Media

Middelen die doelen worden

Afgelopen week moest ik buiten Nederland spreken op een congres. Het ging over media en oorlog en bracht zo'n vijftien sprekers bijeen. Van die vijftien was ongeveer de helft afkomstig uit het land van samenkomst, de andere helft kwam uit de rest van de wereld. Verreweg de meeste sprekers kenden elkaar dan ook niet. Dat is op zich een voordeel. Een nadeel was dat de organisatoren slecht hadden nagedacht over het doel van de conferentie. Het thema was bekend en ook in de internationale agenda’s aangekondigd maar daarmee was het belangrijkste wel gezegd.

Gevolg hiervan was een ratjetoe aan verhalen. De een sprak over de Engelse televisieserie Dad’s Army, een ander over Canadese oorlogscorrespondenten, een derde over de German service van de BBC tijdens de oorlog, een vierde over de ‘constructie’ (het meest gehoorde woord tijdens het congres) van de Litouwse identiteit (het op één na meest gehoorde woord) in de oorlogskrant T?vija. Het ligt voor de hand dat zoveel verschillende onderwerpen onmogelijk tot debat, doel van elke conferentie tenslotte, konden leiden. En inderdaad, debat was er nauwelijks. Elk van de sprekers draaide zijn verhaal af. Degenen die het hunne al gehouden hadden, dommelden vervolgens weg of werkten hun mail bij. Degenen die hun verhaal nog moesten houden, bekeken de aantekeningen. Ondertussen spoedde het relatief kleine aantal aanwezigen zonder functie zich op en neer tussen wc, kantine, conferentiezaal en de schaarse plekjes zon. Het proces van egotripperij, geveinsde aandacht en aanstellerij was zo fascinerend dat het zo goed als al mijn aandacht opeiste. Ondertussen luisterde ik met een half oor naar mijn medesprekers (ik had geluk, ik was de eerste) en had een heerlijke dag. Helaas hadden nut en vermaak weinig met het onderwerp van doen.

Wat ik hier beschrijf kent iedereen die conferenties bezoekt. Het is niet altijd zo 'erg’ maar vaak ook niet zo veel beter. Het valt echter buiten de code om hierover je beklag te doen en helemaal buiten de code om te doen wat ik nu doe: het beschrijven. De reden hiervan is vrij eenvoudig: het bereizen van internationale conferenties is best leuk, je ziet nog ’s wat; universiteiten en hogescholen hebben voor dit soort zaken budgetten gereserveerd; ook is het de gewoonte dat je eens in de zoveel tijd zelf zo'n congres organiseert (en doe jij het zo veel beter?), en tot slot eisen werkgevers dat hun medewerkers 'internationaal publiceren c.q. spreken’, zo niet, dan tel je niet mee. Met andere woorden, er is in de loop van tientallen jaren een systeem ontstaan dat een eigen leven is gaan leiden en zelden kritisch bekeken wordt. Het is zoals het is en zoals het is, is het goed. Toch?

Denk nu niet dat dit alleen in het academische wereldje gebeurt. Het speelt overal. Op een dag krijgt mijnheer of mevrouw A of B idee X of Y. Hij of zij is gedreven, overtuigd van het nut van het idee en ook nog in staat de omgeving te overtuigen. Aldus wordt X of Y werkelijkheid, worden er budgetten en mensen vrijgemaakt, tijd en ruimte gereserveerd en voor je het weet is het idee een project en het project een instituut. Vanaf dat moment gaat het regelmatig fout. Idee, project en instituut werden gelanceerd om een doel te bereiken maar worden, eenmaal gelanceerd, zelf het doel terwijl het eigenlijke doel naar de achtergrond verdwijnt. Discussies, aanpassingen en veranderingen gaan voortaan dan ook vooral daarover: het middel. Het klinkt abstract maar is eenvoudig concreet te maken. Om bij de media ('middelen’) te blijven: je hoeft maar tien minuten over websites als Villamedia, Mediaonderzoek.nl en hun internationale varianten te surfen om te zien dat het een en al verwarring is. Om deze tot Nederland te beperken: alle omroepen gaan op de schop, kranten verkeren welhaast zonder uitzondering in een situatie van beheerste paniek en uitgeverijen weten van gekkigheid niet wat ze hoe moeten uitgeven. Waanzinnig spannend allemaal, erg ondoorzichtig en voor de betrokkenen vaak ook pijnlijk maar in negen van de tien gevallen ook een goede illustratie van genoemd mechanisme.

Om het grof en met betrekking tot het oudste van de drie media te zeggen: een boek is een middel, geen doel. Ter lering ende vermaeck is het misschien wel het mooiste middel maar toch, een middel blijft het. In de afgelopen twee eeuwen en zeker in de laatste decennia heeft het echter in toenemende mate plaats moeten maken voor middelen die hetzelfde effect op betere, snellere en goedkopere wijze bereiken. Het is begrijpelijk dat (boeken)schrijvers, uitgevers en distributeurs daar niet vrolijk van worden. Het middel is tenslotte hun broodwinning c.q. doel. Maar het is eveneens begrijpelijk dat de concurrent én de consument weinig geduld hebben met hun geweeklaag, dat immers evident op eigenbelang gebaseerd is. Precies hetzelfde kan van andere media gezegd worden. De uitkomst? Hij zal nog lang op zich laten wachten maar zal zijn als altijd, daarvan ben ik overtuigd: niet in het voordeel van de behoudenden en ten koste van de middelen die doelen werden. En dat is maar goed ook.