Interview met Bill Viola

‘Mijn aanpak reflecteert die van Wagner’

Voor Wagners Tristan und Isolde maakte de Amerikaanse kunstenaar Bill Viola een bijna vier uur durende videosequentie. Een logische combinatie, vindt hijzelf: ‘Dit is onze wereld, we leven niet meer in de negentiende eeuw.’

Of het een zware klus was?’ Bill Viola (1951) lacht. ‘Ik zeg je: het was het langste, moeilijkste, meest uitputtende project uit mijn loopbaan. Ik werd ’s nachts wakker met Wagner in mijn hoofd en een lichaam dat nog achter de montagetafel stond. Ik heb twee jaar fulltime aan deze opera gewerkt, het was prachtig, maar ik zou het niet snel weer doen.’

Vanuit zijn kantoor op Long Beach, Californië, staat hij me telefonisch te woord. Hij is vriendelijk en welbespraakt, zij het een tikkeltje zweverig. Viola is nogal into de oosterse filosofie en dat valt te merken. Dat ik vooral niet moet vergeten dat uiteindelijk alles met alles te maken heeft, en dat zijn kunst voortvloeit uit ‘everything in this world’. Sommige antwoorden relativeert hij kapot, op het irritante af.

We praten over Tristan und Isolde, de mammoetproductie die Viola met dirigent Esa-Pekka Salonen en regisseur Peter Sellars maakte, en die na opvoeringen in Los Angeles, New York en Parijs op het Gergiev Festival in Rotterdam wordt hernomen. Viola’s bijdrage bestaat uit een vier uur durende videosequentie die op een plasmascherm boven het podium wordt getoond. De schaal van de beelden maakt het imposant, maar voor wie Viola’s werk kent biedt de sequentie misschien weinig verrassingen. Alle stokpaardjes zijn present: de etherische natuurimpressies, de likkende vlamtongen, de rollende schuimkoppen, de onderwaterbeelden, de Masaccio-lichamen – alles getoond in verzadigde kleuren en in superslowmotion, waardoor niet alleen een zonsopgang, maar ook het moment waarop Tristan zich van zijn onderbroek ontdoet eindeloos wordt opgerekt.

Voor een videoveteraan als Viola lijkt zo’n sequentie een eitje, maar dat viel tegen.

Bill Viola: ‘Ik had veel moeite om mijn plek te vinden in dit project. Ik luisterde naar Wagner en dacht: ik geef het op. Ik hield niet van de muziek, niet van de stemmen, niet van de manier van zingen – op dat moment vond ik het kunstmatig en maniëristisch. Daarbij, Tristan heeft niets nodig. Alles is er. Een dramatische verhaallijn, een decor, zangers, een live orkest. Alles. Ik had geen idee wat ik daar nog aan toe kon voegen. Tot ik besefte dat ik het verhaal niet letterlijk hoefde te volgen, dat ik er met videobeelden een metaforische lading aan kon geven.’

U zette zich aan het werk.

‘Nadat ik gekalmeerd was, en niet meer in constante staat van paniek verkeerde (lachje), ben ik naar mijn studio gegaan en heb oud materiaal opgezocht. Videobeelden van een onderwatercamera, videobeelden van vuur. Al spelende kwam ik tot de ontdekking dat Wagner – om het in digitale termen uit te drukken – infinitely scalable is, alle formaten aankan. Of je nu een heel bedrijf hoort, of slechts enkele flarden, het is allemaal overtuigend. Monteren op de maat van de muziek was onbegonnen werk. Het zou zoiets zijn als het Empire State Building steen voor steen opbouwen. Toen heb ik besloten om de muziek weg te gooien en me enkel te concentreren op het libretto.’

En dat werkte?

‘Ja. Het libretto is obviously geen wereldliteratuur, maar voor mij was het ideaal. Het bevat weinig handeling en actie. Mijn videoprojecties kunnen van zichzelf al behoorlijk dramatisch en gewelddadig zijn. Een concurrentiestrijd tussen video en zangers zou het geheel niet ten goede komen. Mijn aanpak reflecteert die van Wagner. Hij wilde de actie niet tonen, maar in muziek vatten; ik heb hetzelfde geprobeerd met beelden.’

Waar gaat uw ‘Tristan und Isolde’ over?

