Film

Michael Moore ontmaskerd

FILM Manufacturing Dissent

In de film Manufacturing Dissent is Noam Chomsky, Amerikaans linguïst en links denker die in de jaren negentig brede bekendheid verwierf door zijn boek Manufacturing Consent, aanwezig als een schim op de achtergrond. Chomsky’s ideeën over het communicatieproces in de moderne massamedia vormen de rode draad in de film. In zijn boek toont Chomsky aan hoe de massamedia de belangen van de overheid en het bedrijfsleven dienen door het publiek constant met propagandaboodschappen te bewerken.

Het fascinerende aan de nieuwe film is dat documentairemakers Debbie Melnyk en Rick Cairne ervan uitgaan dat precies dezelfde mechanismen aan het werk zijn in de films van de lieveling van linkse Amerikanen, de Canadees Michael Moore. Zoals de rechtse media in de ogen van Chomsky een rechtse agenda propageren, zijn de linkse films van Michael Moore eveneens dragers van gemanipuleerde propagandaboodschappen. In beide gevallen, suggereren de cineasten, is de kijker/kiezer de dupe.

Het is inmiddels een subgenre: de anti-Michael Moore-film. Er bestaat een hele reeks documentaires waarin, vaak Republikeinse, cineasten aantonen dat Moore in films als Roger and Me (1989), Bowling for Columbine (2002) en Fahrenheit 9/11 (2004) structureel de waarheid manipuleert. Melnyk en Cairne doen dat nog eens over – onder meer met bewijsmateriaal van twee ontmoetingen tussen Moore en Roger Smith, topman van General Motors en grote ‘boeman’ in Roger and Me – waarin de gimmick juist was dat het machtige GM zo’n gesprek doorgaans onmogelijk maakt.

Het is boeiend om te zien hoe Michael Moore ontmaskerd wordt; hoe hij op precies dezelfde wijze als het rechtse establishment de waarheid voor eigen doeleinden fabriceert. De ironie is groot: de leugen regeert ook in het werk van Moore – dezelfde Moore die in zijn beroemde speech tijdens het in ontvangst nemen van de Oscar voor Bowling for Columbine zei: ‘We live in fictitious times.

Manufacturing Dissent laat dit alles goed zien, maar faalt uiteindelijk in het interpreteren van dat proces. Pas tegen het einde komen de pittige statements, bijvoorbeeld dat Moore door zijn banden met grote Hollywood-studio’s tegenwoordig deel uitmaakt van de entertainmentindustrie, en dat zijn subversieve waarde door zijn celebrity-_status nihil is. Zo wordt de echte boodschap van de film uiteindelijk onvoldoende diep uitgewerkt, namelijk dat entertainment funest is voor het eerlijke, serieuze politieke debat in Amerika, en dat de documentaire – traditioneel toch het domein van journalistiek en waarheid – ten prooi valt aan de doctrine van vermaak. Tekenend is dat Moore in 2005 niet wilde dat _Fahrenheit 9/11 meedeed in de Oscar-categorie ‘beste documentaire’, maar als mogelijk ‘beste speelfilm’.

Fictitious times inderdaad, gefingeerde tijden, waarin de kiezer niet zijn vertrouwen geeft aan iemand met de beste plannen en ideeën, maar aan diegene met het vermakelijkste verhaal.

Manufacturing Dissent: Uncovering Michael Moore draait vanaf 18 oktober in de bioscopen