Fatima Elatik - Het politieke gewicht van de hoofddoek

‘Mijn God is geen bang ventje’

‘Ik ben alles wat dit land niet wil’, concludeert Fatima Elatik na een roerige carrière in de Amsterdamse politiek. Bij de politie stond ze aan de basis van het programma ‘Politie van iedereen’, dat inmiddels landelijke opvolging krijgt.

Medium  dsc00781
© Mounir Samuel

‘Fatima Elatik wilde neutraliteit Amsterdamse politie slopen en las korpschef voor uit koran’ kopt GeenStijl. Het is maar een van de vele artikelen die over de oud-programmadirecteur ‘Politie van iedereen’ zijn geschreven. Fatima Elatik (44) ligt zowel in de gevestigde media als op sociale media al ruim een jaar onder vuur. Ook na het neerleggen van haar functie bij de politie in september 2017 houdt de golf van kritische berichtgeving aan. De bekendste hoofddoek dragende vrouw van Nederland zou de bedenker zijn van het gewraakte ‘hoofddoekplan’ bij de politie en hoogstpersoonlijk verantwoordelijk zijn voor de islamisering van de Nederlandse overheid, en dat alles op kosten van de belastingbetaler, aldus de vele insinuerende krantenkoppen.

‘Je moet me niet googelen’, waarschuwt Elatik voor het eerste interview. Ik doe het toch. Haar leven wordt op Wikipedia teruggebracht tot een reeks pijnlijke affaires. Schreeuwende koppen, scherpe sneren en een hoop hoon.

‘Meer dan twintig jaar heb ik me voor deze maatschappij ingezet’, vertelt ze met zichtbare emotie. ‘Vier jaar voor de pvda in de gemeenteraad en vervolgens diende ik twaalf jaar in bestuurlijke functies. En met liefde hè, echt. Met veel liefde. Altijd aan het werk, tachtig, soms negentig uur per week. Weekenden. Ik ben nog bij geen verjaardag van de kinderen van m’n vriendinnen geweest. Ik was altijd dit land aan het dienen, de wereld proberen te redden. Mijn sociale dienstplicht zit erop. Een leven lang hard werken voor deze samenleving teruggebracht tot een handvol debacles.’

We zitten in café Mok in Amsterdam-Noord. Weg uit de drukte van het centrum. Aan de overzijde van het IJ ligt haar oude stadsdeel Zeeburg, dat later fuseerde in Oost, waar ze zeven jaar als stadsdeelwethouder werkte en in 2009 stadsdeelvoorzitter werd. Met een korte interruptie was Elatik tot 2014 voorzitter van haar geboorteplek en geliefde stadsdeel Oost. Ze trad in 2010 af, wegens wantoestanden bij muziekcentrum MuzyQ. Een erfenis van anderen. Twee maanden later werd ze weer als voorzitter geïnstalleerd, niet in het minst vanwege een sterk staaltje burgerinitiatief op Tumblr, waar boze stadsdeelbewoners de terugkeer van hun voorzitter eisten.

Er zijn meer van dit soort akkefietjes die aan haar naam blijven plakken. De huur van een boot voor het stadsdeel voor 35.000 euro om deel te nemen aan het maritieme evenement Sail 2010. ‘Ik heb slechts uitgevoerd wat eerder besloten was, maar wel gezorgd dat betekenisvolle stadsdeelbewoners mee mochten varen’, zegt ze. Ter verduidelijking: de boot van stadsdeel Noord kostte zo’n zestigduizend euro, om maar te zwijgen over de boot van de gemeente zelf. ‘Een pretjacht voor mij en m’n vriendjes? Wat denk je zelf? Het was ramadan. Ik was aan het vasten, had honger en dorst en dan was het ook nog snikheet die dag.’