Bill Viola: ‘Over doodsverlangen. Tristan en Isolde willen elkaar niet beminnen voor het leven. Ze willen elkaar beminnen voor de eeuwigheid. De enige manier om dit te bereiken, is door te sterven. Deze opera gaat over het verlangen naar transcendentie. Aan het eind ben je overdonderd, uitgeput, moe, en toch is het geen tragedie. Het is geen Romeo and Juliet. Het publiek huilt niet omdat het tragisch is, maar omdat het zo levensbevestigend is.’

Heeft u een vaste manier van werken?

‘Een belangrijk deel van mijn werkproces is getting lost, niet meer weten wat ik doe. Zoiets kan erg lang duren. (grinnikt) Tot ongenoegen van mijn sociale omgeving. Tijdens Tristan und Isolde zat iedereen tegen me te schreeuwen: wanneer heb je iets klaar! We hebben het nodig! Terwijl ik werkte gebeurde er iets wonderlijks: ik had toegang tot alles wat ik in mijn leven had geleerd en gemaakt. Ook het materiaal dat ik nooit had gebruikt. De zeegezichten in het eerste bedrijf, bijvoorbeeld, schoot ik 25 jaar geleden in Japan. En er zitten veel beelden in die ik tien, soms wel twintig jaar eerder in mijn notebook had beschreven. De vrouw die in het vuur valt, Tristan die oprijst uit de vlammen, de twee geliefden die door het wateroppervlak heen breken – als ik die beelden niet voor de opera had gemaakt, waren ze waarschijnlijk opgedoken in mijn autonome werk.’

Die onderwaterscène is prachtig. Hoe maak je zoiets?

‘Well, we hebben een rechtopstaande camera op de bodem van een zwembad geplaatst. John Hay en Sarah Steben, de acteurs die Tristan en Isolde op de videobeelden spelen, hebben we ondersteboven naar beneden laten zakken, en vlak boven het wateroppervlak losgelaten. In de postproductie hebben we dat beeld ineen laten krimpen tot een klein stipje, waardoor het lijkt alsof ze van heel ver komen.’

Zowel in de videobeelden bij de opera als in uw autonome werk gebruikt u veel slowmotion. Een gimmick?

‘Ik gebruik een effect nooit gratuit. Wanneer ik slowmotion gebruik – of zwart-wit, of verzadigde kleuren – doe ik dat om het beeld boven de normale perceptie uit te tillen. Ik toon een gebeurtenis die te snel gaat voor je geest opnieuw, zoals bij een doelpunt in een voetbalwedstrijd. Camera’s, videorecorders, microscopen en telescopen zijn instrumenten om ons de onzichtbare wereld te tonen. Mijn werk doet hetzelfde, het versterkt de zintuigen.’

Dat klinkt een tikkeltje pretentieus.

‘Ik heb mijn werk aan veel mensen laten zien. Sommigen hebben geen idee waar ik mee bezig ben. Ze kennen hun innerlijke dimensies niet. Mijn vader was zo iemand. Hij was heel rechttoe, rechtaan: It is what it is. Ik toonde hem mijn video’s en hij zag alleen het oppervlak. Er was geen mysterie. Geen poëzie. Maar het geeft niet. Ik moet er niet aan denken dat iedereen mijn werk hetzelfde ervaart. Sterker, ik zou direct stoppen als dat het geval zou zijn.’

Videobeelden op het podium: wordt het de toekomst van de opera? Viola weet het niet: ‘Het zal in ieder geval steeds normaler worden. Video is een van de primaire media van onze cultuur. Veel mensen hebben videocamera’s, nog meer hebben digitale fototoestellen. Als mensen deze opera zien, denken ze: ja, dit is onze tijd, dit is onze wereld, we leven niet meer in de negentiende eeuw. Sommige mensen vinden dat beelden afleiden van de zangers. Dat is waar. Aan de andere kant denk ik dat vooral jonge mensen gewend zijn om te multitasken. Overigens is het helemaal niet zo nieuw wat we doen. Peter Sellars deed het eerder in een andere opera. En a guy named Swoboda deed het twintig jaar geleden al. Eigenlijk is de filmkunst sinds haar ontstaan al gebruikt voor andere doeleinden dan speelfilmvertoningen in de bioscoop.’ ¶

Richard Wagner, Tristan und Isolde

Met video-art van Bill Viola. Rotterdams

Philharmonisch Orkest o.l.v. Valery Gergiev

Woensdag 5, vrijdag 7, zondag 9 september (matinee), Grote Zaal, De Doelen

Bill Viola-middag Woensdag 12 september, 14.00 uur, Centrale Bibliotheek