Televisie: ‘Hart van de democratie’

Microfoons

Hart van de democratie © Publicity Comopany

In een ruimte van het gebouw van de Eerste Kamer hangen gobelins. Hopelijk zijn ze nep, want als iemand er eentje optilt blijkt de muur erachter een gruwelijke aanblik te bieden en huiver je over de combinatie vocht en textiel. Met die scène in de Teledoc Hart van de democratie, over parlementair jaar 2018-19, hebben we een metafoor van dik hout te pakken: het fysieke huis van de democratie is zwaar in verval – hoe staat het met de democratie zelf?

Niet best, concluderen journalist Kees Boonman en Alexander Pechtold, gezeten op een bankje aan de Hofvijver. Pechtold is dan al afgetreden. Ze noemen verklaringen, waarbij Pechtold zegt dat de journalistiek deel is van het probleem: journalisten die op bevel van onzichtbare hoofdredacteuren continu met microfoons rond moeten hollen. Boonman: je wacht op de gang tot er een botje over het hek wordt gegooid en daar vliegt iedereen op af. ‘Het meest stompzinnige aspect van het politiek-journalistieke vak.’ ‘Maar je stond er wel, Kees. Beetje achteraf, maar toch.’ ‘Om overzicht te houden’, grijnst Kees, wiens humor, vaak van de vileine soort, een sterk wapen is.

Met dat ‘achteraf’ is hij trouwens prima getypeerd. Meestal staat hij letterlijk en figuurlijk net buiten de kring: zowel deelnemer als verslaggever als Shakespeare’s nar of doodgraver die commentaar levert. Hij, radiomaker voor de publieke omroep (op Twitter Nederlandse Propaganda Omroep genoemd) is een van de twee journalistieke zuilen waarop de documentaire rust. De ander is Charlotte Nijs van Hart van Nederland. ‘Onze kijkers hebben vaak woede richting alles wat hier gebeurt, maar dat komt ook doordat alles in een taal gebracht wordt die je als gewone Nederlander niet verstaat.’ Dus is haar taak: toegankelijk maken voor de kijker. Ze doet, als betrekkelijke nieuweling, haar stinkende best, en haar wanhoop na een week politici bevragen die niet luisteren maar een vaste ontwijkende riedel afdraaien (Hugo de Jonge is hierin hilarische kampioen) is begrijpelijk.

Dat ze als eerste en enige Pechtold aanspreekt op intieme details uit geruchten rond diens vertrek maakt haar onaangenaam baanbrekend (maar de ene na de andere plofkap kwam er stiekem bij, zegt ze trots en kritisch tegelijk). Pechtolds kritiek op de journalistiek komt mede door haar. Als Wilders daar bij de Algemene Beschouwingen misbruik van maakt, vraagt ze zich af waarom die dat zou doen – een record naïveteit vestigend. Maar ook haar wacht een Twitter-storm van reaguurders als haar journalistieke bijdrage gewijd is aan uiterlijk en kleding van Kamerleden.

Seksisme, jazeker, maar met zo’n onderwerp dicht ze de inhoudelijke kloof tussen haar kijkers en Den Haag bepaald ook niet. Gelijk heeft ze als ze kritisch vaststelt dat niemand van de insiders Baudets triomf had zien aankomen. Ze begrijpt geen bal van Baudets Uil-van-Minerva-verhaal. ‘Veel mensen die op hem stemmen ook niet, maar dat maakt klaarblijkelijk niet uit.’ Ik had Baudet vaak weten te mijden. Maar kon nu niet om hem heen. Erger en enger dan ik dacht.


Suzanne Raes (regie), Liesbeth Witteman, Hart van de democratie, NTR Teledoc, vrijdag 20 maart, NPO 2, 22.15 uur