(11 februari 1937 - 7 oktober 2011)

Michel Peissel

Ons beeld van Tibet is grotendeels bepaald door de diplomatieke avonturier Michel Peissel. In een zelfgebouwde hovercraft maakte hij vele ontdekkingstochten door onherbergzaam gebied.

ZE KOMEN aanrijden in een oranje Volkswagen Kever, aan de trekhaak hangt een simpele rubberboot. Althans, zo lijkt het. Want samen met zijn kompaan heeft Michel Peissel de Zodiac omgebouwd tot een soort hovercraft. Hij legt uit dat de onderkant is versterkt, de zijkant met extra plastic is bedekt en dat ze een enorme ventilator hebben gemonteerd om een van de wildste rivieren van Europa op te varen. Op, inderdaad. Niet stroomafwaarts een beetje meepeddelen en af en toe een rapid ontwijken, maar tegen de watervallen en stroomversnellingen in, naar de bron.
Ze gaan onwennig zitten, oranje regenpakken aan en Russische bontmutsen op hun hoofd, draaien nog een rondje en geven gas. De boot doet nogal houtje-touwtje aan, maar ze varen echt de rivier op. Na een tijdje nemen ze een afslag en rijden met hun hovercraft doodleuk een dorp binnen, om te stoppen bij een benzinepomp. Een verbaasde Franse gendarme staart ze aan - wat doen die twee rare mannen hier?
Precies zo moet Michel Peissel zich vaak gevoeld hebben. Avonturier in onontgonnen gebied, met enige argwaan en interesse bekeken door de lokale bevolking. Peissel was een ontdekker en een uitvinder, een reiziger op zoek naar nieuwe indrukken en ideeën. Die boottocht in Zuid-Frankrijk boeide hem natuurlijk niet echt. Hij was zijn speciaal ontworpen lichte hovercraft aan het testen voor een expeditie naar de Kali Gandaki-rivier, om als eerste reiziger op die manier de bevolking in dat deel van de Himalaya te leren kennen. The Great Himalayan Passage heette het boek dat hij erover schreef, het leverde hem de status van legende onder hovercraftliefhebbers op.
Peissel is de zoon van een Franse diplomaat en groeit onder andere op in Engeland. Hij spreekt vloeiend Engels, Frans en Spaans. Op zijn achttiende koopt hij een boekje Tibetaanse grammatica. ‘Bijna per ongeluk’, zegt hij later in een interview. Maar het toevallige boekje zal zijn leven vormen. Hij leert de taal en reist op zijn 22e naar de Himalaya, naar Kathmandu. Peissel had voor veel dingen interesse, maar was echt gepassioneerd over de onherbergzame hoek van Noord-Nepal, Tibet en Bhutan. Maar hij komt er niet in, hij krijgt geen vergunning.
Peissel wil altijd naar onbekend gebied. 'Plekken waar nog niemand is geweest, waar het gewone publiek niet kan komen’, zegt hij in 1998 tegen The Independent. In de jaren daarna gebruikt hij de vaardigheden van zijn diplomatieke vader, zijn talenkennis en zijn charme om toch vergunningen te regelen. En in 1964, nadat hij inmiddels de Harvard Business School heeft verruild voor een doctoraat in sociale antropologie in Oxford en een PhD in etnologie aan de Sorbonne, lukt het uiteindelijk. Gekleed in Tibetaanse schaapskleren reist hij naar Mustang, een piepkleine regio ingeklemd tussen Nepal en Tibet. Hij blijft er maanden, zijn Tibetaans komt van pas, hij wordt vrienden met een rebellengroep en schrijft een bestseller over zijn verblijf. Het levert hem niet alleen bekendheid en geld op, maar ook de mogelijkheid om de rest van zijn leven expedities te ondernemen naar het gebied dat hij zichtbaar wil maken voor de westerse wereld. Tibet wordt uiteindelijk zijn tweede huis.
Het brengt hem vriendschap met Tibetanen, die hij bewondert om hun weerbaarheid en openheid. Hij mengt makkelijk met de boeren, nomaden en handelaars, maar ook met de diplomaten en stamhoofden. Maar hij komt er ook door in de problemen. Zijn boek over de rebellen in Mustang (Cavaliers of Kham) beschrijft de onderdrukking door Chinezen, de systematische vernieling van kloosters, de steun van de CIA aan de opstandelingen en de slappe houding van gevluchte Tibetanen tegenover de 'bezetting’. Gevolg: Amerika boos over het blootleggen van geheime banden, China boos over de negatieve berichtgeving uit Tibet, en gevluchte Tibetanen boos over de kritiek aan hun adres.
Op zich opvallend, want in al zijn andere werk waakt Peissel er juist voor politiek te bedrijven. Hij is een beschrijver, matigt zich zelden een oordeel aan. Eigenlijk is het typerend dat hij ook een verdienstelijk schilder is: hij wil de mensen laten zien, de lokale cultuur, het landschap, de gebruiken. En doet eigenlijk niets liever dan observeren, ontdekken, fotograferen en opschrijven. Om dan, weer thuis, een artikel voor de National Geographic te schrijven, of een nieuw boek te publiceren. Uiteindelijk onderneemt hij 29 expedities, schrijft hij zestien boeken en maakt hij twintig documentaires. Het beeld van Tibet dat wij hebben is voor een aanzienlijk deel bepaald door Peissel.
Hij houdt van puzzels, geschiedenis en zijn 'ontdekkingen’: de oorsprong van de Mekong-rivier, een Tibetaans paardenras, of het mysterie van de stenen torens in Zuidwest-Tibet - beschreven in zijn magnum opus Tibet: The Secret Continent. Boven alles is hij een nieuwsgierig mens, zegt hij tegen The New York Times. Een rusteloos type. Stilzitten is niets voor hem, getrouwd blijven met dezelfde vrouw ook niet - hij krijgt vijf kinderen uit drie huwelijken.
In 1987 zeilt hij met Mexicaanse archeologen in een zelfgebouwde boot langs de kust van Zuid-Amerika. Een jaar later bouwt hij een replica van een Vikingboot en zeilt en roeit daarmee 2400 kilometer over de Dnepr, dwars door de Sovjet-Unie, van Letland tot de Zwarte Zee. Tien jaar later onderneemt hij nog expedities naar Baltistan (Noord-Pakistan) en in 2005 gaat hij naar Noordwest-Tibet om de Sengo-nomaden te bestuderen. Zelfs op latere leeftijd blijft Peissel wars van platgetreden paden.