Economie

Mijn droompje

Deze week doen we een quizje. Beneden staan dertien vragen die betrekking hebben op Nederland en de Verenigde Staten. Wie alle dertien antwoorden goed heeft, krijgt van mij een exemplaar van het boek waaraan deze vragen zijn ontleend. Daar gaan we:
1: Waar leggen werknemers een groter beslag op het bruto nationaal product (BNP)?
2: Waar werken meer werknemers parttime?
3: Waar is de belastingdruk het hoogst?
4: Waar is het gemiddelde inkomen het hoogst?
5: Waar is het belastingstelsel het progressiefst?
6: Waar is de kans om aan kanker te overlijden het hoogst?
7: Waar is het percentage burgers dat met criminaliteit in aanraking komt het hoogst?
8: Waar wordt meer aan onderwijs uitgegeven?
9: Waar zijn de verschillen in leerprestaties tussen allochtonen en autoch tonen het kleinst?
10: Waar koopt men de meeste boeken?
11: Waar is ’t energieverbruik per eenheid BNP groter?
12: Waar worden meer pesticiden gebruikt?
13: Waar koopt men meer homeopathische geneesmiddelen?
Dan de antwoorden: in de VS gaat een groter deel van het BNP naar de factor arbeid. In de VS wordt minder parttime gewerkt dan in Nederland. In de VS verdient men gemiddeld meer. De belastingopbrengsten als percentage van het BNP zijn in de VS hoger dan bij ons. Ook de progressiviteit van het Amerikaanse belastingstelsel is groter. Daar betalen de rijkste tien procent huishoudens 45 procent van de totale belastinginkomsten, tegen 35 procent in Nederland. Hoezo McJobs? Hoezo kleine staat? Hoezo land van lage belastingen?
Ook op het vlak van de gezondheidszorg moeten we ons beeld van de VS bijstellen. We staren ons blind op de vijftien procent niet-verzekerden (die overigens via de Eerste Hulp nog altijd toegang tot noodzorg hebben) maar vergeten dat de resterende 85 procent zorg ontvangt waar wij nog een puntje aan kunnen zuigen. De diagnostiek is in de VS veel verder. Het aantal vroeg geconstateerde kankergevallen is er veel groter. En dat geldt dus ook voor de overlevingskansen; nergens is de mortaliteit lager dan in de VS. Zelfs onverzekerde zwarten zijn voor zeven van de dertien meest voorkomende kankersoorten beter af in de VS dan in Nederland. Bovendien gaat een substantieel deel van het kolossale Amerikaanse zorgbudget naar farmaceutische research & development, waar ook de rest van de wereld baat bij heeft.
Ondanks het imago van schietgrage idioten is het leven in de VS aangenamer en vreedzamer dan bij ons, zoals blijkt uit het veel lagere percentage burgers dat met criminaliteit in aanraking komt, de veel lagere zelfmoordcijfers en de veel hogere burgerparticipatie. Ook goed onderwijs vinden Amerikanen belangrijker dan wij. Als je private en publieke bestedingen bij elkaar optelt, gaat ruim zeven procent van het veel grotere Amerikaanse BNP naar onderwijs tegen iets meer dan vijf procent in Nederland. Dat, samen met latere selectie, vertaalt zich in geringere prestatieverschillen tussen migranten en autochtonen. Cultuurbarbaren, bijgelovigen en vervuilers zijn Amerikanen al evenmin. Ze gebruiken minder homeopathische kul, kopen per hoofd van de bevolking meer boeken, flikkeren minder gif op hun groente en hebben een industrie die zuiniger is met energie dan de onze.
Deze weetjes komen uit Narcissism of Minor Differences, een nieuw boek van verzorgingsstaatonderzoeker Peter Baldwin. Hij demonstreert daarin aan de hand van een veelheid aan bronnen dat de VS keurig passen in het rijtje Europese verzorgingsstaten: wat slechter dan de Scandinavische landen, wat beter dan Duitsland, Nederland en Frankrijk, en veel beter dan de mediterrane landen. Of: van het beeld van een land van hardvochtige neocons klopt geen zier. De VS zijn als Nederland een loot aan de stam van sociale markteconomieën.
Volgens Baldwin dient het ‘narcisme’ uit de titel uitsluitend politieke doelen. Amerikaanse liberals proberen er verandering mee af te dwingen, terwijl Europese 'progressieven’ (en de aanhalingstekens staan er met opzet) er behoud mee beogen. Baldwins boek is een uitnodiging tot intellectuele eerlijkheid. De Europese verzorgingsstaat is niet de utopie waar velen haar voor houden. De Europeaan betaalt veel voor een egalitaire, inclusieve verzorgingsstaat met matige prestaties. De Amerikaan betaalt relatief minder voor excellent onderwijs en uitmuntende gezondheidszorg, waar een zevende van de bevolking van is uitgesloten, maar waarvan de kruimels nog altijd smakelijker zijn dan ons hoofdgerecht.
Wat is beter, wat slechter? Ik wind er geen doekjes om: Nederland kan wat minder gelijkheid, wat meer uitmuntendheid en wat meer hardvochtigheid goed gebruiken. Dat is mijn Amerikaanse droom. Maar ik vrees dat de zogenaamde 'progressieven’ van SP, PvdA, GroenLinks en D66 ook deze verkiezing weer mijn droompje zullen verknallen.