Vervolgens ontstond ophef over een vermeende declaratie van een taxirit naar Nijmegen van 450 euro, terwijl de oud-bestuurder ook al over een dienstauto beschikte. Er was in die dagen een streng veiligheidsregime in verband met bedreigingen. De dienstdoende chauffeurs waren niet beschikbaar. Dus regelde de gemeente een taxi. Elatik geeft aan van geen bonnetje te weten. NRC-factcheck zocht de affaire op 8 januari 2013 uit en stelde haar in het gelijk. ‘Wat denk je? Dat ik bonnetjes declareer?’ vraagt Elatik mij. ‘Ben je gek. Ik ben vrouw, gehoofddoekt en Marokkaan. Voor mij geldt altijd een dubbele bewijslast. Ik betaal zelf.’

Daarna bekritiseerden rechtse media als De Telegraaf haar vanwege de vermeende fraude en corruptie van de Amsterdamse ambtenaar Saadia a T. die in Elatiks directe kennisenkring zat. ‘Als het ging om Hollanders was het niet eens in de krant gekomen. Dit soort dingen gebeuren elke dag. Ik ben al twintig jaar actief, ik heb een netwerk’, zei ze op 26 augustus 2017 in een interview in de Volkskrant. ‘Iedereen kent oud-collega’s van het werk. Ik ook. Bij vvd’ers heet het een netwerk. Maar vanwege onze kleur is precies hetzelfde verschijnsel ineens verdacht.’

Elatik wordt er naar eigen zeggen ‘met de haren en hoofddoek’ bij gesleept. ‘Ze weten niet wat ze met me aanmoeten. Ik pas in geen enkele box’, vertelt ze. ‘Ik ben alles wat dit land niet wil: Marokkaans, vrouw, moslim, links, goedgebekt, Amsterdams, Ajacied en dan draag ik ook nog een hoofddoek. Ik ben gelovig maar heb progressieve waarden. In welk doosje ze me ook proberen te stoppen, ik pas er niet in. Daar worden mensen onrustig van.’

ze blijkt niet bang om stelling te nemen. Ook niet in zaken waarin ze dat strikt genomen niet hoeft te doen. Fatima Elatik vaart tijdens de Canal Pride van 2016 als heteroseksuele bondgenoot trots mee op de Marokkaanse boot. Andere Marokkaans-Nederlandse politici betuigen de homokwestie immers wel lippendienst, maar willen niet op de barricade worden gezien. ‘Het gaat mij altijd om rechtvaardigheid. Mijn gemeenschap? Ik ben niet bang voor de gemeenschap. Welke vrouw met hoofddoek trouwt een homokoppel? Niemand dus, behalve ik. Dat hoef ik niet te doen, maar doe ik wel.’

Anders dan de meeste politici haalt Elatik niet uit naar moslims als groep. ‘Ik bekritiseer alleen op individueel niveau’, zegt ze met nadruk. Dat betekent niet dat ze niet kritisch is op de islamitische gemeenschap. Zo heeft ze moeite met het dogma van de aangeleerde ittaqullah (angst voor God). ‘Waarom moet ik Allah vrezen? Mijn God is geen bang ventje daarboven. Bange mannen ja, die slaan wild van zich af. God is de heerser en de schepper van de hemel en aarde. Die verdoet zijn tijd niet aan blinde razernij. Waar moet ik bang voor zijn? God krijgt de schuld van heel veel dingen. Ik erger me aan de fatalistische houding van sommige moslims als iemand wat overkomt. “Allah heeft het zo gewild”, zeggen ze dan. Ik vind de eigen verantwoordelijkheid heel belangrijk. Dat is juist wat de islam zo mooi maakt: je staat in directe relatie met je schepper, er komt geen imam of geestelijke tussen. Alles wat we meemaken is een spirituele les, een kans op groei, niet een kwestie van straf of beloning.’

‘Ik erger me aan de fatalistische houding van sommige moslims als iemand wat overkomt. “Allah heeft het zo gewild”, zeggen ze’

Ze maakt zich zorgen over de ontwikkelingen bij de derde generatie. ‘Het is eng ja, die jongeren die eigenlijk te weinig weten van hun eigen religie. Het is allemaal hearsay. Ik vind het prima als ze geen muziek willen luisteren. Maar het is het soort conservatisme waarvan ik me afvraag: helpt het je nou in je spirituele groei, maakt het je tot een beter mens? Geloof moet je niet afsluiten van de wereld, het leven. En anderen de maat nemen, daar kan ik al helemaal niet tegen.’

