Hoofdcommentaar: Joegoslavië Tribunaal

Mijlpaal Milosevic

«Tien jaar onder Milosevic was erger dan vijfhonderd jaar onder de Turken», luidt een Servische zegswijze. Als om dat te onderstrepen werd de ex-president uitgerekend bij het Joegoslavië Tribunaal in Den Haag afgeleverd op een dag die onlosmakelijk verbonden is met de Turkse heerschappij over de Balkan. Op 28 juni 1389 luidde Kosovska Bitka, de slag op het Merelveld bij het plaatsje Gazimestan in Kosovo, de Turkse overheersing in. Sinds die tijd is 28 juni Vidovdan, «een dag in bloed». Een dag die met rode cijfers op Servische kalenders staat aangegeven.

Er zullen flink wat champagnekurken geknald hebben op de avond van Vidovdan 2001, toen bekend werd dat Milosevic op weg was naar Den Haag. Westerse regeringen feliciteerden de Servische premier Zoran Djindjic met zijn «moedige stap». Hoofdaanklaagster van het tribunaal Carla Del Ponte sprak van «een belangrijke mijlpaal voor de internationale strafrechtpleging», en menig nieuwsbulletin liep over van genoegen.

Het enthousiasme lijkt echter voorbarig, want Milosevic’ uitlevering roept nogal wat vragen op. Del Pontes «mijlpaal» is volgens Joegoslavisch recht simpelweg ontvoering. Het Joegoslavische Hooggerechtshof had het decreet op grond waarvan door het tribunaal aangeklaagden konden worden uitgeleverd immers voor onbepaalde tijd opgeschort. De uitlevering vond plaats volgens een discutabel Servisch wetje dat Joegoslavische jurisdictie niet van toepassing verklaart als die het Servische belang schaadt. Het werd ingesteld door niemand minder dan Milosevic zelf toen hij president was van Servië (1992-1996). Hij wilde ermee voorkomen dat Joegoslavië, dat als federatie meer belangen kende dan slechts het Servische, hem zou dwarsbomen in zijn nationalistische streven.

Uit het getoeter van de westerse media blijkt dat Milosevic’ morele en politieke schuld voor hen al bij voorbaat vaststaat. De voormalige Joegoslavische president is aangeklaagd wegens misdaden tegen de menselijkheid en moord op Albanezen in Kosovo, waarvoor hij als president verantwoordelijk zou zijn geweest. Het is echter nauwelijks te bewijzen dat de moorden plaatsvonden op last van Joegoslavische officieren die formeel onder Milosevic vielen. Hij droeg er steeds zorg voor dat er een institutioneel rookgordijn hing tussen hem en de commandanten te velde. Del Pontes échte mijlpaal zou weleens een juridische lage straf of zelfs vrijspraak voor de gehate ex-president kunnen zijn.

Een goede reclame voor het Joegoslavië Tribunaal is de uit levering in elk geval niet. Het slordige juridische gesteggel in Joegoslavië maakt duidelijk hoe afhankelijk het tribunaal is van dubieuze krachten. Het mist eigen opsporings- en arrestatie-eenheden en is volledig afhankelijk van de door de Navo gedomineerde vredesmacht Sfor, dan wel van hooggeplaatste types als Zoran Djindjic, van wie algemeen wordt aangenomen dat hij met de verwijdering van Milosevic de weg vrijmaakt om de machtigste positie binnen Joegoslavië (het Servische presidentschap) over te nemen van Milan Milutinovic. Ook hij wordt gezocht.

Het is bepaald dubieus dat de Amerikanen enorme druk hebben uitgeoefend om Milosevic uitgeleverd te krijgen, terwijl ze zelf de oprichting van een internationaal strafhof tegenhouden. Daar zouden Amerikaanse soldaten of zelfs de president (tevens opperbevelhebber) kunnen worden aangeklaagd. Ook hij heeft te maken met de kwestie van bevelsverantwoordelijkheid in combinatie met burgerslachtoffers, zoals tijdens de bombardementen op Joegoslavië in 1999. Het Amerikaanse dreigement dat er geen cent naar het noodlijdende Servië zou gaan als Milosevic niet vóór de donorconferentie van afgelopen week zou zijn uitgeleverd, was een onvervalst staaltje chantage. Want de Serviërs hadden al gereageerd op een eerdere Amerikaanse deadline door Milosevic op 1 april te arresteren, waarbij men noodgedwongen enorme veiligheidsrisico’s nam. Toen zag het er nog naar uit dat de Amerikanen akkoord gingen met de uitdrukkelijke Servische wens Milosevic in eigen land te berechten. Uiteindelijk werden de voorwaarden voor financiële hulp, zonder welke Servië de winter niet doorkomt, echter flink opgeschroefd. «Het was hij of wij», zei de Joegoslavische vice-premier Miroljub Labus. Labus komt voort uit de G-17, een gezelschap van onafhankelijke economen die becijferden dat de economische schade door de Navo-bombardementen meer dan dertig miljard dollar bedroeg. Dat Milosevic is verkocht, is vanuit Servisch standpunt dus begrijpelijk. Maar het had wel voor wat meer gemogen. De drie miljard gulden die is toegezegd is amper genoeg om de bruggen over de Donau te herstellen.

Het westerse gejuich ten spijt zal het proces tegen Milosevic in Servië geen discussie losmaken over zijn deel in de Joegoslavische oorlogen. Hoewel het merendeel van de veroordeelden vooralsnog van Bosnisch-Kroatische afkomst is, meent volgens een recente peiling tweederde van de Serviërs dat het tribunaal slechts is op gericht om Servië de schuld van de oorlogen in de schoenen te schuiven.

Waar blijven de aanklachten jegens de gepensioneerde Amerikaanse generaals die de Kroatische operatie planden waarbij meer dan 150.000 Serven uit de Krajina werden verdreven? vraagt menige Serviër zich af.

Tot slot ziet het ernaar uit dat Joegoslavië aan Del Pontes mijlpaal ten onder zal gaan. De constitutie is feitelijk buiten werking gesteld door gebruik te maken van Milosevic’ wurgwet. De Montenegrijnse president Milo Djukanovic, uit op onafhankelijkheid, lacht in zijn vuistje terwijl hij Joegoslavië ineen ziet storten. En zo heeft Milosevic er op zijn eigen valreep toch nog aan bijgedragen dat de Balkan weer wat instabieler wordt.