H.J.A. Hofland

Metro of asfalt

De nieuwe minister van Verkeer en Waterstaat wacht een beslissing die van levensbelang zal zijn voor de toekomst van haar coalitie. Ik wil niemand demoniseren en iedere vergelijking met het Italië van Mussolini is me vér. Maar het op tijd laten rijden van de treinen is van het eerste levensbelang voor iedere staat, ieder régime. Als mevrouw Netelenbos dat voor elkaar had gebokst, had de LPF vijf zetels minder gekregen.

Nu komt er een moment van levensbelang voor de aanstaande coalitie. De Nederlandse Spoorwegen willen in de Randstad het metrosysteem invoeren. Dat wil zeggen: het spoorboekje verdwijnt. Tussen de grote steden zullen per uur zes sneltreinen en zes stoptreinen rijden. Niemand hoeft langer dan tien minuten op zijn trein te wachten. Net als in New York. Sommige mensen zullen alleen een keer van een exprestrein op een lokale trein moeten overstappen. Ongelofelijk! Maar het kán. De vier sporen liggen er al. Ze moeten alleen nog worden vernieuwd, en er moet een andere bovenleiding komen, en meer dubbeldekkers. Dat zal bij elkaar dertien tot negentien miljard euro kosten. Maar dan heb je ook wat, in 2020.

Ik doe er niet schamper over. Het is een interessant plan, om twee redenen. De eerste is de nationaal-historische. Op 1 juni 1938 trad bij de NS een nieuwe directeur aan, prof. dr. ir. J. Goudriaan. In zijn boeiende memoires (Vriend en vijand - Amsterdam 1961) schrijft hij dat het personenvervoer in de agglomeratie die wij nu de Randstad noemen grote overeenkomst vertoont met de ondergrondse spoorwegen in Parijs, Londen en New York. Vier sporen wilde hij toen al, twee voor de sneltreinen en twee voor de lokale. Een halve eeuw later was het zo ver. En dan moest volgens Goudriaan de frequentie worden opgevoerd. Want: «De gemiddelde tijd die de reiziger onderweg is, is gelijk aan zijn eigenlijke reistijd plus de helft van de tijd tussen twee opeenvolgende treinen. Zolang dit interval twee uur of één uur bedraagt, geeft men het publiek, vooral door de betrekkelijk korte reistijd in Nederland, een betere verbinding, met minder kosten voor de NS door dit interval te verkleinen, dan door vergroting van de snelheid.»

Dat klopt. Het zal zelfs nog meer kloppen dan Goudriaan had durven dromen, maar dan weer in 2020. Het historisch interessante is dat het dan 82 jaar geduurd zal hebben voor de Randstad een vervoer heeft dat in de grote moderne steden uit de tijd van Goudriaan al een halve eeuw bestond.

De tweede reden is zeer actueel. Hoe zal dit plan in de centrum-rechtse coalitie worden ontvangen? Op het gebied van personenvervoer is links — grof gezegd — meer de collectieve oplossing van het met z’n allen in de trein toegedaan, terwijl rechts de asfaltideologie huldigt: ieder individu in zijn eigen auto op de snelweg. Weg met de files! De kiezers zijn al extra rijbanen in het vooruitzicht gesteld. Sprookje van Moeder de Gans. Op het ogenblik dat u dit leest, staan op de snelwegen voor de poorten van Parijs, Jakarta, New York, Tokio, Milaan dikke files. Alle mensen die daar achter het stuur zitten, betalen kleine vermogens om hun blik te kunnen parkeren. Maar goed, als ze dat willen. Mijn zegen hebben ze.

In Manhattan rij je in de subway binnen twintig minuten van ergens uptown naar Wall Street. Koop voor 17,5 dollar een metroweekkaart, en je kunt in alle subways en bussen, zo veel je wilt. Het is de droom van Goudriaan. Zien we die in 2020 ook hier verwezenlijkt?

Ik doe een voorspelling: nee. Links houdt van spoorstaven en elektriciteit; rechts van asfalt en benzine. Dat is, ook na het einde van de ideologie en de geschiedenis, nog een enorm verschil. Het is een kwestie van pure politieke macht. In de hemel van de spoorwegdirecteuren zal deze visionair van 1938 moeten wachten op de volgende oliecrisis. Die komt vóór 2020. Daardoor zijn dan de files opgelost en het metrosysteem van Goudriaan is nog steeds in het begin van aanbouw.