Tegelijk herkent Elatik veel van dit jeugdige conservatisme uit haar eigen leven. ‘Ik ben opgegroeid als moslim, maar koos op m’n zestiende zelf voor de islam als levenswijze. Ik was op m’n veertiende begonnen met een onderzoek naar mijn geloof en werd door de jaren heen echt roomser dan de paus. Djellaba aan, handschoenen, zware hoofddoek, mannen geen hand geven, geen muziek. Maar nu praat ik over dertig jaar geleden. Het was een veilige experimenteerfase waar ik ook weer uitgroeide. Het werd door iedereen gewoon als de puberteit gezien. Daarbij had ik een sterke omgeving, mijn broers zeiden: “Doe eens normaal man, je komt toch gewoon van hier.”

Ik groeide op in een witte buurt, wij vierden Kerst met onze Hollandse buren. Daardoor had ik een heel ander socialisatieproces. Veel islamitische jongeren groeien in krappe appartementjes in de “zwarte” buurten met elkaar op. Sommigen weten niet eens hoe met Hollanders te communiceren. Ze zitten met elkaar op school en hebben geen Hollandse vrienden. De enige Hollanders die ze kennen verhouden zich in een hiërarchische machtspositie tot hen, zoals de leraar en niet onbelangrijk: de agent.

Toen ik jong was gold ik als onderzoeksobject: een Marokkaanse vrouw die studeert was een heel fenomeen. Men focuste zich op mijn etniciteit en migrantenachtergrond, niet op mijn religieuze identiteit.’

Een leven lang toelichten, uitleggen en verdedigen, Elatik wordt er doodmoe van. ‘Ik ben geboren in de Dapperbuurt en groeide op als een verwend kreng in Zuid. Een platgebekte Amsterdamse. Niets exotisch aan. Thuis werd de krant gelezen, gediscussieerd, ieder actualiteitenprogramma gevolgd. Ik heb niet de eerste vier jaar op een ezel gezeten, om Nederlandu akbar’ – ze maakt een buigbeweging – ‘door het geweldige onderwijs te zijn gered. Dat is ook de reden waarom ik liever geen interviews aan witte journalisten geef. Ik ben het zat om mijn afkomst uit te moeten leggen en steeds hun vooroordelen te moeten ontkrachten. Het gaat nooit om mijn professionele blik op de samenleving, maar om het fenomeen Elatik. Ik luister gewoon hiphop hoor. Tupac! Als ik vroeger een lastige raadsvergadering had, reed ik eerst nog een rondje met de muziek aan. I got 99 problems, but my b*tch ain’t one.’

Elatik was negentien toen ze voor het eerst op tv verscheen, in het programma Vesuvius. Ze werd meteen een mediafenomeen. Zo’n intelligente, jonge, (destijds nog zwaar) gesluierde, Marokkaans-Nederlandse vrouw die plat Amsterdams sprak had nog niemand gezien. Uit oude tv-fragmenten die op Facebook circuleren wordt pijnlijk duidelijk hoe het maatschappelijk debat bijna tweeënhalf decennia later nauwelijks van toon is veranderd. ‘Fatima, word je er wel eens op aangekeken wat Marokkaanse jongens doen op straat?’ vraagt de presentator in een knalgroen jaren-negentigcolbertje. ‘Ja constant’, antwoordt de jonge Fatima. ‘We worden over één kam geschoren. Als er op woensdagavond toevallig een tv-programma wordt uitgezonden over criminele “Marokkanen” tussen aanhalingstekens, dan weet ik al weer dat als ik de volgende dag naar school ga, dat ik weer in de defensie moet gaan zitten. Omdat iedereen op je af komt met: “Ja, heb je dat gezien die Marokkaanse jongeren.” “Ja criminelen, zus en zo, hoe komt dat allemaal?” En dan krijg je die vragen op je afgevuurd alsof jij dat bent, terwijl je het niet bent en dat moet je maar bewijzen: “Ik ben niet zo.”’

