Mevrouw borst heeft geen verstand van politiek

Zij is de enige Nederlandse politica die geen voornaam lijkt te hebben, behalve in het milieu van haar eigen partij, waarin zij Els schijnt te heten. Voor de rest wordt zij in stad en land beleefd ‘mevrouw Borst’ genoemd.

Haar benoeming tot D66-lijsttrekker was zonder meer een trouvaille. Zij is aardig en verstandig, bovendien is zij een atypische politica, wat helaas als een compliment moet worden beschouwd.
Laten wij onze prognoses voorzichtig houden: zij kost zowel de VVD als de Partij van de Arbeid straks tenminste vijf zetels, terwijl de ouderenpartijen beter kunnen opdoeken.
Zeker, mevrouw Borst wordt een groot succes. Behalve wanneer zij persisteert in de rol van nationale moederkloek zonder uitgesproken politieke meningen. Want politieke meningen hebben wij tot dusverre nauwelijks van haar gehoord, behalve dat zij Wim Kok een betere premier-in-spe vindt dan Frits Bolkestein, een gevaarloze opinie die waarschijnlijk zelfs door Frits Bolkestein wordt gedeeld.
En mevrouw Borst wordt géén groot succes als zij, in haar sympathieke onbevangenheid, fouten gaat maken.
Zoals afgelopen weekeinde is geschied, toen zij de curieuze mening verkondigde dat de aanstaande D66-fractievoorzitter straks, na de verkiezingen, tevens de politieke leider van haar partij zal zijn.
Die politieke leider zal dus geen Els Borst zijn, want die wil graag in het volgende kabinet, zegt Els Borst, de volksgezondheid blijven beheren. Daar heeft zij, als medica, verstand van.
Had zij maar wat meer verstand van politiek! Want wat zij zich voorstelt is natuurlijk volkomen uit den boze. Je bent politiek leider of je bent het niet. Dat kan best vanuit het kabinet (zie de rol van Wim Kok) en het kan ook vanuit de volksvertegenwoordiging (zie de rol van Frits Bolkestein). Maar je kunt niet als politiek leider vermomd de verkiezingen ingaan om vervolgens, als het werk is gedaan, het politiek leiderschap aan een ander te delegeren. Dan heb je de kiezers een oor aangenaaid, iets waarvan D66 op traditionele gronden (‘Het bestel is ziek en moe. Het schippert. Weifelt. Zeurt’) geen voorstander hoort te zijn.
Het blijft een vreemde partij. Voor het referendum, behalve als de coalitiepartners tegenstribbelen. Voor democratisch gekozen functionarissen, behalve als het de eigen politieke leider betreft - want denk maar niet dat straks, op het D66-verkiezingscongres, ook maar iemand tegen de autocratisch geparachuteerde ('Het is een meisje en ze heet Els’) lijsttrekker zal opponeren.
Typisch D66. Nette mensen. Staatsrechtelijke wijsneuzen in theorie, practici en pragmatici in de harde, politieke praktijk.