De wereldeconomie hapert Onzekere tijden voor India’s jeugd

Metselaars met een master

India heeft een jongerenoverschot, maar kampt tegelijkertijd met een tekort aan werk. De jubeljaren van de Indiase economie zouden wel eens voorbij kunnen zijn. ‘De schrale arbeidsmarkt voor jongeren is een verborgen kant van India’s succesverhaal.’

Delhi - De Indiase fastfoodliefhebber kon verheugd zijn. Eind augustus verlaagde Mc­Donald’s de prijs van een McAloo Tikki, een populaire ontbijtsnack van aardappel tussen een broodje. De reden voor deze stunt was minder opwekkend. Voor het eerst sinds jaren dook de groei van de Indiase tak van de hamburgerketen onder de tien procent. Klanten, vooral midden­klasse jeugd met wat extra roepies te besteden, lieten de vrolijk gekleurde vestigingen van McDonald’s steeds vaker links liggen.

De prijs van een vegetarische burger is niet het enige wat keldert bij McDonald’s India, dat in de meeste vestigingen een overwegend vleesloos menu serveert. Net als bij zijn concurrenten is bij het bedrijf steeds minder personeel aan het werk. In de fastfoodwereld ligt het aantal nieuwe banen bijna dertig procent lager dan vorig jaar rond deze tijd. Ook in andere bedrijfstakken die de banengroei in India doorgaans voor hun rekening nemen, gaat de deur steeds verder dicht. In de telecom-industrie is inmiddels een kwart minder werk beschikbaar en de IT-sector – India’s paradepaardje – kromp met bijna een derde, zo becijferde de Federation of Indian Chambers of Commerce and Industry (ficci) onlangs. Publieke werken zijn evenmin een banenmachine voor het land. Plannen voor de aanleg van nieuwe wegen, vliegvelden en energiecentrales komen maar langzaam tot stand.

En terwijl de banenpoel opdroogt, groeit het aantal jongeren dat eruit wil putten. In tegenstelling tot bijvoorbeeld buurland China is de Indiase bevolking jong. Nu al telt het land zeshonderd miljoen inwoners onder de 25. Zeventig procent van de 1,2 miljard Indiërs is jonger dan veertig. Om deze jeugdige massa voldoende werk te kunnen bieden, moet India de komende jaren veertig miljoen banen creëren, zo blijkt uit een recente studie van Goldman Sachs.

Dat India’s banenmachine hapert, ondervindt Rohitash Yadav aan den lijve. Een paar maanden geleden studeerde hij af aan het prestigieuze Indian Institute of Technology (iit) in Delhi, een van India’s topinstituten voor ingenieurs, computerdeskundigen en managers. Sindsdien zit hij zonder werk. ‘Iedereen verwacht dat het iit een garantie is voor een succes­volle carrière’, aldus de 24-jarige Rohitash, die vanuit de noordelijke deelstaat Uttarakand naar Delhi verhuisde in de hoop op een carrière als manager in de IT. ‘De praktijk valt vies tegen. De banen waar ik voor in aanmerking kom zijn dezelfde als voordat ik ging studeren.’

Rohitash vertelt zijn verhaal in een koffietent op de iit-campus waar hij nog steeds woont: een kilometers lang park, doorstippeld met woonblokken, collegezalen en kleine winkelcentra. Studenten laten zich er met vrolijk gekleurde fietsriksja’s vervoeren. In deze minisamenleving is Rohitash een inwoner wiens aanwezigheid steeds minder vanzelfsprekend wordt. Hij vult zijn dagen met het afspeuren van vacaturesites en het lezen van managementboeken. Af en toe klust hij wat bij voor een evenementenbureau van een vriend. ‘Ik hou het nog twee maanden vol. Dan moet ik de campus af en is mijn geld op.’ Als hij geen werk vindt gaat Rohitash terug naar Uttarakand om te werken op de boerderij van zijn ouders.

