Opheffer

Mijn bloed en bodem

De historicus Chris van der Heijden vindt dat je de Tweede Wereldoorlog eigenlijk niet meer als maatstaf voor goed en kwaad mag nemen. Hij wijst erop dat de wereld na de val van de Muur in 1989 en na de aanslag op het World Trade Center in 2001 dusdanig veranderd is dat vergelijkingen naar de maten van de Tweede Wereldoorlog niet realistisch zijn.

Saddam Hoessein en Bin Laden zijn niet te vergelijken met Hitler.

Eigenlijk, zegt Van der Heijden, gebruik je dan slechte metaforen die het historische zicht vertroebelen. Door voortdurend alles te interpreteren vanuit het perspectief van de bange dagen 1940-45 krijg je een vreemde kijk op de werkelijkheid, met als gevaar dat je dan ook verkeerde maatregelen gaat nemen.

Ik wil dat best aannemen. Van der Heijden is een goed historicus en ik mag hem ook.

Ik loop met een vrouw in Amsterdam-West.

Mij passeren Marokkanen in een Mercedes.

Het raampje gaat open en ik hoor «Kankerjood» en «Hoer».

Het is mij niet overkomen, maar wel iemand van het Radio1-journaal, want dat hoorde ik. De burgemeester van Amsterdam zat toen in de studio.

Volgens Van der Heijden zou het antisemitisme van die jongens niet te vergelijken zijn met het antisemitisme van de Duitsers.

Misschien is dat zo. (Ik geloof het trouwens niet. Ik denk dat die jongens dezelfde drogredenen hanteren om de joden te verafschuwen als de nazi’s, maar dit terzijde.)

Mijn vraag is echter: hoe moet ik anders tegen deze jochies van boven de achttien aankijken dan met het besef waar antisemitisme in de Tweede Wereldoorlog toe heeft geleid? Ik heb nu eenmaal geen ander referentiekader dan die Tweede Wereldoorlog, die mij geleerd heeft dat racisme fout is. Daar heeft de geschiedenis van de slavernij — inderdaad, de verhalen van oom Tom — me ook bij geholpen. En ook al zou ik er helemaal naast zitten, ook al staat het «rotjoden» van die jongens helemaal los van enige vorm van antisemitisme en gebruiken ze het woord net zoals «klootzak» of «tyfuslijer», wat is er dan fout aan mijn perspectief om het toch in relatie te brengen met de Tweede Wereldoorlog en het alsnog af te wijzen?

Persoonlijk hou ik er helemaal niet van dat alles maar vergeleken wordt met die Tweede Wereldoorlog. Ik zou ook niets liever willen dan geheel achter Chris van der Heijden staan, maar ik kan het niet.

Saddam Hoessein is in mijn ogen geen Hitler, maar wel iemand die Hitler niet resoluut afwijst. Ik vind hem meer een Stalin. Waarbij ik best de stelling aandurf dat ik Stalin echt erger vind dan Hitler.

Chris van der Heijden zou kunnen zeggen: volgens jouw redenering, Opheffer, kun je ook Bush met Hitler vergelijken, zoals hij tekeer is gegaan in Irak. Dat klopt. Je ziet ook bij demonstraties vaak iemand met een bord meelopen waarop Bush is afgebeeld met een snorretje.

Maar er is een verschil dat Saddam meer tot Hitler maakt dan Bush: Bush kan afgezet worden. Saddam kon dat niet, net zo min als Hitler.

Ik merk, sinds Van der Heijden dit thema in Vrij Nederland heeft aangesneden, dat ik juist veel meer over goed en kwaad aan het denken ben, en steeds weer uitkom op die Tweede Wereldoorlog. Ik zal altijd vernietigingskampen blijven afwijzen — net als Van der Heijden, trouwens — maar ik doe dat omdat de Tweede Wereldoorlog in mijn aderen zit. Mijn bloed en bodem is misschien wel WOII. Wat volgens mij ook de bedoeling was van de winnaars van die oorlog. Het is de maatstaf van een levensbeschouwing geworden die enige mate van redelijkheid en relativiteit probeert te waarborgen en me ervan weerhoudt beslissingen te nemen die desastreus zijn.