29 augustus 1958 – 25 juni 2009

Michael Jackson

De eerste van de Grote Drie uit de popmuziek van de jaren tachtig is ons ontvallen. Het verdriet om Jackson is het verdriet om een muzikaliteit, lang geleden en ver van ons weg.

Het is zaterdagmiddag. Er hangt een helikopter boven Hollywood Boulevard. Vanuit de helikopter wordt de rij gefilmd die hier voor Michael Jacksons ster op de Walk of Fame staat. Een man in een Supermanpak staat er wat verloren bij: vandaag heeft niemand oog voor hem. Bij Amoeba op Sunset Boulevard, de beste platenzaak van LA, hebben ze geen enkele cd meer van Jackson. Ook geen tweedehandse.
Er is iets raars aan de hand met het voor de ontelbare camera’s uitgedragen verdriet hier: het is een wat wezenloos verdriet. Datzelfde geldt voor alle grote woorden die op alle nieuwskanalen nu al vele uren non-stop aan Jackson worden gewijd. Het zijn de juiste woorden, het staat er allemaal in – geweldige zanger, geweldige danser, geweldige componist, bestverkochte lp aller tijden – maar het zijn juiste woorden op afstand.
Logisch ook, eigenlijk. Net als de andere twee van de Grote Drie van de jaren tachtig (Madonna en Prince) was Michael Jackson er niet een van ons. Je kon al zijn platen hebben en zijn hits meezingen, dan nog kende je hem niet. En uit zijn teksten haalde je het ook niet. Bij iedere gestorven en tot icoon uitgegroeide popartiest van de laatste tien jaar (van Kurt Cobain tot 2Pac, van Johny Cash tot Joe Strummer) kon je binnen een paar uur fans op tv zien die tekstregels citeerden die duidelijk maakten waarom ze een persoonlijke band met de artiest voelden, waarom ze soms het gevoel hadden dat die artiest zijn regels speciaal voor hen zong. Dat idee kon geen mens bij Jackson hebben. Bij Jackson bleven alle fans spreken in algemeenheden. Hun idool bestond wel, maar ver weg, en vooral op een scherm. Dat van de tv waarop zijn clips waren te zien of van in het stadion waar hij optrad.
Meer nog dan Prince en Madonna was Jackson de clipartiest bij uitstek. Illustratief is dat in Amerikaanse media de dag na zijn dood net zo vaak werd verteld dat hij de grootste werd door mtv (zijn laatste pre-mtv-album Off the Wall verkocht twintig miljoen exemplaren, zijn eerste post-mtv-album Thriller het vijfvoudige) als het omgekeerde: dat mtv dankzij de spectaculaire clips van Michael Jackson (met de minispeelfilm van Thriller als hoogtepunt) een vliegende start maakte.
Jackson was de ideale jaren ’80-artiest. In het decennium van de clips en de hitsingles had hij met Thriller een album waarvan vrijwel ieder nummer een hitsingle werd en een clip had. In het decennium waarin stadionconcerten gelijk moesten staan aan visueel spektakel, waren die van hem het summum daarvan, en was hij het stralende middelpunt van zijn eigen show. Prince kon geil krollen en Madonna kon aardig dansen, maar niemand bewoog zoals Jackson dat deed. Zijn legendarische moonwalk, voor het eerst vertoond in 1983, liet niet alleen zien, zoals The New York Times zaterdag stelde, ‘dat hij had geleerd van de stedelijke spanningen van West Side Story, de disco van Saturday Night Fever, de op jazz gebaseerde choreografie van Bob Fosse en van een hele rijd diva’s, van Judy Garland tot Diana Ross’, het was ook een dans die oogde alsof die fysiek onmogelijk was. Zo dansen mensen niet. En dat is precies het punt: er kleeft iets bovenmenselijks en daarmee onmenselijks aan de superster, en Jackson was de sublimatie van de superster.
Bij Amazon werden volgens vice-president Bill Carr in de 24 uur na zijn dood meer cd’s en downloads van Jackson verkocht dan in de elf jaar ervoor. Hij zei het in de LA Times, om duidelijk te maken hoe populair Jackson op dit moment is. Er zit ook meteen een pijnlijke conclusie besloten in zijn woorden: zo populair was Jackson de afgelopen jaren niet meer geweest. Misschien maakt ook dat de rouw een wat bevreemdende: het is rouw om de artiest die Jackson niet meer was, maar die hij óóit was. Zijn platen na de jaren tachtig werden steeds drakeriger, en bij optredens deed hij de Michael Jackson uit zijn gloriedagen na. Niemand kon Michael Jackson imiteren zoals Michael Jackson dat kon, dat moet gezegd, maar zijn legendarisch optreden tijdens de Super Bowl van 1993 was daardoor even spectaculair als lachwekkend. De eerste minuut stond hij stil, als een levend standbeeld. Wat een symboliek.
Na de jaren negentig was de artiest Michael Jackson feitelijk non-existent. Er was alleen nog het fenomeen Jackson, uitgewoond door dezelfde media die hij nodig had om een fenomeen te blijven. Hij was de voorloper van Amy Winehouse, Pete Doherty en Britney Spears, waar het de perverse verhouding van het publiek met zijn gevallen helden betreft. Het lachertje van de RTL Boulevards van deze wereld. Haha, Jackson bijna failliet. Haha, Jacksons neus valt er bijna vanaf. In Amerikaanse media was het niet anders, en pas na zijn dood veranderde hun toon van smalend in zo vroom mogelijk.
Ook in dat opzicht was hij fascinerend, want zoals in zoveel andere opzichten slachtoffer en dader tegelijk, maar uiteindelijk was het allemaal mist, mist rond de ongekende muzikaliteit van het kind tot de begin-dertiger die een hele generatie nieuwe artiesten in vooral de r&b- en hiphophoek inspireerde. Een aantal van hen, onder wie zanger-producer will.i.am, werkte mee aan een nieuwe versie van Thriller die vorig jaar verscheen, maar dat bleek een volkomen overbodig project dat Jackson andermaal de nostalgie indreef. Dat hij met Jackson aan nieuw materiaal werkte, was al aanmerkelijk veelbelovender. Het had samen met de shows in Londen Jacksons vuist op de kin van de vergetelheid kunnen worden; het bewijs dat hij nog steeds het voor onmogelijk gehoudene kon. Na al het verval was een fatsoenlijke, hedendaagse plaat uitbrengen en die shows gewoon volbrengen daarvoor al genoeg geweest. Gelukkig voor Jackson beoordelen we de artiest uiteindelijk om zijn muziek, en niet om zijn laatste, maar om zijn beste.