Dat India er steeds minder makkelijk in slaagt om jonge mensen als Rohitash een baan te geven heeft tal van oorzaken, waarvan een deel buiten de macht van het land ligt. De IT-sector hangt er slapjes bij omdat de economie van haar belangrijkste klanten – Europa en de VS – kwakkelt. De infrastructuur zit vast in een web van bureaucratie, protesten en corruptieschandalen en voor sommige markten geldt simpelweg dat de verzadiging in zicht is. Inmiddels heeft bijna driekwart van de Indiërs een gsm. De groeispurt in de mobieltjesverkoop is er dus wel uit. Over de gehele linie is de Indiase arbeidsmarkt inmiddels met een vijfde gekrompen.

De grootste democratie ter wereld weerspiegelt daarmee een mondiaal probleem: het tekort aan werk. Volgens een schatting van de International Labour Organisation zijn er de komende tien jaar wereldwijd ruim een miljard nieuwe banen nodig om de groeiende wereld­bevolking van de straat te houden. Volgens diezelfde ramingen zijn er maar driehonderd miljoen beschikbaar. Van die dreigende massa werklozen zou een groot deel wel eens een Indiaas paspoort kunnen hebben. Daarmee staat niets minder dan de toekomst van de derde economie ter wereld op het spel: als India zijn demografisch kapitaal weet te verzilveren, dan wacht het land een gouden toekomst van zeven tot negen procent groei per jaar tot in ieder geval 2030, voorspellen de bankiers van Goldman Sachs.

Volgens Pooja Gianchandani, die namens de ficci de Indiase arbeidsmarkt bestudeert, is het creëren van werk de grootste economische uitdaging waar het land voor staat. ‘Als India er niet in slaagt om jongeren massaal aan het werk te krijgen is het gauw gedaan met de ambitieuze plannen om een van de meest productieve landen te wereld te worden.’ Volgens de econome staat het land op een tweesprong: ‘Het jongerenoverschot wordt of een molensteen om onze nek, of het wordt de basis voor de volgende ronde booming India.’

De job squeeze zoals Indiërs het noemen is extra pijnlijk omdat het India’s meest indrukwekkende wapenfeit van de afgelopen jaren in gevaar brengt: een rap groeiende middenklasse. De cyclus van werk, consumptie, groei en nog meer werk was een van de motoren die deze transformatie aan de gang hield. Buitenlandse investeringen waren de voornaamste aanjager. Een bedrijf als McDonald’s vervulde de functie van autofabrikant Ford in de Verenigde Staten van begin twintigste eeuw: mensen een baan geven zodat ze klant kunnen worden bij hun eigen werkgever. Vegaburgers verkopen was voor veel jonge Indiërs een welkome vorm van georganiseerde arbeid. Wie een beetje z’n best deed had het vooruitzicht onderdeel te worden van de groeiende middenklasse die na het shoppen een burgertje gaat happen. Dit verhaal van opwaartse mobiliteit begint steeds duidelijker barstjes te vertonen.

Maar het is niet enkel de grillige conjunctuur die India dwarszit. Het onderwijssysteem, dat de basis zou moeten leggen voor goede arbeidskrachten, functioneert onder de maat. Bijna de helft van de leerlingen verlaat de school voortijdig. Van hen die de eindstreep wel halen, heeft een groot deel niet de kennis die op grond van het verkregen diploma verondersteld zou mogen worden. Een recente overheidsstudie constateerde dat Indiase pupillen slechter zijn in taal en rekenen dan een paar jaar geleden. Het is de dubbele tragiek van de Indiase arbeidsmarkt: er is een tekort aan banen en de honderd­duizenden jonge Indiërs die het onderwijs verlaten, ontbreekt het aan elementaire vaardigheden.

