Film: ‘Sputnik’

Metgezel

Pyotr Fyodorov als Konstantin in Sputnik, regie Egor Abramenko © Anna Strunevskaya

Het Russische woord ‘Spoetnik’ betekent ‘satelliet’. Zo heet ook de eerste kunstmaan die de Russen 1957 in een baan om de aarde brachten, waarmee de race om de ruimte een feit was. Maar al in de eerste scène van zijn gelijknamige film is duidelijk dat de debuterende regisseur Egor Abramenko juist de nevenbetekenis van het woord gebruikt, namelijk ‘metgezel’ of ‘reisgenoot’: terwijl twee kosmonauten rustig de terugkeer in de atmosfeer voorbereiden, blijkt dat iemand – of ‘iets’ – hun capsule probeert binnen te dringen.

Een crash op aarde volgt waarin een van de ruimtevaarders op gruwelijke wijze om het leven komt. De overlevende, Konstantin (Pyotr Fyodorov), wordt naar een researchinstituut gebracht dat nét het Kosmodroom van Bajkonoer in Kazachstan lijkt waar Spoetnik in de jaren vijftig de ruimte in werd geschoten. Het is begin jaren tachtig. De sfeer roept de romantiek van de sovjet-ruimtetechnologie op. Alles is analoog. Personages dragen elektronische horloges. Computerschermen zijn zwart-wit. Apparatuur wordt met druk- en draaiknoppen bediend. In de slaapkamer van neurofysioloog Tatyana Yuryevna Klimova (Oksana Akinshina) is een radio met schroeven aan een wand vastgezet. Die doet het niet. Tatyana, die onderzoekt wat er met Konstantin in de ruimte is gebeurd, voelt aan dat er iets niet pluis is.

Sputnik, nu te streamen tijdens het Imagine Film Fesitval, laveert tussen het horrorgenre – ik kan ook wel verklappen dat dit een creature feature is – en een psychologisch drama over ambitie, spijt en de hunkering naar verlossing. Regisseur Abramenko laat zich ruimschoots inspireren door twee klassiekers met dezelfde thema’s: Andrei Tarkovski’s Solaris (1972) en Ridley Scotts Alien (1979).

De invloed van deze films is misschien vanzelfsprekend gezien het verhaal, maar Sputnik blijft origineel en spannend. Akinshina is uitstekend als Tatyana, zeker in scènes waarin zij onder druk staat van mannelijke wetenschappers die dolgraag de monsterlijke ‘metgezel’ uit de ruimte willen ombouwen tot een wapen. Een fraai moment komt als de wetenschappers Tatyana toesnauwen dat ‘gevoelens niet belangrijk zijn’, aangezien zo’n houding indruist tegen de ‘sovjet-stijl’. Het effect van deze repressieve, ultra-machohouding op kosmonaut Konstantin is de spil van het verhaal. Een interessante paradox komt naar voren: om ruimtevaarder te zijn, heb je ‘mannelijke’ eigenschappen nodig, wat inhoudt dat je je gevoelsleven wegcijfert (Konstantin heeft een zoontje in Moskou). Maar dezelfde eigenschappen zijn waardeloos op het moment dat de ‘metgezel’ uitbreekt in het re-searchinstituut, het bloed begint te vloeien en alleen Tatyana nog enigszins adequaat op de crisis reageert.

Sputnik is duidelijk low budget, maar zowel de regie als het acteren is dat allerminst. Het script zit uitstekend in elkaar (personages zeggen dingen als: ‘Op deze planeet zijn we de kampioenen van de angst’). Een fijne film is het, waarmee de cirkel rond is: zoals met Spoetnik tijdens de ruimterace steken de Russen de Amerikanen ook met Sputnik naar de kroon, zelfs – durf ik te voorspellen gezien de lamentabele staat van de populaire Amerikaanse cinema – nu Hollywood een remake heeft aangekondigd.


Nu te zien tijdens het Imagine Film Festival t/m 17 april; tevens te koop op import-bluray