Mijn kunstbroeders

Een paar uur geleden was ik in de boekhandel. Ik ben daar altijd op een vreemde manier gelukkig; ik besef dat ik al die verhalen en al die kennis die zich in de winkel bevindt van mij kan laten zijn als ik die boeken koop. Dat geeft een bevredigend gevoel. Een boek vind ik dan ook na een vrouw en een kind het mooiste dat er bestaat.
De schreeuwerige of juist heel esthetische omslagen: prachtig.
Ik geloof dan ook niet dat het boek als ‘ding’ ooit verloren gaat, hoeveel mooie iPads er ook zullen worden uitgevonden.
Maar daar gaat het mij nu niet om.
Terwijl ik door de boekhandel dwaalde, werd ik opeens getroffen door een paar stevige, mooi uitgegeven werken. Het waren biografieën van sporters. Van onder anderen trainer Louis van Gaal (twee boeken in een cassette) en ik zag een dik boek over Willem van Hanegem en over 'mister Ajax’ Sjaak Swart. Ik liep verder. En ik zocht eens naar biografieën van de literaire helden van toen. Er is een biografie over Reve, en over Bob den Uyl en Johnny the Selfkicker - die zijn allemaal het afgelopen jaar verschenen. Maar een biografie van Hermans was al uit de schappen. Net als de biografie van Lodewijk van Deyssel. Van Vondel zag ik er weer wel een - ook een jaar geleden uitgegeven. Maar waar is de biografie van P.C. Hooft? In de winkel waar ik was, was de prijswinnende biografie over Multatuli ook niet meer voorradig.
Je kunt het de boekwinkel niet kwalijk nemen. Die verdient meer aan Louis van Gaal dan aan Multatuli. Je kunt het eigenlijk niemand kwalijk nemen, behalve de lezer. Hij wil ook liever Louis van Gaal dan Multatuli, of Nescio (geen biografie) of Elsschot (geen biografie) of Lucebert (geen biografie).
Er zijn mensen in geïnteresseerd, maar dat is maar een kleine elite. En van die elite zijn er maar weer een paar die in iets speciaals geïnteresseerd zijn. Ik zou bijvoorbeeld graag een dikke biografie lezen over Piet Paaltjens, maar die is er niet. En in de boekwinkel waar ik was, waren er geen boeken van hem, laat staan subliteratuur.
In Amsterdam wonen ongeveer 170 nationaliteiten. Ik vraag mij wel eens af: zou er een jonge Kroaat of Marokkaan zijn die geïnteresseerd is in de biografie van Piet Paaltjens of in zijn werk?
Ik geloof dat niet, terwijl ik dat niet kan bewijzen.
Maar ik kom met enige regelmaat in antiquariaten, ik kom wel eens op boekenmarktjes, en dus ook in boekwinkeltjes - en ik zal niet beweren dat ik daar nooit 'allochtonen’ zie, maar er gaan maanden voorbij dat ik ze niet in de boekwinkel tegenkom. Ook wel jaren.
Maar ja, ik bezoek ook met enige regelmaat concerten. Daar is de toestand helemaal hopeloos. In de musea eigenlijk ook, maar in de moderne kunst valt dat wel weer mee. En in de popmuziek is er eigenlijk niets aan de hand.
Is dat een misstand? Ik vind van wel, terwijl ik eigenlijk niet goed kan uitleggen waarom.
Het lijkt of de literatuur altijd al aan het verloederen is.
Kunst is voor mij belangrijk. Het is zoiets als ademen, maar het merendeel der mensen heeft die zuurstof niet nodig. En laat ik eerlijk zijn: al die cultuur heeft mij niet een prettiger mens gemaakt. U leest momenteel een column van een angstige, teleurgestelde reactionair. Ik zou veel aardiger zijn geweest, veel socialer, meer 'betrokken’ als ik niet van kunst had gehouden, denk ik met grote regelmaat. Ik gooi geen ruiten in, en ik probeer heel keurig te fietsen en auto te rijden, maar steeds vaker vraag ik me af of dat wel goed is. Mijn kunstbroeders vervullen me met jaloezie en ik heb onlangs de Volkskrant opgezegd omdat daar tien keer op rij iets vervelends over mij in stond en ik het een eigenaardig soort masochisme vond om daarvoor te betalen.
De Nederlandse cultuur is iets voor eenzamen uit roeping.