POPMUZIEK

Middelvinger

Vampire Weekend

Contra is de titel van de nieuwe Vampire Weekend. Een intrigerende term, vindt zanger Ezra Koenig, want iedereen associeert het direct met iets (een revolutionaire tegenbeweging, een instrument, et cetera), terwijl het zelf een neutraal woord is. Niet ondenkbaar dat Koenig zich ook ‘contra’ heeft gevoeld toen de band na de verschijning van het debuut Vampire Weekend (2008) twee partijen tegenover elkaar zette. Aan de ene kant ontving de slimme mix van met Afrikaanse ritmes geïnjecteerde gitaarpop juichende kritieken, aan de andere kant kreeg het viertal (afgestudeerd aan het prestigieuze Columbia) commentaar op hun vermeende elitaire houding. Pijlen werden gericht op songtitels als Oxford Comma, de kritische teksten over jongeren uit de hogere middenklasse en dan nog dat snobistische gebruik van muziekinvloeden uit het ‘zwarte continent’.
Zelf omschrijven ze hun stijl als ‘Upper West Side Soweto’ en de band heeft zich door de negatieve aandacht niet laten afleiden bij het maken van nieuw werk. Op Contra gaat Vampire Weekend zelfs nog een stapje verder. Eerste single Horchata en White Sky lijken een knipoog naar The Lion King en Paul Simons Graceland, maar Diplomat’s Son is een van de nummers die aspecten bevatten uit een andere muzikale windstreek. Met zijn dance-hallritmes en samples van M.I.A. is het een van de hoogtepunten. Deze bredere blik zorgt voor nog meer verdieping in het geluid zonder ergens te gemaakt te klinken. Het hele album is goed gevuld met gevarieerde ritmes en pakkende melodieën, en de subtiele songs zijn meestal ook nog vrij puntig.
Op het snijvlak van verschillende muziekculturen lijken Koenig en keyboardspeler/producer Rostam Batmanglij zonder moeite de beste onderdelen voor zichzelf uit te zoeken. De groep zorgt voor avontuur en blijft toch binnen de conventies van het poplied, want je zou het misschien even vergeten, maar Vampire Weekend blijft een westerse band. Aan de oppervlakte straalt de muziek een vaak bedrieglijk zorgeloze sfeer uit die doet denken aan de Amerikaanse Westkust-popmuziek (neem het skankende Irak-protestliedje Holiday). Ook de gepolijste rock-’n-roll is op Contra nog duidelijk aanwezig en soms venijniger of meer ‘punk’ dan je verwacht (Cousins). Een andere keer is het geen uitheems ritme, maar een scheut electropop (‘Giving up the Gun’) die de aandacht trekt.
Op het dromerige I Think You’re a Contra hoor je goed de ongedwongenheid in de toepassing van verschillende elementen die Vampire Weekend zo bijzonder maakt. Het losse Afrikaanse gitaarritme, sobere pianotonen, spaarzame strijkers en een drumcomputer vloeien natuurlijk in elkaar over en vormen een mooi coherent slotliedje. Koenig combineert tekstueel het maatschappijkritische (‘You wanted good schools/ And friends with pools/ (…) You wanted rock ’n roll/ Complete control) aan het romantische (Never pick sides/ Never choose between two/ But I just wanted you). Hiermee lijkt Koenig in Joe Strummer (The Clash) niet alleen een voorbeeld te hebben in muzikale omnivoriteit, maar hangt vermoedelijk ook als songschrijver diens motto aan: ‘Don’t write about love, write about what’s affecting you’. Met een middelvinger naar de critici natuurlijk.

Vampire Weekend, Contra (XL/V2)