8 maart 1947 - 6 september 2011

Michael S Hart

Al in 1971 wist Michael Hart dat het e-book literatuur voor iedereen beschikbaar zou maken, altijd en overal. En dus werkte hij zijn leven lang aan Project Gutenberg.

ZIJN OUDERLIJK HUIS lag vol boeken én elektronica, dus Michael Hart vond het achteraf bezien helemaal niet zo vreemd dat hij in 1971 bedacht dat literatuur gedigitaliseerd kon worden. Dat het mogelijk moest zijn om boeken in computers op te slaan, en die teksten vervolgens over de hele wereld te verspreiden. Dat het ontstaan van een elektronisch boek de facto net zo revolutionair was als die andere enorme sprong in het verspreiden van kennis, de uitvinding van de boekdrukkunst.

  1. Dat was de tijd van kamerbrede mainframes met namen als de Apollo Guidance, IBM 360 en Sigma V. Ze werden door onderzoeksinstituten gebruikt om cijfers door te rekenen, maar niet om teksten op te slaan en te delen. Toch was dat wat Michael Hart deed toen hij als student van de Universiteit van Illinois toegang kreeg tot die Sigma V. Hij besloot de Onafhankelijkheidsverklaring in te typen. Hij zei erbij dat aan het eind van zijn leven iedereen ‘elk woord in de Library of Congress in één hand kan dragen’. En daarmee begon zijn Project Gutenberg: het opslaan en beschikbaar maken van boeken. Het werd zijn levensdoel, het e-book werd zijn nalatenschap. Michael Stern Hart werd geboren in 1947 en groeide op in een gezin van wiskundige intellectuelen. Zijn moeder kraakte codes in de Tweede Wereldoorlog, zijn vader was een accountant, beiden werden docent aan de universiteit. Op jonge leeftijd repareerde Michael de radio van zijn vader en knutselde hij aan de allereerste televisies. Hij studeerde human machine interfaces maar maakte zijn post-graduate niet af omdat hij zich na 1971 volledig op Project Gutenberg richtte. Eigenlijk werkt hij in de eerste twintig jaar vrijwel in eenzaamheid, zijn tijd ver vooruit. Hij typt eigenhandig de bijbel, de grondwet, Alice in Wonderland, alles van Shakespeare en tientallen andere boeken in. Hij gebruikt tape om de teksten op te slaan, later stapels floppy discs. Maar het gaat langzaam. Hart kan maar een boek per maand doen en begin jaren negentig heeft hij pas een paar honderd boeken opgeslagen. Niet iedereen lijkt te begrijpen waar hij mee bezig is, maar Hart gelooft heilig in zijn project. Het e-book zal literatuur voor iedereen beschikbaar maken, altijd en overal. Het zal de prijs van boeken radicaal verlagen, net als de boekdrukkunst vijf eeuwen eerder, en zo bijdragen aan meer lezen en meer kennis. Hart is een idealist, iemand die luxe en roem opzij zet voor zijn grotere doel. 'Hij bezat veel maar gaf weinig uit’, schrijft zijn vriend en collega Greg Newby. Hij is ongetrouwd, heeft geen kinderen en investeert alles in Project Gutenberg. Hij maakt computers van oude onderdelen, gebruikt cd-roms van vrienden, leent gebruikte telefoons voor dataverkeer. Pas begin jaren negentig neemt zijn project grotere vormen aan. De opslagcapaciteit wordt steeds groter en netwerken groeien exponentieel. Hart rekruteert vrijwilligers om teksten in te typen en te corrigeren, documenten te hosten, bandbreedte beschikbaar te stellen. Hij omringt zich met vrienden en medegelovigen. Het aantal beschikbare e-books groeit, maar het blijft houtje-touwtje. Geld is er nauwelijks. Hart is wars van commercie, alles moet gratis. Die overtuiging wordt zijn grote gevecht. Uitgevers en auteurs willen intellectueel eigendom beschermen en Hart loopt frontaal tegen het auteursrecht aan. Alleen rechtenvrije boeken mag hij digitaliseren en verspreiden; maar dat kan pas jaren na het overlijden van de auteur. Hij schrijft petities aan het Amerikaanse Congres, werkt jaren aan een amicus brief voor het Hooggerechtshof. Maar in plaats van dat er meer boeken in het publieke domein worden toegelaten, wordt het auteursrecht telkens verlengd. De lobby van de industrie blijkt te sterk, Hart moet e-books verwijderen uit zijn catalogus en kan belangrijke boeken niet meer toevoegen. 'This, to put it mildly, put a kink into our plans’, schrijft hij op zijn website. De waarheid is dat hij er boos over is, woedend zelfs, gefrustreerd. Hij vindt het onterecht, een inperking van de publieke kennis ten koste van de winst van grote uitgevers. Die grote uitgevers en 'de commercie’ halen hem vervolgens ook op zijn eigen terrein in. In 2004 begint Google met het Print Library Project en worden samenwerkingsverbanden gesmeed met Harvard, Stanford, Oxford en andere bibliotheken. En in plaats van een paar duizend boeken wil Google met behulp van geavanceerde scanners miljoenen boeken inlezen. Hoewel Google ook problemen met auteursrechten krijgt, zijn er inmiddels vijftien miljoen boeken gedigitaliseerd. Die zijn in elk geval doorzoekbaar. Maar inmiddels zien ook uitgevers het potentieel en heeft Amazon medio 2011 een catalogus van 765.000 e-books. Veel meer dan de 36.000 die Project Gutenberg inmiddels heeft. Al zijn die gratis. Het doet niet af aan de vooruitziende blik van Hart. In 1998 zei hij tegen Wired dat er 'over twintig of dertig jaar een apparaat is dat kinderen in hun broekzak hebben, waar alles op staat, ook hun boeken’. Hij had weinig op met de mensen die hardnekkig bleven (of blijven) beweren dat boeken gedrukt moeten worden. In 2002 zei hij: 'De jongere generatie twijfelt niet over e-books. Alleen de dinosaurussen begrijpen niet wat er gebeurt. We krijgen soms nog mailtjes dat mensen nooit een boek op de computer gaan lezen! Maar wie is er meer belezen? Degene die maximaal een dozijn boeken mee kan sjouwen, of degene die een apparaatje heeft met honderden boeken erin? Wie kan meer citaten in context opzoeken, of vaker het woordenboek gebruiken?’ Michael Hart, vorige week op 64-jarige leeftijd overleden, is oud genoeg geworden om te weten dat hij gelijk had.