HOLLAND FESTIVAL

Midzomernachtmerrie

Antonioni

‘Is het mogelijk dat alles in zo korte tijd verandert? Dat is verschrikkelijk. Dat is zo verschrikkelijk droevig.’ Aldus Claudia, die na de verdwijning van beste vriendin Anna een verhouding begint met haar vriend Sandro en heen en weer geslingerd wordt tussen schuld en passie. Michelangelo Antonioni was er een meester in om in zijn films mensen de meest braakwekkende dingen te laten zeggen en de kijker toch niet te laten vomeren, maar erin mee te doen gaan. Dat had voor driekwart te maken met zijn vermogen tot stilering. Tegen de achtergrond van industrieel Milaan, of in de holle kilte van ziekenhuisgangen, of met een immer aanrollende zee in het verschiet, werden alle karakters roependen in de woestijn. Hunkerend naar een verbond, huilend om dat wat ooit was. En voor de andere driekwart had het te maken met zijn acteurs: Jeanne Moreau als de droevige Lidia in La Notte, Marcello Mastroianni als de man in crisis in dezelfde film, Monica Vitti met haar ingewikkelde schoonheid in ál zijn films, Alain Delon als de onverbeterlijke player in L’Eclisse, zij konden precies die hele ondraaglijke lichtheid van het bestaan met een aanstekelijke ernst over het voetlicht brengen.
En wat blijkt? De équipe van Toneelgroep Amsterdam kan het ook. Zegt dat wat over de adapteervermogens van regisseur Ivo van Hove, over de onverwoestbare kracht van Antonioni of over de kwaliteit van de acteurs? Wat doet het ertoe. Antonioni Project, voorstelling in het kader van het Holland Festival, is zowel een feest van herkenning als een totaal nieuwe ervaring. Van Hove heeft drie scenario’s (l’Avventura, La Notte en L’Eclisse) versmolten tot een wervelende midzomernachtmerrie waarin alle stadia van de liefde worden afgepeld tot de blote kern. Het jonge stel dat uiteen gaat (‘Ik ga weg.’ ‘Moet je ergens naartoe dan?’), schijnbaar argeloos neergezet door Halina Reijn en Eelco Smits, het iets minder jonge paar dat ruziënd ten onder gaat, stevig aards gebracht door Janni Goslinga en Fedja van Huêt, en het rijpe huwelijk waarin medelijden, afhankelijkheid en onvermogen de boventoon voeren, schrijnend vertolkt door Marieke Heebink en Hans Kesting. Om hen heen fladderen de bronst, de verveling, de verlokking in de gedaantes van Jacob Derwig als gretige jager, Karina Smulders als getergde Monica Vitti-lookalike, Renée Fokker als lustige tijdbom en Hadewych Minis als droevige sirene.
Het verrassende van de voorstelling is het enorme tempo dat erin zit, en dat dat tegelijkertijd zo helemaal de verstilde Antonioni eer bewijst. Dit wordt mogelijk gemaakt door een vernuftig gebruik van camera’s die op alle denkbare manieren in stelling worden gebracht. Waar Antonioni het jachtige, onpersoonlijke stadsleven als metafoor gebruikte voor de desolate toestand waarin zijn figuren verkeerden, laat Van Hove opnames zien van rampen en aanslagen. Alsof hij wil zeggen dat het allemaal een kwestie van schaal is wat mensen elkaar aandoen. Toneel en film gaan een verrassend verbond aan; meestentijds kan er worden meegekeken op een groot scherm dat boven het toneel hangt. Vooral zo effectief omdat de blik van de kijker daarmee gemanipuleerd kan worden, bijvoorbeeld richting ontvanger in plaats van spreker. De typische Antonioni-dialogen (‘Zolang we van elkaar hielden, begrepen we elkaar.’) komen in loeischerpe close-ups angstwekkend dichtbij.

Antonioni Project, Toneelgroep Amsterdam. T/m 20 juni in Stadsschouwburg Amsterdam. www.hollandfestival.nl