Michael Cimino 3 februari 1939 – 2 juli 2016

Hij maakte het grootse epos The Deer Hunter, maar stortte ook een studio in het verderf met de flop Heaven’s Gate. Je verveelt je niet met hem, zelfs zijn mislukkingen zijn interessant.

‘And the wolf shall dwell with the lamb and the leopard shall lie down with the kid.’ Oftewel: ‘Dan zullen de wolf en het lam bij elkaar liggen en er zal vrede heersen tussen panter en geit.’ Jesaja 11:6. Deze tekst spreekt de preacher in zijn preek uit in Michael Cimino’s film Thunderbolt and Lightfoot (1974), en wel vlak voordat hij uitgerekend in zijn kerkje onder vuur wordt genomen door een gangster. Van vrede is er dus weinig sprake tussen schutter en dominee, hoofdzakelijk omdat die geen dominee is, maar een crimineel genaamd Thunderbolt en gespeeld door Clint Eastwood.

Tot aan zijn dood op 77-jarige leeftijd stond Cimino bekend als de regisseur die The Deer Hunter (1978) heeft gemaakt, goed voor vijf Oscars waaronder die voor beste film. Ook zal hij altijd de regisseur van Heaven’s Gate (1980) zijn, de film die 44 miljoen dollar kostte en slechts iets meer dan drie miljoen dollar opbracht. De flop leidde tot het faillissement van de studio United Artists, waarmee het einde van het gouden jaren-zeventigtijdperk van de Amerikaanse cinema een feit was.

Maar er is zoveel meer aan het leven en werk Cimino, niet in de laatste plaats de recente herwaardering van Heaven’s Gate, een western over een conflict tussen Europese immigranten en landeigenaren in Wyoming rond 1890. De vraag of die nieuwe erkenning terecht is, is evenwel irrelevant in de context van Cimino’s oeuvre. Immers, wat hij wél heeft gedraaid in zijn korte tijd als grote jongen van ‘New Hollywood’ – slechts zeven films tussen 1974 en 2007 – is onvergetelijk. Naast The Deer Hunter en Thunderbolt and Lightfoot maakte Cimino Year of the Dragon (1985), een reactionaire politiethriller met in de hoofdrol Mickey Rourke in zijn hoogtijdagen. Drie andere films zijn mislukt, maar doorgaans op een interessante manier, bijvoorbeeld Sunchaser (1996), een meditatieve overpeinzing over sterfelijkheid en de vraag wat het betekent om Amerikaan te zijn.

Cimino, die schilderkunst en kunstgeschiedenis studeerde aan Yale, had vooral een fijn oog voor het beeld als drager van betekenis. Hierdoor zijn de films tijdloos. Kenmerkend voor zijn stijl is de clash tussen wijde, lyrische fotografie van berglandschappen en grauwe scènes waarin de kwetsbaarheid van de personages en de onmenselijkheid van de omgeving naar voren komen. Natuurlijke en industriële landschappen weerspiegelen innerlijke werelden. Geïmpliceerde tirannie (fabrieken) staat bijvoorbeeld in The Deer Hunter tegenover de belofte van vrijheid die de bergen inhouden waar het vriendengroepje van Michael (Robert de Niro) en Nick (Christopher Walken) naartoe trekt om te jagen.

Het verplaatsen van het verhaal van het stadje en de bergen naar Vietnam gebeurt abrupt; de gang naar de oorlog in Zuidoost-Azië vindt in een oogwenk plaats, letterlijk van het ene frame naar het volgende. Opnieuw situeert Cimino thema in vorm: zijn shockmontage vertelt ons dat de vrienden iets essentieels kwijtraken als ze in de grotemensenhel terechtkomen. Want dat verleden in de bergen krijgen de zorgeloze, bier drinkende jonge mensen nooit meer terug.

Vragen over mannelijkheid staan centraal in Cimino’s werk

Net als in The Deer Hunter staan het verlies van onschuld en vragen over mannelijkheid centraal in Cimino’s andere meesterwerk, de duivels intelligente misdaadfilm Thunderbolt and Lightfoot. Het was Cimino’s debuut als regisseur, gemaakt terwijl hij als broodschrijver in Hollywood werkte. Het verhaal draait om de relatie tussen een jonge dief, Lightfoot (Jeff Bridges), die met de oudere crimineel Thunderbolt (Eastwood), op de vlucht is voor kompanen die hem ervan verdenken dat hij de buit van een bankroof voor zichzelf heeft gehouden.

De generatiekloof, zo evident in de culture wars van het Amerika van de jaren zeventig, werkt subtiel door in Cimino’s vertelling. Eastwoods personage, een veteraan van de oorlog in Korea, staat voor cynisme en geweld. Bridges’ Lightfoot daarentegen vertegenwoordigt de optimistische, nieuwe tijd waarin humor, vriendschap en samenzijn de pijlers van de tegencultuur vormen. De tegenstellingen zijn een beginpunt voor ontwikkeling bij beide personages. Thunderbolt, een bijnaam die hij heeft verworven vanwege zijn talent voor het kraken van bankkluizen met een pantser doorborend kanon, moet leren dat mannelijkheid meer is dan vechten en oorlog voeren; Lightfoot wacht de zware les dat het leven nooit een rechte, voorspelbare lijn volgt. De vraag is of de kloof tussen oud en nieuw, verleden en toekomst kan worden gedicht, of er vrede mogelijk is zoals beloofd door de profeet in het bijbeltekstje dat ‘dominee’ Thunderbolt na de hilarische, gewelddadige openingsscène nog twee of drie keer citeert.

Cimino beeldt Lightfoots overlijden na een vechtpartij aan het einde van het verhaal af als een tragedie. Misschien zag hij toen al dat onschuld en puurheid onmogelijk zijn in het land waar men de waarden van mannelijkheid-Eastwood-stijl aanbidt. In ieder geval maakt Thunderbolt wél een ontwikkeling door: niet alleen heeft hij al het geld van de bankoverval in zijn bezit, ook is aannemelijk dat hij een tweede kans krijgt, een soort verjongingskuur dankzij de lessen die hij van Lightfoot heeft geleerd over spontaniteit en vriendschap.

Dit idealiseren van jeugd en schoonheid, in Thunderbolt and Lightfoot zo mooi belichaamd door Bridges, kreeg extra betekenis toen bleek dat Cimino een paar jaar geleden een radicale gedaantewisseling onderging. Je zou kunnen zeggen: wolf is lam geworden, om met Jesaja te spreken. Cimino liet zijn gezicht namelijk volledig verbouwen en droeg een pruik en een zonnebril, zodat hij eruitzag als een tiener in plaats van een grootmeester diep in de zeventig voor wie er sinds 1980 geen plaats meer was in de filmwereld.


Beeld: 2011 (Basso Cannarsa / Luz / HH)