Meteen verslaafd

JIRÔ TANIGUCHI EN MASAYUKI KUSUMI
DE WANDELAAR
Casterman, 72 blz., € 14,50

Sinds een recent offensief van verschillende uitgevers is de Japanse strip of ‘manga’ niet meer weg te denken uit de Nederlandse stripwinkels. Aanvankelijk lustten de traditionele striplezers de kleine, schreeuwerig vormgegeven boekjes niet, die je van achteren naar voren moet lezen. Tegenwoordig puilen veel stripwinkels uit met manga-pockets voor verschillende doelgroepen. Naast de traditionele, typisch Japanse boeken worden er in het kielzog van die stroom pulp ook een aantal meesterwerken vertaald. Zo is onder andere het complete Boeddha-epos van Osamu Tezuka verschenen in een sjieke, gebonden versie en heeft uitgeverij Casterman een aanvang genomen met het werk van de Europees georiënteerde tekenaar Jirô Taniguchi.
Van hem verscheen eerder al het magisch-realistische De magische berg in het Nederlands, maar met De wandelaar kunnen we pas echt kennismaken met Taniguchi’s subtiele verteltalent. Je moet namelijk van goede huize komen, wil je een verhaal rondom een uitgebluste manager, die ontdekt dat hij niets liever doet dan wandelen, spannend en interessant houden.
Uenohara is een veertiger wiens fiets op een dag wordt gestolen. Als hij vervolgens de bus mist, zit er niets anders op dan maar naar huis te wandelen. En dan is het alsof hij een stap op een andere planeet zet. Hij ontdekt ouderwetse, Japanse buurtjes, waarvan hij het bestaan was vergeten, neemt de tijd om eens een ouderwetse maaltijd te nuttigen in een traditioneel kraampje of biedt aan om de hond van vrienden uit te laten. Tijdens het wandelen mijmert Uenohara over het verleden en hij ontmoet ook oude vrienden. Het is niet een enkel oud huisje dat herinneringen boven brengt, elke straatsteen brengt een nieuwe golf vol melancholie op gang. De stad verandert in hoog tempo en de ouderwetse en rustiger wijze van leven is bijna verdwenen.
De hoofdpersoon maakt weinig mee, maar wie ooit in rustige buurten van een grote stad heeft rondgestruind, zal begrijpen wat voor ‘eye-opener’ zoiets kan zijn. In een interview achter in het boek vertelt Taniguchi over het idee achter dit wandelboek. Hij vindt dat wandelen een ‘vrijheid’ zou moeten zijn: ‘Noch een doel, noch een tijdsbeperking mag het belemmeren (…) Soms kom je voor zaken te staan, die je het plezier te leven laten voelen. Een wandeling kan dezelfde geneugten geven als een kleine reis.’ Precies dat gevoel, dat een wandeling een kleine reis kan zijn, weet Taniguchi over te brengen met dit boek. Het enthousiasme dat uit De wandelaar spreekt, is zo aanstekelijk dat het moeilijk is om na lezing niet direct een blokje om te gaan.