Het enige verschil met het debatklimaat van nu en dat van 1993? Op de bevestiging van de jonge Elatik dat ze biologie studeert volgde hard applaus. ‘Dit is mijn pijn’, zegt Elatik verontwaardigd. ‘Ik ben politiek actief geworden omdat ik dacht: de generatie die na mij komt moet niet meemaken wat ik meemaakte toen ik ging studeren. Dat ik het eerste jaar van m’n studie de halve tijd in de kantine zat om uit te leggen dat ik niet met een boterbriefje op school was beland, dat ik geen zielige allochtoon ben, dat ik geen extra Nederlands nodig had want ik had gvd een acht voor m’n Nederlands bij mijn eindexamen gehaald, what the fuck weet je. Maar ik dacht: gelukkig hoeft de volgende generatie dat nooit meer mee te maken. Weet je wat voor desillusie het is dat het eigenlijk nog heftiger is voor de huidige kids?’

Als Elatik ergens voor gaat, gaat ze er goed voor. Na haar stadsdeelvoorzitterschap werd ze door de Amsterdamse politie gevraagd om als adviseur een culturele omslag teweeg te brengen en het korps klaar te stomen voor de veranderende samenleving. Ze onderzocht het optreden van en functioneren binnen de politie, deed harde bevindingen en kreeg vervolgens de opdracht de veiligheid en diversiteit in het korps te vergroten. ‘Ik word in de media steeds een “diversiteitsdirecteur” genoemd die het korps even gekleurd zou maken. Dat was niet zo. Diversiteit moet nooit het doel zijn maar altijd een middel’, betoogt ze. ‘Het heeft geen enkel nut meer kleur of vrouwen in het korps aan te trekken als je ze vervolgens als organisatie niet aan je kunt binden, geen gelijke kansen geeft, nauwelijks tot geen sociale mobiliteit biedt en wanneer ze dan eindelijk de top bereiken ze dermate zijn geassimileerd dat er van diversiteit geen sprake meer is. Iedereen roept maar om diversiteit. Maar met diversiteit als doelstelling dreigt het gevaar van window dressing. Ik heb veel liever een politie die divers-vaardig is. De witte man moet ook de zwarte man kunnen bedienen en andersom.’

‘Ik geef liever geen interviews aan witte journalisten. Ik ben het zat om steeds hun vooroordelen te moeten ontkrachten’

Elatik focuste op twee zaken: het vergroten van het vakmanschap binnen de politie en de versterking van de verbinding naar buiten. Het programma heette #Politievaniedereen en werd uiteindelijk onder dezelfde naam als landelijke campagne uitgerold. ‘Een van de plannen was invoering van een sociale beroepstoets om de culturele sensitiviteit, het maatschappelijk bewustzijn, het seksueel diversiteitsdenken en de religieuze fijngevoeligheid van agenten in hun team en naar de samenleving toe te vergroten. Agenten moeten de wet kennen en twee keer per jaar een schiettoets afleggen, maar wie toetst hun sociale functioneren als ambtsdrager en beschermer van de rechtsorde, de vrede en veiligheid van de samenleving?’

Naast een stevig rapport ontwikkelde Elatik met haar team trainingen voor nieuwe kaderleden van de politieacademie.

Medium crophh 3176740
Amsterdam, 2004. Afsluiting van de Grote Voorjaarsschoonmaak in de Indische buurt. Een mozaïek dat eerder werd gemaakt door buurtbewoners (tijdens een buurtfeest) wordt onthuld door stadsdeelwethouder Fatima Elatik © Sake Rijpkema / HH

Tijdens een vervolgafspraak, in café Badhuis in Amsterdam-Oost deze keer, neemt Elatik haar laptop mee. Ze toont me de initiële aanbevelingen en geeft me een overzicht van het lesmateriaal voor de kaderleden van de politieacademie. Nergens een woord over hoofddoeken of meer gekleurd personeel. De herziening van het beleid reikt ver en is pijnlijk zelfkritisch. ‘De jonge kaderleden vonden het geweldig. Ze vroegen voortdurend om meer. De weerstand zat bij de oudere garde.’

