Meutes

Meutes zijn zwaar kut. Niet zelden gevaarlijk en vrijwel nooit leuk. Ik blijf er verre van.

Het voetbalstadion, oké. Af en toe. In elk stadionvak zit er een klein maar overzichtelijk meutetje. Dat is nog te doen.

Op weg naar het treinstation naast het stadion komen alle minimeutes dan bijeen en worden samen een maalstroom. Een lawine van vleespoppetjes.

Even doorbijten is het dan. Gewoon naar je voeten kijken. Doorlopen vooral totdat de meute zich verdunt tot het stadium ‘drukke straat’ is bereikt. Meestal pas bij het volgende station. Liever lang onderweg dan je met de rest van de meute in een wagon wurmen.

Ik heb niks met meutes. Dus ook niks met Koningsdag.

De hele provincie daalt dan neer op mijn meuteloze buurtje. Alle tongvallen. Alle leeftijdscategorieën, maar allemaal in oranje. En er is niet eens gevoetbald. Niks gewonnen. En toch dat gehos.

Ik probeer elke keer te ontvluchten op Koningsdag en vroeger de vrouwelijke vorm ervan, en nooit lukt het.

Mijn relaties zijn altijd arme kunstvriendinnetjes en die moeten op die dag altijd een performance doen of centjes verdienen in een park met meutes.

Mijn familie staat in de kroeg om meutes te bedienen en mijn vrienden moeten altijd werken of gaan iets doen met kinderen. Meestal iets met meutes.

Meutes schijnen nog vervelender te zijn als je ze tegen je hebt of wanneer ze je van iets beschuldigen. Maar daar heb ik het niet eens over. Meutes die neutraal tegenover je staan zijn ook al vervelend. En meutes die je aan je voeten hebt zijn ook niet te vertrouwen. Die richten zich ook in no time tegen iemand en zodra je ze een beetje teleurstelt ook tegen jou.

Bij demonstraties meld ik me ook zelden. Vijf keer of zo in heel mijn leven. Drie keer voor iets met dierenrechten, een keertje tegen het regime in Birma en de laatste keer omdat er types met een meutementaliteit twaalf striptekenaars doodschoten omdat ze een tekeningetje maakten van een figuur waar ook weer meutes achteraan lopen.

Demonstraties zijn dus ook meutes. Alleen in uiterste gevallen waag ik me eraan. Meestal lopen er in demonstrerende meutes ook clubjes kwaadaardige gekken mee die het toevallig op dat puntje nou net wel met je eens zijn maar naast wie je voor geen goud dood gevonden wil worden. En dat dood naast elkaar liggen kan zomaar gebeuren als een meute flink op drift raakt. Dan wordt een meute een vertrapmachine.

Meutes, nee dus. Voor mij dus geen bad in de oranje menigte. En dat niet eens omdat ik lid ben van het Republikeins Genootschap. Ja, ook een beetje daarom. Maar vooral vanwege de meutes.

Verder wens ik alle Groene-lezers, hoewel in overgrote meerderheid ook republikein, vermoed ik, een fijne Koningsdag.

Maar pas op voor de meutes. Vertrouw ze voor geen cent.