Rajiv Sharma is een van de mensen die daar iets aan proberen te doen. Hij is oud-ceo van telefoniegigant Airtel. Vier jaar geleden zegde hij zijn baan op en begon Empower, een bedrijf dat jonge Indiërs een opstapje naar werk biedt. ‘Ik stond op de golfbaan en dacht: hoe ga ik de rest van mijn leven doorbrengen? Ik wilde iets doen wat niet alleen mijn bedrijf, maar ook mijn land vooruit helpt’, zegt Sharma, een gedrongen Indiër afkomstig uit Mumbai, tijdens een kop thee in zijn kantoor. Hij heeft het flitsende gebouw van zijn vorige werkgever in Delhi’s zakendistrict Gurgaon ingeruild voor een eenvoudig onderkomen in Kalkaji, een bescheiden wijk aan de zuidrand van de stad. De aspiraties zijn er niet minder om. Op de gevel hangt een gigantisch doek waarop de kaart van India staat afgebeeld, met daarbij de boodschap dat Empower India aan werk helpt.

Niet zonder trots doet Sharma zijn strategie uit de doeken: via zijn contacten in het bedrijfsleven sprokkelde hij een flink startkapitaal bij elkaar. In ruil daarvoor belooft hij iets wat schaars is in India: goed getrainde werknemers. Empower organiseert cursussen om een behendige chauffeur of verantwoordelijke housekeeper te worden, werk waar normaal geen opleiding voor bestaat. Inmiddels heeft Empower tien­duizend jonge Indiërs extra job skills training gegeven. ‘India kampt met een enorme opleidingsachterstand. De kwaliteit van scholen verschilt enorm en vakopleidingen bestaan er nauwelijks. Het is de grootste rem op onze economische groei’, zegt Sharma.

Dat hun diploma alleen onvoldoende is, weet ook het groepje adolescenten dat zich op een woensdagmiddag verzamelt in een ruimte die Empower huurt boven een ijzer­groothandel. Buiten raast de middagspits en klinkt het gehamer van staal op staal. Tijdschriftenverkopers hebben hun waar op een matje uitgestald: dagbladen, puzzelboekjes en vooral: een dikke stapel employment news, de dagelijkse vacature­krant, gedrukt op goedkoop papier en voor een paar roepies verkrijgbaar. In het lokaaltje worden de vaardigheden onderwezen die een jonge Indiër nodig heeft als hij aan de slag wil in het bedrijfsleven: handigheid met de computer en redelijke beheersing van de Engelse taal. De twintig leerlingen hebben tot hun achttiende op school gezeten, maar scoren op deze punten bijzonder zwak. Ze hopen dat deze cursus die felbegeerde baan dichterbij brengt.

Aan ambitie ontbreekt het niet in het jonge gezelschap. Namrata wil bankemployee worden, Nameet hoopt in een callcentrum terecht te komen. De negentienjarige Amit wil aan de slag als verkoper in een van Delhi’s enorme shopping malls. Hij komt uit een klein dorp in Uttar Pradesh, een paar honderd kilometer van Delhi, waar zijn vader kabelmonteur is. Net als zijn medeleerlingen droomt Amit van een witteboordenbaan, een paar treden hoger op de ladder dan de handarbeid die zijn ouders verrichten. Bij het naar buiten gaan worden de pupillen herinnerd aan de toekomst die hun wellicht wacht. De gang hangt vol pasfoto’s van hun voorgangers, met daaronder de baan die ze hebben binnengesleept. Behalve grote IT-bedrijven en banken is vooral de fastfoodwereld goed vertegenwoordigd. McDonald’s, Domino’s Pizza, Costa Coffee, allemaal zijn het gewilde werkgevers.

Namrata, Nameet en Amit behoren tot het groepje gelukkigen dat straks een streepje voor heeft bij het solliciteren, net als de tienduizend andere jongeren die tot nu toe door de molen van Rajiv Sharma zijn gehaald. Maar voor ieder van hen is er een veelvoud aan jonge Indiërs die het zonder steuntje in de rug moeten stellen. Het wegwerken van de massale opleidings­achterstanden is titanenarbeid. ‘De komende tien jaar moeten zeker vijfhonderd miljoen jonge Indiërs extra training krijgen, boven op hun schoolopleiding, willen ze echt voor werk in aanmerking komen’, aldus Sharma.