Gek was ze op het werk. ‘Laat één ding duidelijk zijn, ik was scherp, dat was m’n taak, maar ik hield van het team, de mensen.’ Ze windt weinig doekjes om de zaak. ‘Ik zei nog: “Luister, als jullie een op-de-tent-passer willen, moet je mij niet hebben. Ik kom niet op de tent passen, ik kom verandering brengen.”’ Met de recente gewelddadige afrekengolf, de terreurdreiging, de snel veranderende bevolkingssamenstelling in wijken, de groeiende polarisatie en de opkomst van extreem-rechtse groeperingen is de noodzaak van verandering en een inclusief meerjarenplan groot.

‘De politie heeft een structuurprobleem – uitsluiting – maar ook een cultuurprobleem, het is gewoon de organisatie van de middelbare witte man’, zegt ze. ‘De top handelt ad hoc, heel incidenteel, ze kennen geen lange lijnen en handelen reactief, niet preventief. Als een pand waar veel Somalische vluchtelingen in wonen wordt gesloopt moet je een risicoanalyse maken. Hoe gaan deze mensen hierop reageren? Wat betekent dit voor hen? Waar gaan ze heen? Welke onrust levert dit op? Maar agenten wordt niet geleerd zo te denken. De meeste agenten komen van buiten de stad en schrikken zich dood als ze na de politieacademie in de Bijlmer worden geplaatst. Ze zijn simpelweg nog nooit in een omgeving met zoveel zwarte mensen geweest en missen de fijngevoeligheid om het verschil tussen groeperingen te zien. Het grootste deel van de Amsterdamse top woont niet in de stad en mist aansluiting met Amsterdam en de samenleving. De vraag die ik stelde was: “Zijn we echt de politie van iederéén?” Veel agenten zeiden dan eerlijk: “Nee, dat zouden we moeten zijn, maar dat zijn we niet.”’

Het gaat mis als de Amsterdamse politiechef Pieter-Jaap Aalbersberg – ‘een diepgelovige g-ristelijke man’, aldus Elatik – haar na twee vruchtbare jaren in 2017 tot commissaris in burger wil benoemen. Haar heldere taal valt moeilijk bij de oude garde binnen het politieteam dat voor 87 procent uit witte mannen bestaat. En dan kent de Amsterdamse politie nog de grootste diversiteit van alle regiokorpsen. Zeven procent van alle politiemedewerkers heeft een migratieachtergrond. In de hele samenleving is dat 22 procent (westers en niet-westers). Hier komt sinds kort wel een langzame kentering in. Zo berichtte de NRC op 4 oktober 2017 dat een kwart van de nieuwe agenten een migratieachtergrond heeft. Het zal echter nog lang duren voor de grote disbalans in kleur- en genderverhoudingen is weggewerkt.

‘Ik heb de hoofdcommissaris herhaaldelijk gezegd niemand iets over de plannen te laten weten tot het allemaal rond is’, vertelt ze. ‘Maar in al zijn enthousiasme heeft hij mijn benoeming toch vroegtijdig in het team bekendgemaakt. Toen was het hek van de dam. In no time begonnen tegenstanders allerlei informatie te lekken, zoals het hoofddoekplan. Iets waar ik niets mee te maken had, de chef was daar zelf over in beraad.’

In hetzelfde Volkskrant-interview zegt Elatik over de hoofddoekkwestie: ‘Ik zei meteen dat ik me daar op geen enkele manier mee ging bemoeien. Omdat ik er zelf een draag, kon ik worden gezien als een belanghebbende. Van een echt plan is het niet eens gekomen, zelfs het gesprek voeren over de mogelijkheid van een hoofddoekje was al onmogelijk. Ook hier: ik had er niets mee te maken, maar omdat ik klussen doe voor de politie zou het plan wel weer door mij zijn bedacht. Kennelijk ben ik de bitch from hell die het iedere keer heeft gedaan.’

