Middenveld

Het CDA, D66 en de SP zijn in hun geschiedenis op verschillende manieren omgegaan met het middenveld. Maar op dit moment hebben ze gemeen dat ze alle drie het belang ervan inzien.

Medium den haag middenveld

Politici en sporters hebben meer met elkaar gemeen dan alleen de wil om te winnen. Waar oud-politici het niet kunnen laten zich met het doen en laten van hun opvolgers te bemoeien, daar kunnen ook de mastodonten uit het Nederlands voetbal het niet laten het beter te weten dan trainer Bert van Marwijk en zijn spelers.

En weet u wat de overeenkomst is tussen al het gepraat en geschrijf over het Nederlands elftal in de aanloop naar het EK en het jongste verkiezingsprogramma van het CDA? In beide komt het woord ‘middenveld’ niet voor.

Toch is er een verschil. Als het over Oranje gaat, dan gaat het vooral over de concurrentiestrijd tussen de spitsen Robin van Persie en Klaas Jan Huntelaar. Het middenveld lijkt er totaal niet toe te doen. Het CDA is zich nog steeds terdege bewust van het belang van het middenveld, het maatschappelijk middenveld dan welteverstaan. Het wordt door de christen-democraten alleen niet meer zo genoemd. Dat doet te veel denken aan de oude, verzuilde tijd met elke zuil zijn eigen strak georganiseerde middenveld, en sluit te veel nieuwe vormen van samenwerking uit tussen mensen onderling. Daarom schrijft het CDA nu: ‘Een rode draad in onze benadering is daarom het versterken van de gemeenschapszin. Wij zijn ten diepste een “wij-land”.’

Het CDA is altijd een partij geweest die wist dat er meer was dan overheid enerzijds en markt anderzijds, maar staat nu open voor een ander, vernieuwd middenveld. D66 daarentegen heeft nooit iets moeten hebben van het maatschappelijk middenveld. Kreeg daar pukkeltjes van, zoals afgelopen vrijdag op het tweede Van Mierlo Symposium werd gezegd.

Vanuit de geschiedenis van de partij is dat te begrijpen, D66 werd immers opgericht om het verstarde en verzuilde politieke bestel inclusief het daaraan vastgeklonken middenveld open te breken. Daarom dus dat D66’ers het woord middenveld liever niet in de mond nemen, ook al is dé Nationale Middenvelder bij uitstek, ser-voorzitter Alexander Rinnooy Kan, al jarenlang lid van die partij. Een D66-symposium over mensen onderling, zoals ze het in die partij nu noemen, mag dan ook een doorbraak heten.

Dat SER-voorzitter Rinnooy Kan op dat symposium een lans brak voor het traditionele middenveld zal weinig verbazing wekken. Maar dat hij hardop uitsprak het ‘een historische fout’ te vinden van D66 dat ze de vakbeweging heeft overgelaten aan de confessionelen en socialisten is in het 46-jarig bestaan van die partij ook historisch te noemen. Hij peperde zijn partij in dat de vakbeweging meer vertrouwen bij de bevolking geniet dan de politiek of de rechterlijke macht. Hij hield zijn partijgenoten ook voor dat de vakbeweging meer is dan de ruziënde top van de FNV en dat er meer oog moet zijn voor de invloed van de vakbeweging op het niveau van de ondernemingsraden en bij CAO-onderhandelingen.

Kernboodschap van Rinnooy Kan was eigenlijk dat een democratie alleen stabiel kan zijn als zij de afronding is van spontane, vaak warrige processen die in de samenleving zijn ontstaan. Dat was een advies aan alle politieke partijen die de neiging hebben van bovenaf alles te willen regelen en controleren. En daarnaast een boodschap aan zijn partijgenoten die denken dat je met een referendum of een gekozen burgemeester de democratie hebt gered.

Rinnooy Kan vertrouwt er weliswaar op dat uit spontane, vaak warrige processen iets moois kan voortkomen, hij gelooft niet dat je de politiek kunt beïnvloeden met het alleen maar organiseren van een flash crowd met behulp van nieuwe media. Dat is volgens hem te vluchtig en draagt het gevaar in zich dat uiteindelijk alleen betaalde lobbyisten, lees het bedrijfsleven of grote NGO’s, genoeg uithoudingsvermogen kunnen hebben om de taaie, langdurige processen in de politiek te beïnvloeden.

Wie uit eigen ervaring weten hoe taai en langdurig die processen zijn, zijn SP’ers. Veertig jaar geleden werd de partij opgericht, al achttien jaar is deze in de Tweede Kamer vertegenwoordigd, maar op landelijk niveau heeft ze nog nooit via kabinetsdeelname invloed kunnen uitoefenen. Van onderop organiseren en zaken vanuit de samenleving oppikken voor hun politieke agenda kunnen SP’ers echter als de beste. Maar spontaan en vaak warrig, zoals Rinnooy Kan dat noemde, zijn die processen bij hen niet. De SP is eerder het bewijs van de opvatting van politicoloog en socioloog Menno Hurenkamp die op datzelfde D66-symposium waarschuwde: wie denkt dat gemeenschappen van mensen spontaan en probleemloos ontstaan, is naïef; daar zijn instituties voor nodig. Zoals bijvoorbeeld een politieke partij.

Eigenlijk is de SP politieke partij en middenveld in één. Een zuil op zichzelf. En ook al zijn er vooral onder hoogopgeleiden mensen die daar pukkeltjes van krijgen, het lijkt de SP geen windeieren te gaan leggen bij de komende verkiezingen.

CDA, D66, SP, het zijn drie totaal verschillende partijen, die in hun partijhistorie drie soorten omgang met het middenveld kennen, maar anno 2012 alle drie het belang ervan inzien. Het middenveld is hot, hoe raar dat ook klinkt voor hen die bij middenveld alleen denken aan een ruziemakende FNV-top.

Cynici zeggen dat die belangstelling vanuit de politiek er alleen is omdat de overheid moet bezuinigen en mensen daarom meer zelf moeten gaan doen. Maar dat is te kort door de bocht. Bij CDA en SP zit het middenveld in de genen. Bij D66 zien ze in dat je geen politiek kunt bedrijven die uitgaat van de eigen kracht van het individu als je over het hoofd ziet dat die individuen socia­le verbanden aangaan.

Woensdag speelt Nederland tegen Duitsland. De wedstrijd waar iedereen het meest naar uitziet. De Duitsers willen het middenveld beheersen. Ik ben benieuwd wie er wint. Al zegt deze uitslag natuurlijk niks over die van 12 september.