‘De schrale arbeidsmarkt voor jongeren is een van de verborgen kanten van India’s succes­verhaal’, zegt Arun Kumar, hoogleraar economie aan de Jaharwal Nehru Universiteit in Delhi. ‘India geldt als toonbeeld van economisch succes vanwege indrukkwekkende groei­cijfers. Maar het bruto nationaal product geeft een geflatteerd beeld. De tragiek van dit land is dat ondanks die groei weinig is gebeurd om de grote problemen aan te pakken. Nog steeds heeft slechts een fractie van de ­Indiërs georganiseerd werk, de rest doet zwart werk dat op geen enkele manier gereguleerd is. Van alle jongeren die nu de arbeidsmarkt op stromen, komt tachtig procent terecht in de informele sector, waar de lonen laag zijn en bescherming afwezig is.’

Kumar behoort tot een groepje links georiënteerde economen rondom de Nehru Universiteit die een andere invulling geven aan ‘Incredible India’, de slogan waarmee het land zichzelf naar buiten toe presenteert. Niet ongelooflijk, maar ongeloof­waardig is het verhaal dat India over zichzelf vertelt, menen zij. Belangrijker dan de groei van de middenklasse en mooie macro-economische plaatjes vindt deze club hoe die groei verdeeld wordt en wat India had kunnen doen als niet het leeuwendeel van het geld in het zwarte circuit verdwijnt. Ter illustratie: nog geen drie procent van de Indiërs betaalt inkomstenbelasting en het omzeilen van de fiscus is een nationale sport. Kumar, die eerder het boek The Black Economy in India schreef, schat dat sinds de jaren zeventig India hierdoor jaarlijks vijf procent economische groei heeft misgelopen.

De werkloosheidscijfers zijn net zo bedrieglijk volgens Kumar. ‘Officieel heeft India nog geen vier procent werklozen. Maar in de praktijk is dat cijfer veel hoger. Bijna niemand laat zich als werkzoekende registreren. Jongeren blijven bij hun ouders thuis zitten en doen hier en daar wat losse klussen. Ondertussen ratelt de diploma­fabriek stevig door. De talloze Indiase colleges leverden afgelopen jaren twee keer zoveel afgestudeerden af als vier jaar geleden.’

Ook Craig Jeffrey, een antropoloog aan de Universiteit Oxford die afgelopen vijftien jaar het leven van talloze jonge Indiërs zonder werk volgde, noemt de officiële statistieken ‘volstrekt onbetrouwbaar’. ‘Wat de cijfers niet laten zien is het grote aantal jongeren dat werk doet ver beneden hun opleidingsniveau. In de jaren zeventig noemden antropologen India het land van de buschauffeur met een bachelors degree. Daar is weinig aan veranderd, behalve dat het opleidingsniveau omhoog is gegaan. Inmiddels is India het land van de metselaar met de master­opleiding.’

Daarmee is sociale stagnatie een probleem dat door klasse heen snijdt. Ook aan de bovenkant van de sociaal-economische ladder wringt het. Hoger onderwijs in India is alles behalve een ticket naar succes. Veel Indiërs beschikken weliswaar over een fraai diploma, in de praktijk kunnen velen nauwelijks een marketingplan opstellen of een boekhouding bijhouden. Nog geen tien procent van de Indiërs met een mba-opleiding is ook daadwerkelijk geschikt voor een functie in het bedrijfsleven, blijkt uit recent onderzoek onder Indiase managers in spe. De landelijke brancheorganisatie van de IT-sector zegt dat 85 procent van de afgestudeerden onvoldoende heeft geleerd om ook daadwerkelijk met een computer aan de slag te gaan.