Na herhaaldelijk verzoek tot opheldering geeft hoofdcommissaris Aalbersberg op 13 februari 2018 via een officiële reactie aan mij aan dat ‘de verkenningen hierover met onder andere de korpsleiding al plaatsvonden voor de komst van Fatima Elatik bij de politie Amsterdam. Fatima is hier niet bij betrokken geweest. Het beeld is daarover in de media wel ontstaan.’ Ook schrijft hij: ‘We kijken positief terug op de samenwerking met Fatima. Ze stond aan de basis van het interne programma “Politie van iedereen”. Fatima speelde een belangrijke rol in het in beeld krijgen van het vraagstuk en was met haar uitgebreide netwerk verbonden aan een aantal belangrijke partners. Dat heeft ons veel opgeleverd. De werkwijze wordt binnen de eenheid Amsterdam in alle teams de komende jaren uitgerold. Dat programma krijgt inmiddels ook landelijke opvolging.’

De eerste verkenningen over een hoofddoek werden in opdracht van de eenheidsleiding uitgevoerd door onderzoeker Auke van Dijk die een aanbevelingsrapport schreef over religie en kledingvoorschriften. In augustus 2015 hing in de kamer van de Amsterdamse korpschef de ondertussen beruchte poster met een gehoofddoekte agente erop. De verkenningen bleven echter niet bij dit proefballonnetje. Zo wist ik via een interne bron de hand te leggen op een communiqué over de voors en tegens van de hoofddoek dat opnieuw op last van de hoofdcommissaris werd opgesteld in voorbereiding van de Top 61 van landelijke politiechefs in 2017. Hoe ver het denken over het actief implementeren van de hoofddoek als onderdeel van het uniform was, blijkt onder meer uit een uitgelekte mail over de hoofddoekkwestie: ‘Ik heb niks geschreven over veiligheid, maar dat lijkt me vanzelfsprekend: klittenband.’

Tijdens de Top 61 kondigde de Amsterdamse hoofdcommissaris aan dat hij met een hoofddoekexperiment wilde beginnen in Amsterdam – niet alleen bij de politie maar ook bij de toezichthouders van de stad. Alleen de aanwezige Rotterdamse eenheidsleiding lag dwars.

‘Stilstand leidt tot rotting, als er beweging is groeit het, is er leven. Die beweging probeer ik te faciliteren, hoe pijnlijk ook’

Tijdens onze eerste afspraak in café Mok vertelt Fatima Elatik over de persoonlijke impact: ‘Na mijn stadsdeelvoorzitterschap leefde ik voor het eerst eindelijk een beetje in de anonimiteit. Ik genoot er zo van. Die rust was me sinds mijn eerste mediaoptredens op mijn negentiende niet meer gegund. En nu ben ik die rust weer kwijt. Ik voel me onveilig en oprecht geraakt in mijn rechtvaardigheidsgevoel.’

Ze kijkt even voor zich uit. ‘Toen ik in de politiek zat kon ik de laster redelijk handelen, ik kon de ongeremde aanvallen op mij als persoon zien als onderdeel van de publieke functie, maar nu ben ik een privé-persoon en nog word ik bedreigd. M’n brievenbus is twee keer kapotgemaakt. Er is zelfs identiteitsroof gepleegd. Op sociale media blijven mensen mij belachelijk maken. Ik heb aangifte gedaan.’ Ze is zichtbaar emotioneel nu. Ik stel voor het café te verlaten en een wandeling te maken door het nabijgelegen Vliegenbos.

De hoofddoek is wellicht wel het meest zichtbare en gehate ‘islamitische symbool’ van Nederland. Hoewel veel vrouwen hun haren om culturele of andere redenen bedekken, is Wilders’ zogeheten ‘kopvod’ hét symbool van de islamisering van de samenleving. Vrouwen die hun hoofd bedekken of hun gezicht sluieren worden weggezet als slachtoffers én daders van die islamisering. Enerzijds zouden ze ten prooi vallen aan een seksistische onderdrukkende godsdienst, anderzijds zijn zij het teken van het oprukken van diezelfde religie.

