Mijn god wat een misdadiger (5)

Voor de een maakt een gebeurtenis indruk. Een oorlog, een ongeluk, een liefde. Voor mij waren het woorden.

Woorden van een paar letters veranderden mijn leven. Niet de oorlog zelf, maar het woord ‘oorlog’ beheerste destijds mijn bestaan; dat wat je ouders hadden meegemaakt en omgeven was door een groot mysterie. Het woord 'God’ betekende niets dan alleen valsheid, moord, misdadigheid. Het was nauw verwant aan het woord 'oorlog’. God en oorlog hadden een relatie - en tot op de dag van vandaag bestaat die relatie nog.
Opeens kwam er een ander woord dat mijn leven beïnvloedde. Het kwam midden in de jaren zestig in de mode. Het was het woord 'bewustzijnsverruiming’. Dit was een woord dat als een soort cadeau een ander tijdsbesef verpakt had; het was een woord dat grenzen overschreed, dat nieuwe mogelijkheden liet zien; het prikkelde, inspireerde; het deed een beroep op je; je kon je ermee onderscheiden.
Proef het woord nog even op de tong voordat we het weer terug in de uitstalkast van het woordenmuseum zetten. Dewustzijnsverruiming… Dat was wat ik wilde! Het zou de oorlog in mijn hoofd kunnen genezen - als mijn bewustzijn maar ruimer zou zijn. Dan zou er ook plaats zijn voor mijn onzekerheid.
Wat kon ik nog meer in een ruimer bewustzijn kwijt? Mijn politieke 'geëngageerdheid’ (engagement: ook zo'n woord dat nu in het museum pronkt naast 'solidariteit’), maar bovenal toch die knagende onzekerheid.
Bewustzijnsverruiming. Ik experimenteerde met wat ik tegenkwam. Zestien, zeventien was ik toen. Tabak, alcohol, marihuana, hash. Wat raar om 'stoned’ te zijn, die toestand van behaaglijke in-jezelf-gekeerdheid - ik weet niet hoe ik het anders moet uitdrukken. Een staat van luiheid, van verdiende rust, van geaccepteerd onvermogen, van vrede. Yeah, peace man! Maar het bewustzijn kon steeds ruimer worden. Wist ik dat wel?
Er was toen ook LSD op de markt, cocaïne, opium…
Maar het vreemde was… het idiote was… het krankzinnige was… het woord dekte de lading niet. Het bewustzijn raakte verdoofd, veranderde en werd anders, maar het werd niet verruimd… Soms had ik het idee dat ik 'de dingen begreep’. Maar wat begreep ik? Het was eerder verwarrend dan verruimend.
Ik las wat de Stones en de Beatles deden. Zij mediteerden, en ik ging ook mediteren.
Op de Herengracht in Amsterdam. Voor 175 gulden kon je leren 'transcendentaal’ te mediteren. Transcendentaal… Een ander woord voor verruiming.
'Jouw woord is “shring” zei mijn Leraar - met Hoofletter.
'Wat moet ik daarmee doen, Leraar?’ 'Herhaal dit woord zo lang als je kan, zie het als een kompas. Laat je gedachten op dit woord afdrijven en keer met dit woord terug.’ 'Shring.’ Het klonk als een bel in mijn hoofd als ik dacht: Is dit het nu? Wordt nu mijn bewustzijn verruimd? Honderden keren dacht ik… nú gebeurt het! Nu! NU!… Shring.
Er gebeurde… niets.
NIETS!
'Shring, God, en Bewustzijnsverruiming…’ Het had niets om het lijf. O, teleurstelling! O, onmacht van de taal. Even dacht ik nog… de taal is machtiger dan mijn bewustzijn… Shring! Want er bestaan woorden voor zaken die ik behoor te voelen, maar die ik NIET voel…
Hoe mooie woorden zonder inhoud konden bestaan, leerde ik.
Sterker: hoe inhoudlozer de woorden, hoe machtiger.
GOD! Ik begon te twijfelen. Ik kon niet accepteren dat er mensen spraken over 'verruiming’ en dat ik die godverdomme niet voelde.
(Wordt vervolgd)