Mevrouw als meisje

‘Gedachten, dat zijn rare kwibussen’, schrijft Rita Verschuur in haar vrolijk getitelde boek Jubeltenen. Het is het vijfde deel in een reeks met zorgvuldig opgetekende jeugdherinneringen, waaruit de juistheid van bovenstaande vaststelling bij voortduring blijkt. Ik ken binnen de Nederlandse jeugdliteratuur geen auteur die de grillige werking van het kinderlijk brein met zulke precisie fileert. De lezers mogen meekijken in Verschuurs jeugdige hersenpan, zelfs wanneer haar gedachten verre van nobel of opbouwend zijn. Terugkerend onderwerp van beschouwing in de hele serie vormen de ervaringen tijdens en vlak na de Tweede Wereldoorlog en het gestrande huwelijk van Rita’s ouders.

In Jubeltenen staat één onderwerp centraal, waardoor het verhaal richting en structuur krijgt. Zoals het in Vreemd land (1995) naar aanleiding van een bezoek aan Zweden draait om culturele identiteit en de functie van de taal, gaat het in Jubeltenen over beeldende kunst. Rita is elf jaar wanneer op school een tekenwedstrijd wordt georganiseerd naar aanleiding van twee jaar Bevrijding. Ze tekent magere mensen in een straat met lege winkels. Daartussen loopt haar vader gebukt onder een takkenbos, maar met omhoog krullende schoenen. Daarin zitten jubeltenen. Die kondigen de vrede aan. De grote vraag voor het kinderlijk denkhoofd is wie de wedstrijd gaat winnen en waarom. Lia is gespecialiseerd in naar links galopperende paarden, maar verder kan ze niets. Tilly tekent alles langs een lineaal, maar hoe kunnen kaarsrechte vlaggen nu echt wapperen? Carla gebruikte de ideeën die Rita haar influisterde en Koos heeft een leeg vel ingeleverd. Prijzen slaan volgens hem nergens op: ‘Tekeningen kun je niet met elkaar vergelijken. Alles is verschillend. Je kunt niks vergelijken. Alleen bloemkoolsoep.’ En waar zou de jury op letten? Het onderwerp is van belang. Een lachende baby in een wiegje scoort vast hoger dan een poepende hond. Tekeningen waar je bij moet huilen of lachen doen het ongetwijfeld goed en Tom Kwak denkt dat mooie tekenaressen meer kans hebben dan lelijke. Zo tobt een mens wat af, want wat is de goede jurk om bij een prijsuitreiking te dragen en mag je God lastig vallen met zoiets banaals als een wedstrijd: 'Ik vind dat de mensen God zo min mogelijk met bidden moeten storen. Ze moeten niet alleen aan zichzelf denken maar ook aan hem. Als je zoveel mogelijk je eigen boontjes dopt, vindt God je flink en dan helpt hij beter bij levensgevaar.’ Ingewikkeld is ook de stiefmoeder die zich niet alleen kritisch uitlaat over de tekening, maar ook vaders bewondering voor zijn knappe dochter in de weg staat. Verschuur staat in wonderbaarlijk open verbinding met het meisje dat ze was. Als volwassen schrijfster weet ze vervolgens wat ze in het verleden aantreft met treffende precisie vast te leggen. Zo ontstaat het ontroerende en vaak grappige beeld van een wijsneuzig kind dat met haar onbevangen observaties een minicursus kunstbeschouwing levert, waar de vaderlandse kunstpausen een puntje aan kunnen zuigen. Of Rita tenslotte wint, moet de lezer zelf bedenken. Wie de jeugdige wedstrijdtekenares zo dicht op de huid heeft mogen zitten, kan daar teleurgesteld over zijn.