer er op het spel staat en hoe eerder er geweld gebruikt zal worden. Maar er is ook een psychologisch element. Garth Stevens vertelt hoe hij tijdens zijn onderzoek onder de moordenaars constateerde dat het tevens om een onverwacht, euforisch machtsgevoel gaat. Simpel gezegd: de triomf van de loser die iemand die veel beter is opgeleid en veel rijker is als in een spannende film voor zich ziet kronkelen en om genade hoort smeken. 'Ze hadden hun geweld niet vooraf gepland. Maar eenmaal bezig voelden ze de omvang van hun macht en de ontmenselijking van het slachtoffer, die dat machtsgevoel nog eens versterkte.’

IS ER EEN OPLOSSING? Stevens mikt op de lange termijn. Zuid-Afrika moet zich stabiliseren en er moeten mogelijkheden komen voor mensen om uit hun doodlopende bestaan te ontsnappen. 'Dat betekent basale dingen als meer werkgelegenheid en beter onderwijs. Maar het betekent ook dat je je op jonge mannen concentreert en probeert hun andere ideeën van masculiniteit mee te geven. Het betekent ook dat je bepaalde delen van de openbare diensten, zoals politie en gezondheidszorg, moet versterken. Je moet een nieuwe maatschappij creëren waarin vertrouwen, cohesie en geloof in het collectief weer centraal staan.’
Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. In zijn fraai getitelde boek A Country at War with Itself schrijft onderzoeker Antony Altbeker: 'Vanaf de vroege koloniale tijd vindt ordehandhaving in Zuid-Afrika plaats volgens het idee dat de hele sociale orde afhangt van een rigoureuze toepassing van de wet tegen iedereen die als een bedreiging wordt gezien.’ Dat is ordehandhaving in de ruimste zin van het woord. Het is een mentaliteit van eerst slaan en dan pas praten. Je ziet het steeds weer terug. Bij stakingen, waarbij stakingsbrekers worden vermoord. Bij de introductie van een snelbusdienst, die de eigenaars van de concurrerende taxibusjes niet zinde, waarna er op de nieuwe bussen werd geschoten. Je komt het tegen in het townshipprotest tegen de belabberde dienstverlening, waarbij fanatiek wordt gebrand en geplunderd. Je merkt het ook in de politieke retoriek, waar een ANC-jeugdleider zegt bereid te zijn 'te doden’ voor Jacob Zuma, en waar een leider van de ANC-oudstrijdersorganisatie iemand die de partij bekritiseert meteen naar het kerkhof wenst. Het taalgebruik reflecteert de samenleving en duidt op een staat van oorlog.
In zijn boek analyseert Altbeker, die als onderzoeker was verbonden aan het Institute for Security Studies en lange tijd met de politie meedraaide, misdaad en geweld in Zuid-Afrika en probeert hij met een pragmatische oplossing te komen. Hij richt zich daarbij op de politie, justitie en straf. Altbeker maakte zich bij zijn linkse vrienden impopulair door de vloer aan te vegen met de zachte aanpak die na 1994 in zwang kwam als reactie op veertig jaar apartheid en onderdrukking. 'Het ANC vond het moeilijk om zwarten in de gevangenis te stoppen.’ Maar initiatieven als community policing (nauwe samenwerking met de buurt en wijk) werken alleen als ze gepaard gaat met meer rekruten, vertrouwen en een grondige imagoverandering bij de politie.
Het probleem, stelt Altbeker, is niet zozeer een gebrek aan veiligheidsmaatregelen, als wel het ontnuchterende feit dat er te veel mensen rondlopen die zonder problemen, ja, graag zelfs, roven en moorden. Hij heeft er een pakkende analogie voor bedacht: die van een feestje met een disco. De deejay draait swingende muziek. Al snel begeven de eersten zich op de dansvloer, wat later gevolgd door de wat minder uitbundigen. En op het laatst, als iedereen wild beweegt en niet meer op de anderen let, wagen zelfs de kneusjes en muurbloempjes een dansje. Zo is het ook met misdaad. Het is een grootschalige, landelijke variant op de Amerikaanse misdaadserie The Wire: iedereen doet het, ik zie het overal om me heen, er zijn geen alternatieven, de politie is corrupt, dus waarom zou ik ook niet een kans wagen?
