Middeleeuws dierentribunaal voor de britse das dierenleed

Met de BSE-ramp voor ogen maken Britse boeren zich sterk voor een middeleeuws dierentribunaal. Het House of Parliament veranderde dinsdag in de Bloedraad. In de beklaagdenbank: een nationale mascotte, de das. Sinds 1971 speuren de Britten naar het bewijs voor tbc-besmetting van vee door dassen. Gevonden is dat bewijs echter nooit. Een veterinaire commissie stelt nu voor: laten we alle dassen uitroeien in die gebieden waar runder-tbc het meest voorkomt. Na een proefuitroeiing van, pak hem beet, tienduizend dassen, kun je dan zien of de runder-tbc afneemt. Zo niet, dan was het dus toch niet de schuld van de das. Internationale verdragen beschermen de das, maar de geplaagde Britse boer haalt liever alvast de koperstrikken uit het vet, of de gasflessen van zolder.

De milieubeweging is verdeeld. De Federation of Badger Groups zegt: dat nooit. Zo'n slachtpartij, nota bene vlak nadat het vernieuwde parlement, de tijdgeest peilend, de wrede vossenjacht gefaseerd verwees naar de geschiedenisboekjes? Een gotspe. De Britse dassenbeschermers wijzen erop dat slechts 0,4 procent van de koeien besmet raakt. En sinds 1971 stierven 25.000 dassen, maar de runder-tbc nam daardoor niet af. Trouwens, in al die jaren ging het veetransport vrolijk door, dé manier om virussen te verspreiden; zie de varkenspest. Om maar te zwijgen van veeartsen die de hele dag rondrommelen met dezelfde injectiespuit.
De dinsdag behandelde wet is een product van zwak onderbouwde veterinaire arbeid. Zo wordt een das met anti-tbc-lichamen in zich al gewantrouwd door menige Britse kwakzalver. Maar een virus dragen is iets anders dan ziek zijn. Wie de griep wil uitbannen bij mensen kan bezwaarlijk alle dragers van anti-grieplichamen in quarantaine doen. Dan komt er niemand meer op zijn werk.
Het wetsvoorstel wordt nog krankzinniger nu wetenschappers schoorvoetend toegeven dat er eigenlijk geen tbc-resistenter dier bestaat dan juist die vermaledijde das. Die loopt ’s nachts kilometers door natte weilanden, lekker koeievlaaien vol bacillen omkerend, op zoek naar regenwormen. In veterinaire laboratoria kwam het tot ware injectiebombardementen, om toch verdorie eindelijk eens zo'n das te besmetten - a hell of a job.
Maar veel afdelingen biologie danken hun subsidies aan het dassenwerk en gaan stug door. Ook de New Scientist breekt de staf over het wetsvoorstel. De grote milieubond RCPCA vindt het een ‘prisoner’s dilemma’ en sluit niet uit dat de das het virus toch rondbrengt. Europarlementariërs als Hanja Maij-Weggen - de Lenie ’t Hart van Brussel - hechten veel waarde aan het gematigde RCPCA-oordeel: die club heeft immers zijn sporen verdiend met verzet tegen dierproeven, zeehondenleed en kalverboxen (door Londen als koploper in Europa afgeschaft). Maar ook Hanja geeft toe: we weten het niet. Het kunnen ook wel konijnen zijn.
Met de realiteitszin van pessimisten lopen de Britse Jaap Dirkmaats alvast vooruit op de dassenmoord: die moet in elk geval diervriendelijker, dus zonder zogende moederdieren te doden. Het schrikbeeld van de dassenbescherming is: als na de proefuitroeiingen inderdaad minder koeien runder-tbc krijgen… wat dan? Dan openen de boeren het jachtseizoen, om het heel lang niet meer te sluiten.