Mijn kleine economie

Misschien dat ik in een ander leven toch economie was gaan studeren. Allereerst klinken economische redeneringen uit de mond van een vrouw – als je er de goeie kop bij trekt – megasexy, en ten tweede heb je het over zulke grote dingen dat – als je er de goeie kop bij trekt – je altijd het gelijk aan je zijde hebt.

Nu geldt dat ook voor buitenlandcommentatoren en mijn overbuurman, maar juist economie lijkt de perfecte combinatie van hard en zacht te bieden. Het is allemaal zo klaar als een klontje – ‘economie is de wetenschap van de schaarste’ kreeg ik op school te horen, hoe mooi is dat – en tegelijkertijd gaat het met ons op de loop, is de economie een beest dat niet meer in z’n hok te krijgen is. Als je doet alsof je dat beest kunt temmen, met inderdaad die goeie kop erbij, dan schrijf je boeken waarop iedereen écht zit te wachten en word je zelf vast heel rijk.

Ik denk dat laatste natuurlijk vooral als ik voor de pinautomaat sta en de bank mij weigert nog iets uit te keren. Ik kamp met een eigen onvoorziene naheffing, waardoor ik in principe bankroet ben. In principe hè, dat is iets heel anders dan in feite. Want daar is altijd nog de Bijenkorfcard, steun en toeverlaat in onoverzichtelijke tijden. Al moet ik er meteen maar bij zeggen: sinds ik weet heb van de vriendin die het land niet uit kwam omdat ze nog een schuld had op haar Bijenkorfcard ben ik iets terughoudender geworden in het gebruik. En… Goed, laat ik nu meteen maar alles zeggen want beschamender kan het niet meer worden, en sinds ik bij een enquête invulde ‘Thomas Acda’ als zijnde de meest aantrekkelijke man van Nederland en hij in dat jaar ook echt als zodanig werd uitverkozen, weet ik dat ik in principe helemaal nérgens alleen in sta.

En dus, ik ben ook een keer gebeld geworden door iemand van de financiële afdeling van de Bijenkorfcard. Ik liep in de peiling, dat is eufemistisch voor zorgelijke dossiervorming, en dat is weer eufemistisch voor tot hier en niet verder. Onomwondener dan van de financiële mevrouw van de Bijenkorf had ik het ondertussen niet vaak te verstaan gekregen. Dat ik op een dag dood zou gaan en dat dan mijn nabestaanden met een schuld bij De Bijenkorf zouden zitten. Hoe ik dat zou vinden. Bij alle zorgen die ik al had voor na mijn dood kon deze er ook nog wel bij. Maar dat durfde ik die mevrouw niet te zeggen, en dus liet ik me een verzekering aanpraten. Met tot gevolg dat ook al gebruik ik mijn Bijenkorfcard helemaal niet – ik ben van schrik overgestapt op een andere creditcard, en als die het niet meer doet heb ik er nog eentje in de la liggen, ver weggestopt – ik tóch iedere maand moet dokken.

Geef me een literaire prijs en ik vlieg met mijn nabestaanden in spe naar Chicago

Mijn makkes is dat ik qua geld nog steeds in de dagen van de ruilhandel leef: betaal mij uit en ik koop er wat voor. Twee lezingen, dat is een winterjas. Geef me een literaire prijs, en ik vlieg met mijn nabestaanden in spe naar Chicago. Ondertussen woon ik in een huis dat ik niet kan betalen, en rijd ik in een auto die te duur voor me is. Ik heb geen sou in mijn portemonnee, en toch ga ik vanavond met vrienden uit eten, en overmorgen weer. Ik werd net gebeld door de kledingzaak die ik frequenteer, dat de rok met de blauwe ruit is gearriveerd, ja graag, als jullie hem voor me willen weghangen?

Ik leef op virtuele voet, en ook hierin zal ik wel niet de enige zijn. Als ik econoom was, zou ik daarmee beginnen. We moeten terug naar bare money, ik moet alleen nog even oefenen op de kop die ik daarbij zal trekken. De Duitsers hebben dat al lang begrepen want daar kun je in geen winkel of restaurant nog pinnen, zo bleek toen ik daar het afgelopen weekend even lekker dacht te kunnen spenderen (gastdocentschap betaalde uit). Telkens als ik cash moest betalen, was ik doordrongen van de hoogte van het bedrag. En heb ik heel wat rokken met en zonder ruit in de winkel laten hangen.

Ik sta op mijn tenen om te zien hoe mijn moeder het geld dat mijn vader wekelijks inbrengt heel precies in stapeltjes verdeelt en onder het linnengoed opbergt. Ook dat visioen wil ik als econoom mijn toehoorders meegeven. Net als dat ik weer thuis wil komen in een koud huis, en de kachel aan wil doen. Op tafel een briefje wil vinden met iets liefs, in plaats van dat ik ge-appt word. Al moet je als vrouw zijnde juist wel weer uitkijken met grote dingen klein te maken, en te tappen uit de verleden tijd. Voor je het weet ben je niet meer megasexy, welke kop je er ook bij trekt. Een gevaar dat toch altijd al op de loer ligt.