Jeffrey vindt dat er te gemakkelijk verondersteld wordt dat onderwijs een oplossing is: ‘Mensen hebben de valse verwachting dat een studie een toegangskaartje tot werk en daarmee een hogere klasse is. Dit probleem speelt in het bijzonder in Noord-India, waar onderwijsmogelijkheden genoeg zijn, maar waar de sociale mobiliteit gering is. In zekere zin heeft India onderwijs pas “ontdekt” als oplossing op het moment dat scholing al lang niet meer het smeermiddel van sociale mobiliteit was. De teleurstelling over niet waargemaakte verwachtingen kan de onvrede onder Indiase jongeren flink aanwakkeren.’

Het zijn ontnuchterende verhalen over een land dat te boek staat als Aziatisch groei­wonder. Toch draait India nog steeds op een tempo waar menige Europese economie jaloers op kan zijn. De groei van het bruto nationaal product schommelde in 2011 rond de acht procent. Maar in een land zo groot als India hebben kleine veranderingen vaak enorme gevolgen. Dit jaar valt de groei naar verwachting terug tot vijf procent. Dat klinkt nog steeds mooi, maar Indiase economen vergelijken het met een recessie in het Westen. Wat betreft de arbeidsmarkt hebben ze in ieder geval gelijk. ‘Het verschil tussen zeven en vijf procent groei bedraagt ongeveer drie miljoen banen’, schreef econoom Bibek Debroy in Outlook India.

Ondertussen laveert lndia tussen hoop en vrees over hoe de economie zich de komende jaren zal ontwikkelen. Veel van de indicatoren staan op somber. Buitenlandse investeringen zijn met de helft teruggelopen, de roepie wordt geteisterd door inflatie en India kampt met de grootste staatsschuld plus begrotingstekort van alle bric-landen. De ficci verwacht dat de groei de komende zes maanden nauwelijks nieuwe banen zal opleveren.

In een poging het gesomber te bezweren belooft het recente vijfjarenplan van de regering-Singh weliswaar een optimistische acht procent groei per jaar, meer werk in de landbouw en vijftig miljoen extra banen daarbuiten, maar deze droom zegt de Congrespartij alleen waar te kunnen maken als zij de vrije hand krijgt – en dat is in het huidige politieke klimaat een illusie. Pogingen om de economie aan te jagen verlopen bijzonder stroef. De Congrespartij verloor haar belangrijkste coalitiepartner toen ze besloot de Indiase markt verder te openen voor buitenlandse investeerders, waardoor de regering inmiddels steunt op een wankele meerderheid. Hervormingen maken de kans op vervroegde verkiezingen alleen maar groter.

Het is duidelijk dat minister-president Manmohan Singh het succes uit het verleden probeert te herhalen: als minister van Financiën was hij het brein achter India’s eerste liberaliseringsgolf begin jaren negentig. Hij sleepte het land uit een crisis en luidde India’s gouden jaren in. Met een kwakkelende wereldeconomie is rekenen op buitenlands kapitaal als aanjager van de economie een stuk riskanter. Bovendien blijft India een land waar het niet zonder risico’s investeren is. Al eerder beten multinationals hun tanden stuk op India omdat de overheid de regels tussentijds veranderde, of omdat de klanten toch liever bij hun vertrouwde winkeltjes bleven kopen. Onlangs stelde meubelgigant Ikea de toetreding tot de Indiase markt tot nader order uit. De reden: het is onzeker of het ook gaat lukken om Billy’s aan de Indiase middenklasse te slijten. ‘En zelfs als het internationale bedrijfsleven zich hier in grotere mate vestigt, dan nog is de huidige generatie jongeren daar weinig mee geholpen’, zegt econoom Arun Kumar. ‘Het duurt minstens vijf jaar voordat buitenlandse investeringen werkgelegenheid creëren.’

