23 juli 1913 - 3 maart 2010

Michael Foot

Met Michael Foot, tussen 1980 en 1983 leider van Labour, verliest Engeland niet alleen een politicus-tegen-wil-en-dank, maar ook een verdienstelijk schrijver, satiricus en Byron-bewonderaar.

Nadat Michael Foot tijdens de verkiezingen van 1955 had gehoord dat hij niet was herkozen voor het kiesdistrict Plymouth Devonport wendde hij zich tot zijn vrouw Jill: ‘Nu kan ik eindelijk dat boek gaan schrijven.’ Het klonk bijna als een opluchting. Waar een moderne beroepspoliticus in zo'n situatie zou denken aan een lucratief commissariaat of een adviseurschap, daar dacht de vorige week op 96-jarige leeftijd overleden Foot aan zijn andere grote liefde: het geschreven woord. Behalve een belangrijk socialistisch politicus - hij was tussen 1980 en 1983 de onfortuinlijke leider van Labour - heeft Engeland met het heengaan van Foot ook een verdienstelijk schrijver verloren, een Renaissance Man.
'Dat boek’ zou The Pen and the Sword worden, het hoogtepunt uit zijn oeuvre. Het belicht de polemische aanvallen van zijn grote held Jonathan Swift, de Ierse auteur van Gulliver’s Travels, aan het adres van de politicus-generaal John Churchill, de eerste Hertog van Marlborough en voorvader van Winston. Het was een van de momenten uit de politieke geschiedenis waarin de satirische pen machtiger bleek dan het zwaard, iets wat tot de verbeelding sprak van Foot. Anders dan Swift gaf Foot er echter de voorkeur aan om beide wapens te hanteren. Na het mede oprichten van de anti-kernwapenbeweging, samen met onder anderen Bertrand Russell, keerde hij in 1960 terug in het parlement. Bij een tussentijdse verkiezing nam hij het Welse kiesdistrict Ebbw Vale - waar Labour-stemmen worden gewogen in plaats van geteld - over van zijn politieke leermeester en vader van de Britse gezondheidszorg Aneurin Bevan, wiens biograaf Foot zou worden.
Binnen de politiek handelde hij indachtig de slotregel van Swifts grafschrift: 'Hij diende de menselijke vrijheid’. In Foots belevenis betekende dat het streven naar een socialistisch paradijs, wat gepaard ging met levendige redevoeringen, aangezien hij behalve het geschreven ook het gesproken woord goed beheerste. Tevens bracht het hem regelmatig in conflict met de partijleiding, zeker onder de 'rechtse’ Hugh Gaitskell begin jaren zestig. Soms ging zijn enthousiasme voor de vakbeweging zo ver dat hij maatregelen steunde die juist in strijd waren met de vrijheid, bijvoorbeeld toen Foot het krantenuitgevers verbood om stukken te publiceren van journalisten die geen vakbondslid waren. Anders dan bij de huidige top van Labour het geval is stond zijn fanatisme goede verhoudingen met conservatieve politici niet in de weg, wat te maken had met zijn charme en tolerantie.
Michael Mackintosh Foot, geboren in een welvarende wijk van Plymouth, groeide op met het concept 'vrijheid’. Zijn vader Isaac was behalve advocaat, dominee en boekenverzamelaar ook afgevaardigde voor de Liberalen, die indertijd nog een machtige rol vervulden in de Britse politiek. Hij ging naar een Quaker-school en bestudeerde de klassieken op Wadham College, Oxford. Na een deprimerende tijd als havenarbeider in Liverpool trad hij in dienst bij Tribune, een nieuw socialistisch weekblad. Via een collega ontmoette hij de Conservatieve persbaron en latere oorlogsminister Lord Beaverbrook, die zijn 'tweede vader’ werd. Op 28-jarige leeftijd werd hij hoofdredacteur van Beaverbrooks Evening Standard. In 1945 raakte hij gebrouilleerd met Beaverbrook - Foot kreeg een affaire met diens maîtresse - en verliet de krant. In hetzelfde jaar won hij bij de door oorlogspremier Winston Churchill verloren verkiezingen een zetel in het Lagerhuis, waar hij, op genoemde onderbreking na, tot 1992 zou zitten.
Zijn dédain voor machtspolitiek leidde ertoe dat hij pas op latere leeftijd een kabinetspost kreeg. In 1974 werd Foot minister voor Werkgelegenheid - hij voerde de inmiddels omstreden Health & Safety-wetgeving in - en hij promoveerde twee jaar later tot vice-premier. Na Jim Callaghans nederlaag in 1979 tegen Margaret Thatcher won Foot de verkiezingen om het partijleiderschap, zijnde een compromiskandidaat tussen de realisten en de hemelbestormers. Hij was nog niet verkozen of Foot - die sinds een auto-ongeluk in 1963 kreupel was - brak zijn enkel, een symbolisch begin van drie moeizame jaren. Hoewel hij jaren had gevlamd in politieke debatprogramma’s, paste de oppositieleider niet in het tijdperk van de soundbites en spindoctors, dat onder Thatcher begon en dat New Labour perfectioneerde. Hij kreeg kritiek op het dragen van een te korte donkergroene jas bij de dodenherdenking en tijdens de verkiezingscampagne van 1983 bukte hij, staande op het bovendek van de campagnebus, net op tijd voor een viaduct. Foto’s waarop hij vervaarlijk met z'n wandelstok zwaaiend zijn hond uitlaat op de Hampstead Heath passen meer bij Foot als 'The Old Bibliophile’ dan als kandidaat-premier.
Opvallend genoeg was Foots biograaf Mervyn Jones, die tien dagen voor zijn onderwerp zou overlijden positief over zijn leiderschapsperiode, omdat Foot de partij bijeen zou hebben gehouden. In 1981 richtten vier prominente partijleden echter een nieuwe sociaal-democratische partij op, een kopie van ds'70. Twee jaar later beleefde Labour de zwaarste verkiezingsnederlaag uit haar geschiedenis, het gevolg van een radicaal manifest dat de geschiedenis inging als de langste zelfmoordbrief aller tijden. Het moet Foot goed hebben gedaan dat hij een van de radicaalste punten - nationalisering van het bankwezen - nog heeft mogen meemaken. De belangrijkste politieke erfenis van Foot is misschien wel Tony Blair, wiens ontdekker en mentor hij was. Tijdens de Irak-episode zou de meester zich tegen zijn leerling keren. Ondertussen was Foot weer begonnen boeken te schrijven over onder anderen H.G. Wells en Lord Byron. Laatstgenoemde beschouwde hij als 'de dichter van de revolutie’ en tot zijn dood bleef Foot actief lid van de Byron Society, waar hij zich beter thuis voelde dan binnen de wereld van Westminster waar weinig plaats meer is voor romantische politici.