Mijn computer snapt mij niet

Er zijn de afgelopen jaren een aantal misverstanden ontstaan. 1. De dagen van de krant zijn geteld.
Het nieuws zou via radio en televisie veel sneller tot de mensen komen dan een krant. Daardoor zou de krant op den duur overbodig worden. Verder zouden mensen ook liever kijken dan lezen - dat laatste zou te vermoeiend zijn. Allemaal waar, maar een krant blijkt hele andere, en vaak veel genuanceerdere verhalen te kunnen brengen.

Verder bestaan er over het begrip ‘snel’ nogal wat misverstanden. Wie drie minuten een artikel leest, krijgt meer informatie dan in drie minuten televisie. De krant zal altijd blijven bestaan, zolang je in taal meer kunt vertellen dan in beelden. Iets wat geschreven is, kun je ook altijd herlezen, uitknippen, opslaan - dat kan met televisie ook, maar het is oneindig ingewikkelder.

  1. De computer vereenzaamt de mens. De redenering is: vroeger deden we spelletjes met elkaar rond de tafel. Nu doen we alleen achter een computer spelletjes, en zien we niemand meer. Vroeger gingen we met z'n allen rechtdoor naar school en kantoor, thans kunnen we thuis{ telewerken en hebben we met niemand contact. We worden eenzaam. Onzin. De computer zorgt juist voor socialer gedrag. Tijd die je over hebt, kun je in gezelschap doorbrengen. Het indelen van je eigen tijd, doordat je thuis werkt, zorgt ervoor dat je rekening kunt houden met vrouw en kind: naar school brengen en halen etcetera. Mensen met computers zijn minder eenzaam dan mensen zonder computer. Dit komt omdat een computer, net als honden, telefoons en muziekinstrumenten, een communicatiemachine is - hij is alleen van een ander niveau als de mens. Je bent dus per definitie eenzamer zonder dan met.
  2. Computers zijn handig. Die uitspraak doet me denken aan een uitspraak van m'n moeder: 'Aan handigheid heb je niks als je niet weet wat je moet doen.’ Wat mij opvalt, is dat ik, hoewel het me interesseert, niet meer kan bijhouden hoe het met de nieuwe computers gaat. Ik begrijp de aanbiedingsfolders niet meer. Computeradverteerders zouden meer moeten kijken naar de autoindustrie. In hele oude autoadvertenties zag je nog staan: 'Vier tact, nieuwe bobine, goed afgestelde zuigers en roestbestendige pakkingen.’ Wie alleen maar wil rijden, weet niet wat hier wordt gezegd. Tegenwoordig is de autoreclame anders. Zo moet het ook met computers. Ik weet niet hoeveel Kb ik nodig heb, wat het precies betekent en niemand maakt mij duidelijk waarom ik een cd-rom moet hebben of een modem met meer dan 1200 baud. Deze laatste zin kan ook mijn moeder niet begrijpen. Ook in het computeronderwijs is iets mis. Ik heb een nieuwe Apple gekocht en ik heb het hele boekje doorgewerkt, maar toch lukt het me niet hem optimaal te gebruiken. Dat moet aan dat boekje liggen en niet aan mij.
  3. De computer zal in belangrijke mate de kunst, en in het bijzonder de literatuur beinvloeden. Ja, zo zou ook de 'cinema’ de literatuur beinvloed hebben: scenische opbouw, coupages, montage etcetera. Deze handelingen waren allemaal al voor het onstaan van de film bekend en werden al in de literatuur toegepast. De grootste invloed die er van de film op de literatuur uitgaat, is dat bepaalde films in de literatuur geplagieerd worden. Die boeken waarin dat plagiaat staat, winnen dan prijzen. De invloed van computers op de literatuur zal gering zijn.
  4. Computers zorgen voor zakelijke teksten doordat je makkelijk kunt knippen, plakken, invoegen etcetera. Integendeel. Sinds de tekstverwerker zijn de boeken dikker geworden. Je schrijft sneller, dus je censureert jezelf ook minder tijdens het schrijven. Als je met de hand schrijft, kan de zin nog alle kanten uitgaan. Met de computers moet je dat achteraf doen, wat weliswaar sneller gaat, maar wel veel minder leuk is en vermoeiender, zodat je het maar niet doet. En omdat je meer maakt, is er ook meer goed dan vroeger. Opheffers wet: Overal waar zelfbeperking wegvalt, neemt het volume toe.