Tijdens de wandeling in het stadsbos midden in Amsterdam-Noord groet Elatik iedere passerende wandelaar. In plaats van een hoofddoek draagt ze vandaag een muts, maar het haalt niets uit. Haar gezicht heeft te vaak in de kranten gestaan. ‘Hé!’ Een oud-medewerker van de voormalige stadsdeelvoorzitter zwaait vanaf haar fiets. Een homoseksueel stel knikt met waardering in haar richting. Een andere vrouw loopt op haar af. ‘Ik ken jou van tv, politiek. Fatima Elatik toch? Respect!’ en ze loopt door. ‘Hoe heet je?’ roept Elatik haar nog na. ‘Ikram!’ ‘Fijne dag Ikram!’

‘Ik ben de bekendste hoofddoek van Nederland’, vertelt ze me terwijl ik verbaasd de massale herkenning opmerk. ‘Soms denk ik, moet ik hem afdoen? Hoor ik dan eindelijk bij het establishment? Kunnen media me dan wel op mijn werk beoordelen? Ik heb het overwogen, al was het maar om even onherkenbaar te zijn. Maar het staat gelijk aan capitulatie.’

Bij vrijwel geen instituut in Nederland ligt de hoofddoek zo gevoelig als bij de politie, bleek opnieuw in november 2017 toen het College voor de Rechten van de Mens de hoofddoek dragende Rotterdamse agente Sarah Izat in het gelijk stelde. De door het Rotterdamse politiekorps aangevoerde gronden waarom Izat haar bestaande werkzaamheden niet in uniform én met hoofddoek kon verrichten, bleken volgens het College niet tegen de noodzaak van grotere inclusiviteit en diversiteit bestand. Woedende reacties waren het gevolg. Niet over de ongelijke maat waarmee hier gemeten wordt, maar over de zogeheten ‘islamisering van de politie’, bij monde van Ebru Umar. ‘Ik erken het gezag van een partijdige politie-agente met hoofddoek niet’, schreef Sylvain Ephimenco in Trouw. Zo geformuleerd zou inderdaad niemand partijdig gezag moeten accepteren. Maar neutraliteit zit in optreden, niet in voorkomen, zoals Izat herhaaldelijk in de media benadrukt. In het licht van de eerdere weerstand van de Rotterdamse chef bij aankondiging van de Amsterdamse plannen is het niet verrassend dat de Rotterdamse eenheidsleiding de beoordeling van het College voor de Rechten van de Mens verwerpt.

Ondertussen neemt de kritiek op de politie toe en is er steeds meer te doen over kwesties als etnisch profileren. Bijna veertig procent van de proactieve controles van mensen met een niet-Hollands voorkomen is niet ‘objectief en redelijk’ te rechtvaardigen, aldus onderzoek van politiewetenschappers uit 2016. In de gemiddelde Nederlandse stad blijkt dat bij meer dan de helft van de staandehoudingen een of meer burgers met een niet-Hollands voorkomen zijn betrokken, terwijl maar 23 procent van de inwoners van de wijken waar de controles plaatsvonden als niet-westers stond geregistreerd. In de Randstad ligt dat percentage nog hoger: daar was bij 92 procent van de controles een ‘buitenlands’ ogende burger betrokken, tegenover 41 procent niet-westerse Nederlanders in de populatie. Onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau wijst uit dat één op de drie Turkse en Marokkaanse Nederlanders, een kwart van de Surinaamse Nederlanders en twintig procent van de Antilliaanse Nederlanders discriminatie door de politie ervaart.

Ook is er ophef over racisme en discriminatie binnen de politie zelf. Zo werd in november 2017 door 26 (oud-)politiemedewerkers de noodklok geluid met een geel boekje dat als een intern ‘zwartboek’ aan de politietop werd aangeboden. Er staan schrijnende voorbeelden in van de onveilige werkcultuur voor agenten van kleur. Zoals: ‘Hij riep: “Rot op met je zwarte kankersmoel!” Dat ik ook politieman was, maakte de betreffende collega niet uit.’ Of: ‘Een toenmalige brigadier zei (…) in mijn aanwezigheid: “Wie is die zwarte, die hoort in het arrestantenhok.”’

