Sport

Migratie

Hoe duur is een Japanner? Een kosten-batenanalyse van immigranten is een heikele zaak, vindt de politiek. Nou, dan moeten ze maar eens economisch onderzoek doen naar een van de bekendste arbeidsmigranten in Nederland, Keisuke Honda, uit Japan. Die levert alleen maar geld op. De mensen komen met duizenden naar het stadion voor hem alleen.
Honda is profvoetballer en speelt vanaf dit seizoen bij VVV uit Venlo (Noord-Limburg). Dat is nog eens arbeidsmigratie: van Settsu (Osaka) naar Venlo. Je moet iets voor je vak over hebben. Want het is een zware opgave. Migreren is nog tot daar aan toe. Maar dan moet je integreren, en dat is andere koek. Je moet inburgeren, je de taal eigen maken en de cultuur leren kennen. N’importe waar je vandaan komt, als je in Nederland wilt leven moet je je voegen naar de mores en moraal van je gastheer.
Sportmigranten moeten dat natuurlijk ook. Ook al is de hedendaagse professionele topsporter een nomade, die volgend jaar waarschijnlijk al weer wordt doorverkocht naar een club in een ander buitenland. Omdat er dan geld aan hem te verdienen is. Waarop hij dan in het nieuwe buitenland helemaal weer een nieuwe taal moet gaan leren.
Voor Honda is het dubbel zwaar: hij moet niet alleen Nederlands leren, maar ook Limburgs. Niet alleen de Nederlandse cultuur, maar ook de Venlose. Terwijl Japan ongeveer het tegenovergestelde is van Noord-Limburg. Inburgeren in Nederland is één ding, inburgeren in Limburg een tweede.
Hoe doet Honda dat? (Hij heet Keisuke van voren. De VVV-supporters hebben daar al kozend ‘Keiske’ van gemaakt. Dat klinkt als ‘Gijske’ of Thijske’, dat is vertrouwd. Ze houden van hem, daar op de tribunes.)
Keiske komt uit Japan, traditioneel een cultuur van verfijning en goede smaak en bescheidenheid. Limburg is dan even anders. Keiske weet niet goed hoe hij moet omgaan met carnaval, als iedereen door het lint gaat.
Een taalbarrière is sowieso al een geduchte hindernis, als je ook nog een tweede taal erbij moet leren is het een driesprong.
De zachte g, dat valt bijvoorbeeld niet mee. Een Japanner met een zachte g. En volgens de overlevering hebben Japanners moeite met het uitspreken van de ‘r’. Die klinkt dan soms wel eens als een ‘l’. En ook andersom, overigens. Loelmond. Venro. Voetbar. Varkenburg? Wat is Varkenburg? denkt Keiske.
Limburgers doen hun best om het voor Keiske makkelijk te maken. Na de wedstrijd zeggen ze: ‘Goed gespeeld, Keiske. Plima wedstrijd. Je bent topscolel van de eledivisie.’
Aardig van ze. Maar Keiske vraagt zich al een hele tijd af wat een hiha-hondenrur is.
Wat praten ze hier vreemd, denkt hij.
En wat gedragen ze zich hier vreemd.
En wat eten ze hier vreemd.
In deze tijd van onophoudelijke migratie van sporters kan het geval-Keiske een voorbeeld zijn, door wat hij heeft doorgemaakt.
Het Limburgse eten. Inburgeren, oké, maar Limburgs eten is a whole different ball game.
Gebakken ei met zult.
Even slikken. Srikken. Je bent gewend om sashimi te eten, dunne tranches rauwe vis, of sushi, prachtige rijstrolletjes, of osuimono, of tempura, of hotategai, of sint-jacobsschelpen teppan yaki, ebi en grote garnalen en shitabirama en tongfilet, met daarbij sake.
En ook verse (alles is bubbelvers) zalm, tori, hibachi steak, geflambeerde ossenhaas – kom je, kortom, uit Japan en hou je van exquise gerechten met verfijnd klaargemaakte rauwe en vooral heel verse ingrediënten, in bescheiden hoeveelheden, van een keuken kortom waar kwaliteit verre geprefereerd wordt boven kwantiteit, waar eten iets enorm belangrijks is, iets spiritueels zelfs – en dan zit je opeens in Noord-Limburg in de plaatselijke Stube en zie je hoe om je heen mannen en vrouwen grote pullen bier drinken en pinda’s met handen tegelijk in hun mond gooien, waarna ze – na een korte polonaise – aan een lange tafel gaan zitten en zich overgeven aan typisch Limburgse lekkernijen, producten uit de streek.
Balkenbrij. Huzarensalade (Limburgs: kow sjottel). Asperges, de ‘Koningin der Groenten’. Knapkoeken. Konijn in het zuur. Limburgse vlaai (vlaoi). Nonnevot. Sjroap. Tête de veaux (van een kalfs- of koeienhoofd worden in kokend water de laatste vleesresten losgeweekt en gegeten). Huijdvleisj (hoofdkaas of zult).
En Zoervleisj (zuurvlees).
Zuurvlees.
Barkenblij? Bielpap? Vreeslesten? vraagt Keiske zich af. En wat is toch zuulvrees?