Michael jackson

De beste zijn. Beter dan de rest, beter ook dan zichzelf. Dat is wat Michael Jackson wilde. En hij kreeg het voor elkaar. Hij werd een fenomeen. Maar of hij er gelukkig mee is? ‘Ik vertrouw niemand, behalve mijn moeder, en zelfs van haar ben ik niet zeker.’
ALS KLEINE MICHAEL met zijn vriendjes onbekommerd wedstrijdjes verpiesen had mogen houden en had mogen tellen wie de meeste haartjes op zijn pik had, was zijn stem misschien minder helder of zelfs lager geweest dan nu. Wie weet had Beat It dan nooit bestaan of was de nachtmerrie van Billie Jean - over een meisje dat beweert door hem bezwangerd te zijn - banale werkelijkheid geworden en geen platina cd. Maar Michael had geen vriendjes en mocht geen normaal jongetje zijn.

Michael Joseph Jackson wordt op 29 augustus 1958 geboren in Gary, Indiana, in een buurt waar je maar op twee manieren rijk kunt worden: als gangster of als zanger. Michael begint op zijn vierde jaar te zingen en wordt door vader Joe van de ene talentenjacht naar de andere gesleurd. Tot hij op zijn negende jaar de droom waar maakt en met zijn oudere, talentloze broers Jackie, Jermaine, Tito en Marlon een contract krijgt bij Motown, het zwarte topmerk met artiesten als The Supremes, Marvin Gaye en Stevie Wonder. Vanaf zijn tiende krijgt hij van zijn vader opdracht om zich twee jaar jonger voor te doen. Michael gaat daar op een gegeven moment zelf in geloven.
Omdat hij het middelpunt is van de Jackson Five, wordt hij tot in de afgrond verwend. Hij ontpopt hij zich als een driftkikkertje dat de vloer aanveegt met iedereen. Hij leert niet om te gaan met kinderen van zijn eigen leeftijd. Huilend ziet hij ze van achter het raam buiten spelen en onbekommerd genieten van hun leven.
Hij danst fantastisch en kan volwassen, menselijke emoties zo genadeloos goed bezingen dat de mensen denken dat hij een dwerg is. Zijn grote voorbeelden zijn Diana Ross en James Brown. Hij doet niets liever dan hen imiteren.
ALS HIJ VIJFTIEN jaar is, zegt zijn zusje LaToya dat Mike geen tijd voor seks heeft. Tatum O'Neal, ook een kindsterretje en net zo uitgebuit door haar vader als Michael door de zijne, zegt dat seks iets is waar Michael geen sjoege van heeft. Net als zijn moeder is hij een vroom Jehova’s Getuige die tegen seks buiten het huwelijk is. Vol afkeer kijkt hij naar zijn broers, die tijdens hun tournees de beest uithangen en ordinaire hoeren naar zijn kamer sturen en hem uitlachen als hij met zijn mond vol tanden staat.
Het podium is de enige plaats waar Michael zich op zijn gemak voelt. Voor een zaal mensen - hoe voller hoe beter - kan hij zonder schaamte zichzelf zijn. Maar op een feestje staat hij te blozen als een amateur bij de Sound Mix Show.
Michael speelt liever met kleine jongetjes. Soms duiken ze met z'n allen in een bed om lol te schoppen, heel onschuldig allemaal. Hij is gek op kinderen en schenkt veel geld aan liefdadigheidsinstellingen. Bij zijn concerten staan de gangen vol zieke kinderen, die een laatste glimp willen opvangen van hun grote idool voor ze sterven.
Hij noemt zijn huis Neverland Valley en heeft in zijn kamer vijf vrouwelijke etalagepoppen, waarmee hij praat. Hij leeft in een sprookje, zijn eigen wereld waar volwassenheid een ondeugd is. Disneyland is zijn favoriete stek. In de filmzaal van zijn huis kijkt hij naar Fantasia en elke avond schuddebuikt hij om de komische avonturen van de Stooges. Hij wil de tijd laten stilstaan om te kunnen blijven wat hij was. Een kind.
Zijn beroemdste dans is de moonwalk, waarin hij tegelijkertijd voor en achteruit lijkt te gaan. Hij heeft een cameraman die hem overal volgt. Zijn leven is de film die hij over zichzelf laat maken en waar hij onophoudelijk naar kijkt. Niet zozeer uit narcisme, maar om zichzelf te verbeteren, want hij is een perfectionist met maar een doel: de beste zijn. Beter dan de rest, beter dan zichzelf.
Maar als hij in de spiegel kijkt ziet hij vooral zijn grove neus. Big Nose, noemen zijn broers hem gekscherend. Zo gauw hij zijn kans schoon ziet, laat hij hem verkleinen. Tot zes keer toe. Hij laat ook net zo'n kuiltje in zijn kin maken als Kirk Douglas heeft en hij smeert zijn gezicht in met porcelana om witter te lijken.
