Toneel: ‘Als vrouwen vrienden zijn’

Middagen met niets erin

Eva Marie de Waal en Janneke Remmers spelen Als vrouwen vrienden zijn © Ben van Duin

Drama is conflict, leert iedere aankomende schrijver. Maar in de eerste scène van Hannah van Wieringens nieuwe toneelstuk wordt de vraag opgeworpen of we in onze verhalen het conflict niet ‘veel belangrijker maken dan wenselijk’. Er zijn in een mensenleven immers beduidend meer ‘dinsdagmiddagen met niets erin’. Wat zou er gebeuren als we ons zouden richten op ‘hoe dingen doorgaan?’ Dit begin is meer dan een kijkwijzer voor het stuk, waarin twee personages gesprekken hebben zonder dat ze met elkaar botsen. Het definieert ook Van Wieringens visie op vriendschap.

De Bellevue Lunchtheater-productie Als vrouwen vrienden zijn toont de dinsdagmiddagen die twee vriendinnen regelmatig met elkaar doorbrengen. Met het mannelijke ‘vrienden’ in de titel lijkt de schrijfster afstand te nemen van de associaties bij de term ‘vriendinnen’. In films en dramaseries hebben vriendinnenclubjes altijd iets hysterisch. Daar zit best een waarheid in. Vrouwen kunnen jaloers zijn op mannenvriendschappen, omdat daar zoveel meer rust en wederzijdse acceptatie van uitgaan. Minder onderlinge jaloezie. Minder conflict en ja, minder drama. In deze tegenstelling, die de beeldcultuur gretig bevestigt, blijven vriendinnen steken in het gedoe waar ze als meisjes in verwikkeld raken, maar dat ze ook ontgroeien. Als vrouwen vrienden zijn gaat over een volwassen vriendschap; gespeeld door Eva Marie de Waal en Janneke Remmers zijn EM en J, zoals ze in het tekstboekje worden aangeduid, eind dertig.

Korte uitsneden van ontmoetingen tonen zowel het samenkomen van de vriendinnen als de ruimte tussen hen in. Er zijn sprongen in tijd en plaats van handeling: de ene keer zitten J en EM in een café, dan vinden ze elkaar op een drukke opening van een expositie, dan weer via Skype omdat J een tijdje in Berlijn woont. Knap is hoe de situaties in de dialogen worden opgeroepen. ‘Ik moet even aan jou vast, want ik heb geen slot’, begint J een scène. ‘Ja doe. Ik sta daar’, antwoordt EM. De verbeelding van de toeschouwer doet de rest. De actrices bespelen een bijna leeg podium, met op de vloer alleen een lichtkrant die dienst kan doen als bankje. Soms kruipt een van de vriendinnen bij de ander, maar ze kunnen ook aan weerskanten van het speelvlak blijven, zonder dat dit afdoet aan de intimiteit van hun gesprek. Teksten op de lichtkrant – beweeglijk vormgegeven door Miek Uittenhout – markeren de start van elk nieuw tafereel met een zin die inhoudelijk richting geeft aan wat er volgt. De gesprekken zijn rijk aan thema’s, banaal en filosofisch, emotioneel geladen of lichtvoetig plagerig. Eén keer wordt er een nieuwe geliefde aangekondigd, maar van het gesprek daarover zien we alleen de inleiding.

Het stuk slaagt voor de zogenaamde bechdeltest die registreert of vrouwen in fictie het ook níet over mannen kunnen hebben. Ruimte is er vooral in wat de vriendinnen niet hoeven uit te spreken. De liefde tussen hen spreekt uit de ogen van de actrices, in hoe ze elkaar aankijken, naar elkaar luisteren, maar ook in hoe ze elkaar láten. Hier wordt getoond hoe groots een vriendschap tussen vrouwen kan zijn. Hoeveel rust en wederzijdse acceptatie deze kan omvatten.


Als vrouwen vrienden zijn, Bellevue Producties, tournee t/m 18 december; viarudolphi.nl