Elatik zegt over het racisme op de werkvloer: ‘Er gelden in sommige organisaties, zeker bij de politie en de ambtenarij, simpelweg andere normen voor witte mensen dan voor zwarte mensen. Als jij als zwarte politieman goed bent in je werk word je bijna gewantrouwd. “Hoe kom je aan al die informatie?” Als je als zwarte ambtenaar goed bent in het bereiken van de risicodoelgroepen waarvan je als systeem zegt die te willen kennen, word je verdacht gemaakt. “Ben je geen infiltrant?” Je ziet dat het systeem doordrongen is van institutioneel racisme – dat wil niet zeggen dat mensen racistisch zijn, maar er zijn systemen, structuurtjes die je niet ziet, maar die wel bestaan en die mensen uitsluiten. En het is gegroeid, door het onderlinge wantrouwen. Daarbij wordt het zichtbaarder omdat we op de posities komen waarin we gelijkheid afdwingen. Als ik onder jou werk, ben ik nog te sturen, maar op het moment dat ik naast je sta of sterker nog de ambitie heb om boven je te staan, wordt het een probleem. Dan komen de oude verdelingslinies omhoog: wacht eens even, hoezo dan, wie denk je wel dat je bent?

Het zijn dezelfde uitsluitingsmechanismen die tegen vrouwen en homo’s worden gebruikt, alleen komt er nog een etnische en religieuze component bij. En laten we eerlijk zijn, ook vrouwen en homo’s zijn nog steeds niet geaccepteerd, hoor. De homofobe grappen die ik bij dergelijke organisaties gehoord heb zijn niet normaal. Of denk aan gelijke betaling voor vrouwen, parttime werken. Dit land is nog steeds geënt op de werkende man en de thuis zittende vrouw. Alle vergaderingen zijn in de avonduren. Het is voor vrouwen met kinderen bijna niet vol te houden. Als je de politiek in gaat ben je tussen je 25ste en je 35ste, de piekleeftijd voor moederschap. Daarom ben ik geen moeder nu, ik heb die droom heel lang vooruit geschoven. Wetende wat ik nu weet, zeg ik tegen alle jongen vrouwen: “Luister, of je gaat je kindjes tussendoor maken, maar ga niet tachtig, negentig uur werken voor die samenleving, excuse me, doe het niet, want het wordt je niet in dank afgenomen.”’

Misschien is dit Elatiks grootste verlies: op 3 februari 2014, op haar laatste werkdag als stadsdeelvoorzitter voor haar zwangerschapsverlof inging, kreeg ze een miskraam en verloor ze haar eerste en enige kindje. Die pijn is nog steeds voelbaar. ‘Ik houd van dit land’, reageert ze op de vraag waarom ze altijd is doorgegaan. ‘Hier ben ik grootgebracht, hier is mijn thuis’, en ze vervolgt iets zachter: ‘En dit is het land waar ik mijn dochtertje heb begraven.’

Op de politieacademie stelde ze altijd dezelfde slotvraag: ‘Weten jullie eigenlijk wat de waarde is van jullie uniform? Weten jullie wat het uniform betekent voor mensen zoals ik? In sommige gevallen is jouw uniform en alles waar het voor staat het enige middel dat mijn persoonlijke grondrechten en burgerrechten nog beschermt. Begrijp je welke verantwoordelijkheid er op je schouders ligt? Dat ik van jullie verwacht dat jullie mij zijn, mij. Niet m’n hoofddoek, niet m’n vrouw-zijn, niet m’n etnische afkomst, maar mijn verhaal op dat moment.’

Elatik wijst me op een bankje. We nemen plaats. ‘Heb je ooit een revolutie gezien die rustig is verlopen? De samenleving en het leven gaan over groei, niet over stilstand.’ Ze wijst in de lucht. ‘Ruik je die geur?’ De sloot achter ons zit vol rottende algen. ‘De hele natuur is opgebouwd uit groei en ontwikkeling. Omdat je stilstand hebt zoals hier, gaan organismen broeien, stilstand leidt tot rotting, als er beweging is groeit het, is er leven. Die beweging probeer ik te faciliteren, hoe pijnlijk ook. Uiteindelijk worden we daar allemaal gezonder van.’

Dit voorjaar verschijnt Mounir Samuels nieuwste boek God is groot: Eten, bidden en beminnen met moslims (uitgeverij Jurgen Maas)