Op papier, kortom, heeft India alles in huis om het volgende land te zijn waar de onvrede tot uitbarsting komt: de jongeren zijn talrijk en de toekomst is onzeker. Bovendien heeft het land een mannenoverschot, volgens sommige sociologen het ingrediënt voor een jeugdrevolte.

Maar voorlopig lijkt de Indiase jeugd het stokje nog niet over te nemen van hun generatie­genoten in Zuid-Europa en de Arabische wereld. ‘Het bewustzijn onder jongeren dat hun toekomst onzeker is, komt maar zeer langzaam op gang’, vertelt Asnhul Tawari. Hij is de oprichter van Youth Ki Awaaz, ‘de stem van de jeugd’, een online debatforum. ‘Je moet niet vergeten hoe divers India is. Het idee dat er in India één generatie jongeren is, met een gemeenschappelijk belang, is een illusie. Een kind uit een middenklassegezin heeft andere belangen dan iemand uit een plattelandsgezin.’

Toch beginnen de contouren van een ­ontevreden generatie zich langzaam af te tekenen. ‘Die personeelsadvertentie waar je oog op valt, wordt bekeken door honderdduizend anderen. Maak je geen illusies’, schrijven de jonge bloggers van Youth Ki Awaaz, dat maandelijks vier miljoen bezoekers trekt. Op de universiteitscampussen winnen radicale studentenpartijen aan populariteit. In de noordelijke deelstaat Himachal Pradesh, waar de jeugdwerkloosheid een van de hoogste in India is, is de toekomst van jongeren onderdeel van de lokale verkiezingsstrijd. Jongeren gingen de straat op omdat er geen werk was voor de afgestudeerden van de fonkelnieuwe universiteiten die de afgelopen jaren uit de grond zijn gestampt. Eerder dit jaar ging de jeugdafdeling van de Congrespartij in Bhopal aan het rellen tijdens een anticorruptiebijeenkomst. Het zijn kleine voorbeelden, maar ze zijn veelbetekenend in een land waar de jeugd de reputatie heeft zeer conformistisch te zijn.

Volgens Rajiv Sharma tikt er in India een tijdbom van jongeren die teleurgesteld raken omdat ze hun sociale en materiële aspiraties moeten opgeven. ‘Als die frustratie zich lang genoeg opbouwt, komt er een moment dat mensen gaan pakken wat ze niet kunnen krijgen. Dat begint misschien klein, met kruimelmisdaad. Maar de stap naar grootschalig plunderen, zoals we zagen in Engeland in de zomer van 2011, is snel gezet.’

En hoewel geleid door mannen op leeftijd is India Against Corruption (iac) een club die de frustraties van de jonge generatie Indiërs een gezicht geeft. In naam bestrijdt de beweging corruptie, in de praktijk is ze een verzamel­bekken voor allerhande sociale onvrede.

Praveen Deshmukh is een van de vele jongeren die actief zijn bij iac. Als pas afgestudeerd computer­deskundige zat hij vorig jaar zonder werk. Hij meldde zich als vrijwilliger bij het groeiende leger Indiërs dat zegt tabak te hebben van corruptie, nepotisme en vriendjespolitiek. Inmiddels heeft hij een baan bij het staatstelefoniebedrijf, vertelt hij tijdens een manifestatie waar inwoners van Delhi hun elektriciteitsrekening verbranden als protest tegen de stijgende energie­prijzen. In de lucht hangt de geur van verkoold papier, op de achtergrond word de slogan gescandeerd die de anticorruptiebeweging zich heeft eigengemaakt: Bharat mata ki jai, victorie voor moeder India. Praveen probeert het lawaai te overstemmen: ‘Ik heb misschien geluk, veel van mijn vrienden zitten zonder baan. Ze hebben alles gedaan wat nodig was: een opleiding gevolgd, hun best gedaan. Nu zijn ze werkloos. Misschien dat er de volgende keer diploma’s in de fik gaan.’