Het is voor hem van levensbelang dat hij eruit kan zien zoals hij wil, want hij wil voor geen goud lijken op zijn vader. Joseph Jackson komt uit LaToya’s autobiografie Growing Up in the Jackson Family naar voren als een psychopaat die haar en haar zusje Rebbie seksueel misbruikte, die zijn zoons drilde als militairen en die vooral de kleine Michael onophoudelijk sarde en in elkaar sloeg. Volgens andere verhalen misbruikte hij Michael eveneens seksueel, zodat het kind al misselijk van angst werd als zijn vader in de buurt was. Joe gaat vreemd bij het leven, zodat Michael ook nog met een onecht zusje zit opgescheept.
Van volwassenen heeft hij niets te verwachten. ‘Ik vertrouw niemand, behalve mijn moeder, en zelfs van haar ben ik niet zeker’, weet hij al op jeugdige leeftijd te vertellen. Zijn broers nemen hem in de maling; journalisten verdraaien zijn woorden; Berry Gordy, de baas van Motown, geeft hem een wurgcontract; tijdens zijn tournees wordt hij bestolen door zijn naaste medewerkers; winkeliers verhogen hun prijzen zodra ze hem ontwaren; zijn fans staan klaar om hem te vermorzelen zodra ze hun kans schoon zien. 'Ik hou van mijn fans, maar ik ben ook bang voor ze’, zegt hij.
Dat is de prijs die hij moet betalen voor zijn roem: geen leven hebben. Dus wordt het voor hem van levensbelang om de werkelijkheid buiten te sluiten. 'Everybody has deep, dark secrets’, zegt hij in 1978. Hij leeft in een droom. Die later werkelijkheid wordt als hij acht Grammy’s wint voor Thriller, de meest succesvolle elpee aller tijden, waarvan 38,5 miljoen exemplaren verkocht worden. Zelfs de allergrootste, Elvis Presley, heeft dat nooit bereikt. Hij is woedend dat Elvis en niet hij The King wordt genoemd.
HIJ IS 26 JAAR en nog steeds maagd. Hij mag dan soul hebben, ballen heeft hij niet. Hij praat fluisterend, zijn handschrift is kinderlijk en onleesbaar, hij draagt altijd een witte handschoen en een zonnebril die hij nooit afzet. Als hij bijna dertig is, gaat hij de stad in met een gorillamasker op om de mensen aan het schrikken te maken. Hij beziet de wereld door een haarlok voor zijn oog. Hij is een levende legende, van hot naar her vliegend en ijle kreetjes slakend.
Hij kan geen muziek lezen, maar fantastisch zingen. Zijn stembereik is drieeneenhalve octaaf. Zijn zakelijk instinct is ongeevenaard: hij kaapt de rechten van de Beatles voor de begerige neus van Paul McCartney weg terwijl hij een plaat met hem opneemt.
Zijn voorlaatste televisie-interview is met Oprah Winfrey in het voorjaar van 1993, en dat is het eerste in veertien jaar. Hij geeft het naar aanleiding van een dertienjarig jongetje dat door hem seksueel misbruikt zou zijn. Ze keken samen in bed naar The Exorcist op de video en na afloop van de spannende film had Michael zijn tong in de mond van de jongen gestopt. Daarna hadden ze orale seks. De vader van de jongen, co-auteur van Mel Brooks’ film Robin Hood: Men in Tights, eist een schadevergoeding van twintig miljoen dollar. Michael betaalt tien miljoen en voegt er schielijk aan toe dat dit niet moet worden opgevat als een schuldbekentenis.
Als Oprah Winfrey vraagt of hij nog maagd is, zegt hij: 'Ik ben een heer.’
Volgens een ander verhaal is hij op zijn vijfendertigste jaar ontmaagd door Liz Taylor, de aartsmoeder van alle homoseksuelen.
'De mensen moeten wachten op de waarheid voor ze mij veroordelen’, zegt hij.
Om te laten zien hoe normaal hij is trouwt hij met Lisa Marie, de dochter van Elvis Presley. En nu maakt hij zijn come- back met HIStory: Past, Present and Future - Book 1, een uitgekiende dubbel-cd met vijftien hits en vijftien nieuwe nummers, van rhythm-and-blues tot rock, van pop tot hip-hop, om van zoveel mogelijk walletjes te eten.
Epic, zijn platenlabel, gooit er dertig miljoen dollar tegenaan en voor de cd in de Nederlandse winkels ligt, is hij al platina. In een tijd van gezichtloze house-muziek is Michael nog steeds een ster.