Economie

Micro/macro

Vorige week organiseerden de Groningse studenten in economie, business en management hun jaarlijkse congres. Ik was gevraagd iets te komen vertellen over het thema, ‘New Economic Thinking’. Dat is er genoeg. Het belang van geluk en niet slechts geld; de doorwerking van breinwetenschap in gedragsmodellen; hoe mondiale waardenketens de handelstheorie veranderen; en recente twijfels over de zegeningen van globalisering, kapitaalstromen en de concentratie van rijkdom. Er zijn baanbrekende boeken en artikelen over verschenen in het afgelopen decennium. Vernieuwing te over.

Eén deelgebied van de economie schitterde door afwezigheid op het lijstje dat ik op de ochtend van de conferentie nog eens doorkeek: de macro-economie. Miste ik iets, of stond de tijd daar echt stil? Werkloosheid, inflatie en groei worden er nog steeds bekeken vanuit evenwichtsmodellen die twintig jaar geleden ontwikkeld werden. Ze bieden geen enkele houvast bij het stellen en beantwoorden van de belangrijke vragen, is een veelgehoorde klacht. Modellen die realistischer zijn – waarin bijvoorbeeld de complexiteit van het economisch systeem serieus genomen wordt, of waarin financiële effecten voluit meedoen – komen in de macro-economische toptijdschriften niet of nauwelijks aan bod. Wie kritisch is, kan er beter wegblijven. Geen opwekkende conclusie.

Er is een ander en hoopvoller gezichtspunt. Macro-economische vragen worden wel degelijk innovatief aangepakt, maar niet in het jargon en de modellen die traditionele macro-economen herkennen. Neem menselijk kapitaal. Meer en betere scholing kan de productiviteit van een economie opkrikken. Economen hebben dus de factor ‘arbeid’ in productiefuncties kunnen kwalificeren, door niet alleen de arbeidzame bevolking maar ook de opleidingsniveaus te meten. Dat was de doorbraak van vijftig jaar geleden.

Maar succes wordt niet slechts bepaald door scholing. Ook door de leefomgeving, en die kunnen we nu meten. Raj Chetty van Harvard gebruikt big data: miljoenen waarnemingen over de kwaliteit van stadswijken en de prestaties en het welbevinden van bewoners. Hij maakte een ‘Atlas of Opportunity’ van de VS. Het wachten is op de volgende stap: de kwaliteit van buurten als verklaring van de groei van het bbp. Of neem de verklaring van banenverlies door globalisering. Dat is moeilijk als je de traditionele handelstheorie uit de internationale macro-economie toepast, die op het niveau van landen kijkt. Het wordt duidelijker als je op postcodeniveau kijkt naar de concurrentie door importen en het soort banen dat verloren gaat, zoals David Autor van het MIT deed. Plotseling is zichtbaar waar de verliezers van globalisering zitten, en waarom daar.

De macro-economie: miste ik iets, of stond de tijd daar echt stil?

De methoden zijn micro-economisch, de lessen zijn macro-economisch. Er is dus genoeg vernieuwing te vieren, het past alleen niet altijd in de micro/macro-hokjes die tachtig jaar geleden zijn bedacht. Heel verwarrend voor de gestaalde kaders en gatekeepers in de traditionele macro-economie. Dat is hun probleem. Science advances one funeral at a time, zei Max Planck.

Toch hield ik het in mijn voordracht niet bij een lofzang op de bruisende economische wetenschap. Aan ons denken over klimaat – toch hét probleem als het gaat om goed gebruik van schaarse middelen – hebben economen te weinig bijgedragen. De beroemdste milieueconoom, William Nordhaus, stelt voor dat we naar 3,5 °C opwarming streven. Dat is het niveau waarop volgens zijn model de problemen van opwarming en de problemen van een energietransitie precies in evenwicht zijn. Dit op basis van resultaten uit het verleden, zodat de dramatische omslagpunten waarvan we nu juist weg moeten blijven, geen rol spelen in zijn analyse. Hij kreeg er vorig jaar de Nobelprijs voor, want economen vieren hun blunders.

Een ander punt van aandacht is dat in de top tien of zelfs de top twintig van veelbelovende jonge economen nauwelijks vrouwen te vinden zijn. Ik zag dat op lokaal niveau weerspiegeld. Mijn gehoor in Groningen bestond voor zeker de helft uit jonge vrouwen met klaarblijkelijke belangstelling voor de economie. De sprekers en de moderator waren allen man, net als verreweg de meeste hoogleraren economie wereldwijd.

Er gaat dus veel mis in het behouden van talent. In de leerstoelen macro-economie is de man-vrouwverdeling nog weer schever dan in de rest van het vakgebied. Het lijkt me niet vergezocht een verband te zien met het gebrek aan vernieuwing. Zo levert de traditionele macro-economie ons dan toch, onbedoeld, een nieuw inzicht. Diversiteit helpt écht.