Net als Stevens ziet Altbeker het abnormale geweld en de wreedheden als een uitvloeisel van een uit de hand gelopen machismo: 'Wij hebben een ongezonde relatie met geweld. Masculiniteit is een grote hindernis. Geweld en machismo zijn sterk aan elkaar gerelateerd. Het shoot to kill-idioom van Zuma past daar ook in. Of neem de geschiedenis van de Zoeloes. Vroeger moesten ze hun speer in het bloed van de vijand hebben gedoopt voor ze mochten trouwen. En zie Hijack Stories (een Zuid-Afrikaanse film uit 2000 over autokapingen): heel veel [geweld] draait erom om de meiden te imponeren.’
Natuurlijk, beaamt Altbeker, de misdaad heeft te maken met Zuid-Afrika’s verwrongen geschiedenis, met armoede, ongelijkheid, urbanisatie, grote aantallen jonge mannen, gebrek aan normen en waarden, belabberd onderwijs, uitzichtloosheid. Niemand zal dat ontkennen. Maar een ander waardenpatroon overbrengen om die verwrongen masculiniteit om te buigen, dat gaat allemaal veel te lang duren. Daar gaan generaties overheen.
Waar het qua oplossing in de eerste plaats om gaat, betoogt Altbeker, is om misdadigers van de straat te halen. En dat kan alleen door hen keihard aan te pakken en te veroordelen. Daar heb je voldoende rechercheurs en een goed justitieapparaat voor nodig. Hij doet wat rekenwerk waaruit hij concludeert dat tussen de 17.000 en 35.000 criminelen verantwoordelijk zijn voor het gros der delicten in Zuid-Afrika. Zo moeilijk moet het niet zijn om dit aantal drastisch terug te brengen en een voorbeeld te stellen, om die dansvloer leger en minder aantrekkelijk te maken en de muziek wat minder uitnodigend. 'Mijn ideeën zijn in elk geval uitvoerbaar’, zegt hij. Zuma’s regering lijkt er inderdaad wel oren naar te hebben, want in de nieuwe begroting is 9,3 procent extra uitgetrokken voor veiligheid, onder meer bedoeld voor 22.447 nieuwe politieagenten, met name recherche.
Maar helpt de gevangenis? Stevens vond in zijn onderzoek dat de gevangenis juist een geschikte plek is om je geloofwaardigheid te vergroten. Binnen de criminele subcultuur groeit je status na een paar jaar bajes. 'Voor de meeste mensen die ik sprak werkte het niet afschrikwekkend, de politie trouwens evenmin’, zegt hij. Maar, geeft hij toe: 'Ze vinden het wel vervelend om opgepakt te worden, want dan hebben ze geen inkomen meer.’

ALTBEKER wil nog iets opbiechten over normen en waarden. Iets wat hij als atheïst erg lastig vindt, maar wat een bijna gladwelliaans moment voor hem was, een onverwacht inzicht: 'Ik las over evangelische kerken in Latijns-Amerika in het boek God is Back van John Micklethwait en Adrian Wooldridge. En het lijkt erop dat zij die zich bij dergelijke kerken aansluiten het beter doen dan de rest. Het werkt als cellen, een beetje als bij de AA. Dus als jij te veel drinkt, komt de gemeenschap daar achter en roept jou tot de orde. Ze gaan uit van positieve zaken: werk, nuchter zijn, samen blijven. Wellicht is de rol van vrouwen in die kerken groter dan die van de macho in het gezin.’
Later mailt hij me informatie over de gestage opmars van de pinkstergemeente in Zuid-Afrika. In een der papers benadrukt professor David Martin van de London School of Economics het belang van de positieve ideeën bij de pinkstergemeente rond zelfbeeld, werk, gezin en discipline: 'Agressieve macho’s kunnen als gerespecteerde en vreedzame burgers uit een pinkstergemeentebekering te voorschijn komen.’