Mijn huisdier

Teruggekomen van een bezoek aan Artis met zoonlief verdiep ik mij weer in het nieuwste deel van de vertaling van 1001 nacht en ziet! het is het deel dat de fabels bevat! Er blijkt geen ontkomen aan de dierenwereld, het draait hier om een faunische samenzwering - niets minder, heren - en ik ben de eerste om een levenspatroon vol herhaling en kruisverwijzingen te begroeten, maar wanneer mijn nachtmerries bevolkt gaan worden door die belachelijke en afgrijzenwekkende diertjes die in elke Walt Disney-film voor de zogenaamde komische en tedere noot moeten zorgen, dan grijp ik naar koran en Fatima’s handen om mij te beschermen tegen dit kwaad.

Zelfs als kind heb ik nooit gelachen, noch een traan gelaten om die beestjes van grote ogen en knuffelbaarheid, en waar in Collodi’s meesterwerk Pinocchio de Sprekende Krekel met een hamer doodslaat op het moment dat deze hem berispt, blijft de tekenfilmvariant als een irritant veegje, een irritant gesnurk in de andere kamer door het verhaal huppelen.
Ik geef nog de voorkeur aan de insecten die zware drinkers om zich heen zien krioelen. Of zelfs muizen, al zou ik er een Mickey in kunnen herkennen.
Ik heb mij ook altijd verbaasd om mensen die hun huisdieren (lees: honden) menselijke eigenschappen toedichten zoals trouwheid, liefheid en de onvermijdelijke gezelligheid. Waarom zulke warmte niet bij mensen gezocht? (En eerlijk gezegd suggereert het woord gezelligheid voor mij warmte niet in overdrachtelijke zin, maar het gloeien van een centrale verwarming of het knapperen van de open haard, met de wiege wiegelewei van cognac in ronde glazen - o! wat haat ik zulke taferelen.) Antwoord: zulke eigenschappen zijn moeilijker te vinden bij een mens.
Weerwoord: Precies! Bij een mens zul je ze moeten erlangen, zul je moeten geven voordat je neemt.
De aandachtige lezer heeft nu wel begrepen dat ik of hard toe ben aan een huisdier, of op het punt sta er eentje te nemen of dat al heb gedaan.
Welk dier zou mij het beste passen? Een kat, poes, konijn, haas, hond, teef, geit, schaap? Bij een schaap vrees ik last van culturele oprispingen te krijgen als het weer offerfeest is.
Van een poes heb ik ooit vlooien gekregen.
Van honden ben ik bang.
Konijn is een stuk heerlijk vlees en zijn huid bijzonder geschikt voor trommels.
Een geit dan? Ik hou van dat onophoudelijk draaien van de kaken, die onverstoorbare blik, en ten slotte klinkt in hun geblaat de Arabische stemhebbende ‘a’ door. Het Arabisch voor geit is ma'iz en wie hoort in de eerste syllabe niet het vibrato en de schelheid van de geitenroep?